Veel controles, weinig dopezaken

De verboden middelen waarop Nederlandse voetballers positief worden bevonden variëren van partydrugs tot hoestdrankjes.

De KNVB zal zeer waarschijnlijk vanaf komend seizoen 2008-2009 de opzet van de dopingcontroles wijzigen. Dit als gevolg van het beleid dat NOC*NSF op dit gebied voert. Als de sportkoepel, waaraan de voetbalbond zich in dit opzicht conformeert, volgende maand besluit de wijze van dopingtesten te veranderen, zal de KNVB een kleinere groep voetballers intensiever gaan controleren. Bondsarts Gert-Jan Goudswaard, die het dopingbeleid in Zeist in zijn portefeuille heeft, sluit niet uit dat er voor voetballers net als bij wielrenners out-of-competition-controles komen. Ook bloedtesten worden wellicht ingevoerd.

Goudswaard zet zijn vraagtekens bij controles buiten wedstrijden om. „Die onverwachte testen zijn immers in het leven geroepen om middelen op te sporen die voor het seizoen worden gebruikt om er tijdens het seizoen baat bij te hebben. Dat geldt voor voetballers eigenlijk niet.” Bloedcontroles worden als het aan UEFA-voorzitter Michel Platini ligt al uitgevoerd bij het komende Europees kampioenschap voetbal, volgend jaar in Zwitserland en Oostenrijk.

In het Nederlandse betaald voetbal zijn er jaarlijks honderd dopingtesten. Bij de amateurs rond de zeventig. Voor het seizoen worden op basis van het competitieprogramma door een notaris 44 profwedstrijden uitgeloot, gelijkelijk verdeeld over eredivisie en eerste divisie. Uit de groep van de wedstrijden uit de laatste drie ronden van de KNVB-beker en het duel om de Johan Cruijff Schaal worden nog eens zes wedstrijden geloot. In elk geselecteerd duel wijst tijdens de wedstrijd een dopingcontroleur opnieuw door loting bij elke ploeg een speler aan.

De hoge kosten die hiermee zijn gemoeid, waren tot nog toe slechts goed voor een preventieve werking.

Een bekende dopingzaak in de Nederlandse competitie was die van Harald Wapenaar in 2000. De toenmalige doelman van FC Utrecht kreeg aanvankelijk twaalf wedstrijden schorsing voor het nemen van een hoestdrankje. Die straf werd in 2001 door de commissie van beroep teruggebracht tot vier duels voorwaardelijk. „Een vergissing toen van Wapenaar”, weet Goudswaard. „Vroeger werd je bij gebruik van efedrine (in neusdruppels, red.) direct positief bevonden, tegenwoordig wordt daarbij een grens gehanteerd.”

Partydrugs behoren tot de weinige dopingmiddelen die in het voetbal bij controles worden ontdekt. Met name bij de amateurs. „Het is mensen vaak niet eens bekend dat deze producten op de lijst staan”, aldus Goudswaard. „Je hebt ook te maken met verschillende situaties per land. Hier wordt het gebruik van middelen als cannabis getolereerd. In de Verenigde Staten is het bezit ervan al verboden Daarmee is met de samenstelling van de dopinglijst geen rekening gehouden.”

Spraakmakend waren in 2001 de dopingaffaires rond Frank de Boer, Jaap Stam en Edgar Davids. Bij de drie internationals werden door de UEFA te hoge waarden nandrolon in de urine geconstateerd. Het kwam de spelers op maandenlange schorsingen te staan en hoge advocaatkosten. Het vermoeden bestond dat de internationals bij het Nederlands elftal een vervuild voedingssupplement tot zich hadden genomen. Inmiddels zijn de toegestane waarden opgetrokken. Goudswaard maakt duidelijk dat het trio nu niet meer positief zou zijn bevonden.

Over de grens wordt voetbal wel vaker in verband gebracht met doping. Zo was er de geruchtmakende affaire bij Juventus, aangezwengeld door Zdenek Zeman, ex-coach van AS Roma. Tussen 1994 en 1998 zouden bij de Italiaanse topclub verboden prestatiebevorderende middelen zijn toegediend, zoals epo. In eerste instantie werd clubarts Riccardo Agrigola tot een celstraf veroordeeld. Het Italiaanse gerechtshof in Turijn sprak hem echter vrij, evenals de directeur van de club. Een bekende buitenlandse dopingzondaar van wie wel omstotelijk werd vastgesteld dat hij stimulantia nam is de Portugees Abel Xavier. De oud-PSV’er werd als speler van Middlesbrough in 2005 achttien maanden schorsing wegens het gebruik van dianabol, een anabole steroïde.

De Belgische dopingspecialist Michel D’Hooghe van de wereldvoetbalfederatie FIFA is ervan overtuigd dat veel topvoetballers epo gebruiken. „Je ziet nu dat dopingexperts, die hebben gewerkt in het wielrennen en de skisport, opduiken bij Europese voetbalclubs”, zei hij in The Observer. Hij kreeg bijval van Arsenal-coach Arsene Wenger die constateert dat veel spelers die door hem worden aangetrokken, bij hun oude club vaak zonder dat ze het weten middelen gebruiken die op de dopinglijst staan. Ook zouden voetballers van Real Madrid en FC Barcelona net als wielrenners klanten zijn geweest van de beruchte Spaanse dopingarts Eufemiano Fuentes.

Sinds het WK van 1994 in de Verenigde Staten controleerde de FIFA in totaal 4.183 keer op een eindtoernooi. Dat leverde slechts vier positieve gevallen op. Bij het WK onder 20 in Canada werd dit jaar in urine ook naar epo gezocht. Alle testen bleken negatief. Dat was tevens het geval tijdens het recente WK in Duitsland van vorig jaar. Op een mondiaal voetbaltoernooi werd slechts één speler betrapt op het gebruik van doping: Diego Maradona in 1994, wegens het gebruik van cocaïne.

Dit is de zesde aflevering in een serie over dopingcontroles in de sport.