Van hoofd- naar bijkantoor

ABN Amro komt in handen van het bankentrio. Dat vinden veel mensen erg, want hiermee verdwijnt een Nederlands ‘instituut’. „Als er volgende week een bod op ING wordt uitgebracht, zal iedereen anders reageren” verwacht Wientjes.

Zondagmiddag 23 februari 2003. Drie topbankiers van de drie grootste Nederlandse banken komen bijeen om de acute situatie rond Ahold te bespreken. Bij het supermarktconcern is een omvangrijk boekhoudschandaal aan het licht gekomen, waarbij een deel van de winst kunstmatig is opgepompt. Men vreest de gevolgen voor de toekomst, als het nieuws de volgende dag wereldkundig zal worden gemaakt.

De drie bankiers – Wilco Jiskoot van ABN Amro, Hessel Lindenbergh van ING en Hans ten Cate van Rabobank – komen een noodkrediet van 3,3 miljard euro overeen om de eerste financiële klappen op te vangen.

„Een akkoord op een servet, noemen ze dat in Twente”, zegt Ten Cate. „Met de hand berekend.” Dat is in de toekomst niet meer zo makkelijk te regelen, nu ABN Amro wordt verkocht en opgesplitst, vermoedt de Rabo-bankier. De grote zakelijke klanten komen volgens het opsplitsingsscenario van het consortium terecht bij Royal Bank of Scotland (RBS). De Schotse bank zal wel bijspringen bij haar klanten in problemen, denkt Ten Cate, maar overleg met de direct betrokken collega-bankiers wordt lastiger als zich ineens een crisissituatie voordoet.

„Dat moet in de toekomst dus via Londen of Edinburgh.” Bovendien: „Als de situatie niet meteen duidelijk is, moet je je medespelers kunnen inschatten en vertrouwen.” Dan helpt het dat je elkaar kent. „Het is aardig dat we Fred Goodwin [bestuursvoorzitter van de Royal Bank of Scotland, red.] wel eens op een lunch hebben ontmoet, maar het is echt anders als je in de studententijd met elkaar in de goot hebt gelegen.”

Hoezeer de overname en opsplitsing van ’s lands grootste bank ook is onderworpen aan strikte voorwaarden, kenners van de financiële sector vrezen vooral negatieve gevolgen voor Nederlandse economie. Daarvoor is ABN Amro immers een vooraanstaande financiële instelling.

Onno Ruding, voormalig minister van Financiën en ex-bestuurslid van de Amro-bank, vreest met name het verdwijnen van ABN Amro „als instituut”. „Als dat gebeurt, zal er een gat vallen in het functioneren van onze economie, zeker in internationaal perspectief.”

De bank heeft volgens hem altijd een meer dan evenredige rol gespeeld in de internationale financiële wereld. ABN Amro wordt wereldwijd geroemd om het uitgebreide netwerk en de specialistische kennis van financiële producten en diensten. Ruding: „Dankzij ABN Amro speelde Nederland als klein land financieel toch een grote rol in de internationale economie.”

Bezorgd dat de binnenlandse rol van ABN Amro zal veranderen, is Ruding niet. Fortis, dat de divisies voor de Nederlandse consumenten en voor mkb-klanten inlijft, zal de eigen activiteiten in Nederland juist kunnen versterken, denkt hij. Wel is hij bang dat de internationale rol „sterk” zal afnemen. De buitenlandse divisies van ABN Amro worden verdeeld tussen RBS en Santander.

Ruding: „Voor de grote klanten wereldwijd zal de herkenbaarheid van de bank, en daarmee van Nederland, verminderen.” Ruding noemt het verdwijnen van ABN Amro erg, maar nog geen drama of ramp. „Dat is het pas als de bank failliet zou zijn gegaan.”

Voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversvereniging VNO-NCW is stelliger: „Het verdwijnen van het hoofdkantoor van ABN Amro verzwakt Nederland. Het is een verkeerd signaal dat een van de drie grote financiële instituten verdwijnt. Dat is gewoon niet goed.”

