Van hoofd- naar bijkantoor

ABN Amro komt, na maanden overnamestrijd, in handen van het bankentrio.

Dat vinden veel mensen erg, want een Nederlands ‘instituut’ verdwijnt.

De bank is van ons – en anderen moeten ervan afblijven.

Dát is volgens bedrijfshistoricus Johan de Vries het „diepgewortelde Nederlandse volkssentiment”. Het verklaart, zegt de emeritus hoogleraar economische geschiedenis, „waarom veel mensen het erg vinden dat onze grootste bank nu wordt overgenomen”.

De Vries is co-auteur van het ABN Amro-geschiedboek Wereldwijd bankieren, dat in 1999 verscheen. ABN Amro en zijn oudste rechtsvoorganger, de Nederlandsche Handel-Maatschappij, is volgens hem altijd de grootste, voornaamste bank van Nederland geweest. De Vries: „Bepaalde waarden ervan zijn overgedragen op onze volksaard: ondernemend, hardwerkend, trots.”

Nostalgische gevoelens zijn belangrijk, zegt ook Onno Ruding, voormalig minister van Financiën en ex-bestuurslid van de Amro bank. Maar veel belangrijker is de vraag of ABN Amro „als instituut” verdwijnt. Ruding: „Als dat gebeurt, zal er een gat vallen in het functioneren van onze economie, zéker in internationaal perspectief.”

De bank heeft volgens hem altijd een meer dan evenredige rol gespeeld in de internationale financiële wereld. ABN Amro wordt wereldwijd geroemd om het uitgebreide netwerk en de specialistische kennis van financiële producten en diensten. Ruding: „Dankzij ABN Amro speelde Nederland als klein land financieel tóch een grote rol in de internationale economie.”

Bezorgd dat de binnenlandse rol van ABN Amro zal veranderen, is Ruding niet. Fortis, die de divisies voor de Nederlandse consumenten en de MKB-klanten inlijft, zal de eigen activiteiten in Nederland juist kunnen versterken, denkt hij. Wel is hij bang dat de internationale rol „sterk” zal afnemen. De buitenlandse divisies van ABN Amro worden verdeeld tussen Royal Bank of Scotland (RBS) en Santander.

Ruding: „Voor de grote klanten wereldwijd zal de herkenbaarheid van de bank, en daarmee van Nederland, verminderen.” Ruding noemt het verdwijnen van ’s lands grootste bank als zelfstandig instituut erg. Maar het is nog geen drama of ramp. „Dat is het pas als de bank failliet zou zijn gegaan.”

Voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversvereniging VNO-NCW is stelliger: „Het verdwijnen van het hoofdkantoor van ABN Amro verzwakt Nederland. Het is een verkeerd signaal dat een van de drie grote financiële instituten verdwijnt. Dat is gewoon niet goed.”

Voor Wientjes speelt de „icoon” ABN Amro een voorname rol in de financiering van het Nederlandse bedrijfsleven. Wientjes: „Ik hoop van harte dat óók het consortium komt helpen als er een groot Nederlands bedrijf dreigt om te vallen.”

Bekende reddingsoperaties van bedrijven in de problemen zijn Ahold en Hagemeyer, beide in 2003. Volgens Hans ten Cate, lid van de raad van bestuur van de Rabobank, speelt in dat soort gevallen de huisbankier, een leidende rol. „Dat fenomeen zal met de nieuwe eigenaren van ABN Amro niet verdwijnen.”

Wat wel minder wordt, is de rol van het persoonlijke netwerk bij dit soort operaties. Ten Cate zelf bijvoorbeeld, was namens de Rabobank betrokken bij het noodkrediet van 3,3 miljard euro voor Ahold – met ING’er Hessel Lindenbergh en ABN Amro-bankier Wilco Jiskoot. „Dat hebben we met z’n drieën op een zondagmiddag op tafel gelegd. Een akkoord op een servet, noemen ze dat in Twente.”

Een dergelijke snelheid van handelen, met dergelijke bedragen, wordt lastiger als het via Londen of Edinburgh moet lopen. Ten Cate: „Als de situatie niet meteen duidelijk is, moet je je medespelers kunnen inschatten en vertrouwen.” Dan helpt het dat je elkaar kent. Ten Cate: „Het is aardig dat we Fred Goodwin [bestuursvoorzitter van de RBS, red.] wel eens op een lunch hebben ontmoet, maar het is echt anders als je in de studententijd met elkaar in de goot hebt gelegen.”

En veel studenten zijn elkaar later tegengekomen bij ABN Amro. Ten Cate: „De bank was een opleidingsinstituut bij uitstek: een permanente pool van bancair talent. Kijk naar de directies bij andere banken in Nederland.”

De bank als leerschool: dat wordt volgens Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam, sowieso minder. „Het imago van de bank verandert. Het hoofdkantoor wordt een bijkantoor voor de Nederlandse activiteiten, zonder internationale dimensie.”

Behalve het wegvallen van de opleidingsfunctie beschadigt het verlies van ABN Amro volgens Rabo-bestuurder Ten Cate mogelijk ook een andere rol van de bank: die van aanjager voor de zakelijke dienstverlening. „Als Fortis besluit alle centrale functies van het hoofdkantoor naar Brussel te verplaatsen, kun je gerust enkele verdiepingen van advocaten- en accountantskantoren sluiten.”

Volgens Joost van Lanschot, bestuursvoorzitter van advocatenkantoor Stibbe, is nog niet te overzien of die vrees terecht is. „Voor Fortis zal de behoefte aan juridisch advies alleen maar toenemen. En ook RBS zal ondersteuning nodig hebben voor zijn nieuwe Nederlandse klanten.”

Die Nederlandse klanten, volgens een voorlopige verdeling, internationaal opererende bedrijven met een omzet van 300 miljoen euro of meer, zullen mogelijk helemaal niet meegaan naar de Schotse bank.

Van Lanschot van Stibbe: „Grote Nederlandse concerns werken doorgaans met meerdere internationale banken, waarvan vaak een uit Nederland. Zij zullen een Nederlands loket willen blijven behouden, voor een meer directe toegang tot de Nederlandse markt. De geplande opsplitsing is dus goed nieuws voor de Nederlandse grootbanken die overblijven, Fortis, ING én Rabobank.”

Voor hoogleraar Boot is de overname van ABN Amro niet te vergelijken met eerdere verkopen van oer-Hollandse bedrijven, als Hoogovens of KLM. De omvang is van een andere orde, en het gaat in dit geval om „het boegbeeld van de financiële sector”. Dat heeft volgens hem een „wake up call„ gegeven, die elders niet klonk. „Alleen de verkoop van Philips zou eenzelfde impact hebben.”

Volgens werkgeversvoorman Wientjes is Nederland inderdaad wakker geworden door de verkoop van ABN Amro. En naar hij stellig hoopt, óók de regering. „Iedereen betreurt wat er nu gebeurt.” Zozeer, denkt hij, dat een overname van deze omvang, in deze sector, niet snel weer zal gebeuren. Wientjes: „Als er volgende week een bod op ING wordt uitgebracht, zal iedereen anders reageren. Ook het kabinet.”