Vergunning als kwaliteitskeurmerk

Waarom zou je een zwaardere vergunning aanvragen dan je nodig hebt? Accountantskantoor Accon AVM wilde graag een kwaliteitskeurmerk. Maar hoewel het nu beursgenoteerde bedrijven mag controleren, wil het dat niet.

De vakantie van sommige medewerkers moest eraan opgeofferd worden. Anderhalve maand kreeg accountantskantoor Accon AVM deze zomer van de Autoriteit Financiële Markten om verbeteringen in zijn organisatie aan te brengen, zodat het de vergunning voor organisaties van openbaar belang (oob) kon krijgen. Die heeft een accountant nodig om de boeken van beursgenoteerde ondernemingen of financiële instellingen te mogen controleren.

„Dat ze het zo strikt namen, viel tegen”, zegt bestuursvoorzitter Peter Feijtel van – naar eigen zeggen – het zesde kantoor van Nederland, met een dit jaar verwachte omzet van 100 miljoen euro. „Ik dacht dat we de vergunning wel zouden krijgen met de belofte dat we de laatste aanpassingen in een jaar tijd zouden doen.” Het lukte. „We kregen het voor elkaar, waaronder een aanpassing van de juridische structuur. Daar was ook de AFM door verrast.”

Ruim een week geleden was Accon AVM een van de 13 accountantskantoren die zo’n oob-vergunning kreeg. Niet dat Feijtel van plan is om de boeken van beursgenoteerde bedrijven te gaan controleren. Of dat hij veel meer financiële instellingen als klant wil krijgen naast de paar onderlinge waarborgmaatschappijen van verzekeraars die Accon AVM nu wel controleert. De klanten zijn de slager om de hoek, een boerenbedrijf of een exporterend metaalbedrijf. Juist het segment van klanten waar de Grote 4 (PricewaterhouseCoopers, KPMG, Deloitte en Ernst & Young) zich niet of nauwelijks mee bezighouden.

In vier jaar tijd heeft Feijtel een bescheiden Zeeuws-Gelderse combinatie van accountants via overnames uitgebouwd tot een landelijk netwerk van accountants voor het midden- en kleinbedrijf. Accon AVM ging van 400 naar 1.400 medewerkers. „Door die snelle groei waren mensen extra kritisch of we de kwaliteit wel op peil hadden kunnen houden. Die twijfel kunnen we nu wegnemen”, zegt hij. „Ik zie de oob-vergunning als een kwaliteitskeurmerk. Er zijn wel duizenden accountantskantoren. Registeraccountants werken overal, maar hoe weet een klant nu wat de kwaliteit is?”

De strakke deadline die Accon AVM wel haalde, bleek onhaalbaar voor vier kantoren (Dalstaete, DRV, SMA en FAG) die de obb-vergunning vooralsnog niet hebben gekregen. Ook zij controleren op een enkele uitzondering als routekaartenmaker AND of computerbedrijf Tulip na, niet de boeken van beursgenoteerde ondernemingen. Wel van enkele kleine verzekeraars. Zolang hun procedure loopt, mogen ze deze cijfers blijven controleren. „Vakinhoudelijk waren er niet veel op- of aanmerkingen, wel op onze organisatiestructuur”, zegt Jaap Wassink, woordvoerder van Dalstaete, die alleen een paar kleine verzekeraars als klant heeft in de genoemde categorieën. „We passen nu onze organisatie aan en dat doe je niet van de ene op de andere dag. We hebben daarom uitstel tot 1 maart 2008 aangevraagd.” Het voordeel van een kwaliteitskeurmerk ziet Wassink niet. „Vaktechnisch zijn de verplichtingen niet heel anders dan bij de reguliere vergunning. Alleen de toets is zwaarder.”

Feijtel beseft dat zijn klanten er niet zo snel naar zullen kijken. „Maar hun banken wel, die zullen het zien als een extra waarborg dat cijfers en prognoses betrouwbaar zijn.” Hij denkt ook dat het zal helpen bij het aantrekken van hoger geschoolde mensen die „in de moordende concurrentie tussen de kantoren zeker ook naar dat keurmerk zullen kijken”.

Hij noemt het daarom „opvallend” dat concurrenten de oob-vergunning niet hebben aangevraagd, maar volstaan met de reguliere vergunning, waarvoor ruim 700 kantoren bij de AFM hebben aangeklopt. Bijvoorbeeld buurman Gibo (90 miljoen omzet, 1.300 man). „Wij richten ons helemaal op het midden- en kleinbedrijf en hebben geen klanten waarvoor we de oob-vergunning nodig hebben”, verklaart directeur Fried Frederix van Gibo. „Daarvoor moet je een nog veel groter circus optuigen dan voor de gewone vergunning. Het leidt tot een verambtelijking die ik helemaal niet wil. Voor je het weet sta je op te grote afstand van onze klanten.”

Bij Accon AVM was een flinke omslag nodig. „Ik heb twee jaar geleden besloten er drie mensen voor vrij te maken”, vertelt Feijtel. „Voor een organisatie als de onze is dat veel. Zij hebben nieuwe handboeken voor onze organisatie opgesteld. Daarna moesten we zorgen dat iedereen zich ervan bewust werd dat naleving echt nodig is. Onze accountants zijn bezig met de klant en hebben niet altijd zin om na te denken wat binnen de norm past. Eerlijk gezegd heeft de controle door de AFM een boost aan die bewustwording gegeven. ”

Niet alleen Accon AVM kreeg verbeterpunten opgelegd door de AFM, dat kregen alle accountantsorganisaties die de oob-vergunning hadden aangevraagd. Ook de Grote 4. „Er is altijd wel iets dat te verbeteren valt. Maar we moeten wel oppassen dat het allemaal niet te bureaucratisch wordt”, zegt bestuursvoorzitter Jos Nijhuis van PricewaterhouseCoopers, „maar doordat wij in een ander marktsegment zitten, hebben wij eerder een grote slag gemaakt”, zegt Nijhuis. Hij vindt het jammer dat niet meer kantoren de oob-vergunning hebben aangevraagd. „Het is een goed kwaliteitskeurmerk dat een belangrijk onderscheid geeft in de consolidatieslag die ik aan de onderkant van de markt verwacht.”