Voor Wientjes speelt de „icoon” ABN Amro een voorname rol in de financiering van het Nederlandse bedrijfsleven. Wientjes: „Ik hoop van harte dat ook het consortium komt helpen als er een groot Nederlands bedrijf dreigt om te vallen.”

Behalve de geschetste informele kant van reddingsoperaties als die bij Ahold, vreest Hans ten Cate van Rabobank nog een belangrijk menselijk aspect bij het verlies van ABN Amro. Ten Cate: „De bank was een opleidingsinstituut bij uitstek: een permanente pool van bancair talent. Kijk naar de directies bij andere banken in Nederland.” [Zie ‘ABN Amro, de leerschool van...’]

De bank als leerschool: dat wordt volgens Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam, sowieso minder. „Het imago van de bank verandert. Het hoofdkantoor wordt een bijkantoor voor de Nederlandse activiteiten, zonder internationale dimensie.”

[Verolg ABN Amro: pagina 16]

Ruding: erg, maar nog geen drama of ramp

En er is, volgens Ten Cate van Rabo, nog een belangrijke functie van ABN Amro die mogelijk beschadigd raakt door de opsplitsing: die van aanjager voor de zakelijke dienstverlening. „Als Fortis besluit alle centrale functies van het hoofdkantoor naar Brussel te verplaatsen, kun je gerust enkele verdiepingen van advocaten- en accountantskantoren sluiten.”

Volgens Joost van Lanschot, bestuursvoorzitter van Stibbe – het advocatenkantoor dat onder veel meer de raad van commissarissen van ABN Amro in het bijna afgeronde overnameproces adviseert – is nog niet te overzien of die vrees terecht is. „Voor Fortis zal de behoefte aan juridisch advies alleen maar toenemen. En ook RBS zal ondersteuning nodig hebben voor haar nieuwe Nederlandse klanten.”

Die Nederlandse klanten, volgens een voorlopige verdeling, internationaal opererende bedrijven met een omzet van 300 miljoen euro of meer, zullen mogelijk helemaal niet meegaan naar de Schotse bank.

Van Lanschot van Stibbe: „Grote Nederlandse concerns werken doorgaans met meerdere internationale banken, waarvan vaak een uit Nederland. Zij zullen een Nederlands loket willen blijven behouden, voor een meer directe toegang tot de Nederlandse markt. De geplande opsplitsing is dus goed nieuws voor de Nederlandse grootbanken die overblijven, ING, Rabobank én Fortis.”

De overname van ABN Amro heeft ook iets symbolisch: er verdwijnt een Nederlands icoon in de wereld. De bank is van ons – en anderen moeten ervan afblijven. Dát is volgens bedrijfshistoricus Johan de Vries het „diepgewortelde Nederlandse volkssentiment”. Het verklaart, zegt de emeritus hoogleraar economische geschiedenis, „waarom veel mensen het erg vinden dat onze grootste bank nu wordt overgenomen”.

De Vries is co-auteur van het ABN Amro-geschiedboek Wereldwijd bankieren, dat in 1999 verscheen. ABN Amro en haar oudste rechtsvoorganger, de Nederlandsche Handel-Maatschappij, is volgens hem altijd de grootste, voornaamste bank van Nederland geweest. De Vries: „Bepaalde waarden ervan zijn overgedragen op onze volksaard: ondernemend, hardwerkend, trots.”

Voor hoogleraar Boot is de overname van ABN Amro niet te vergelijken met eerdere verkopen van oer-Hollandse bedrijven, zoals Hoogovens of KLM. De omvang is van een andere orde, en het gaat in dit geval om „het boegbeeld van de financiële sector”. Dat heeft volgens hem een wake up call gegeven, die elders niet klonk. „Alleen de verkoop van Philips zou eenzelfde impact hebben.”

Volgens werkgeversvoorman Wientjes is Nederland inderdaad wakker geworden door de verkoop van ABN Amro. En, naar hij stellig hoopt, ook de regering. „Iedereen betreurt wat er nu gebeurt.” Zozeer, denkt hij, dat een overname van deze omvang, in deze sector, niet snel weer zal gebeuren. Wientjes: „Als er volgende week een bod op ING wordt uitgebracht, zal iedereen anders reageren. Ook het kabinet.”