Turken en Chinezen op zoek naar democratie

Zelfs de gebeurtenissen in Expeditie Robinson (RTL) lijken van belang voor de Week van de Democratie. Op een Maleisisch onbewoond eiland worden honderd Nederlanders en Belgen achtergelaten. Vier aangewezen leiders dragen verantwoordelijkheid voor respectievelijk bouwen, vissen, verzamelen en voedsel bereiden.

Vrijwel onmiddellijk delen de honderd zich op in groepen die elkaar diep gaan wantrouwen. Vooral sommige Nederlanders blijken een kort lontje te hebben en op emotionele toon zwak leiderschap aan de kaak te stellen.

Een dreigend conflict over de locatie van de centrale ‘keuken’ wordt bezworen door een snel georganiseerd bindend referendum. Dat helpt, want het gemor verstomt en eendrachtig wordt het werk weer ter hand genomen. Maar na een week melden 24 bewoners zich vrijwillig aan voor de thuisreis, omdat ze niet langer tegen het gekissebis bestand zijn.

Democratische processen vertonen misschien universele eigenschappen, maar ook locale culturele verschillen zijn van grote invloed. Twee voortreffelijke documentaires toonden gisteren aan dat de democratisering van de snel groeiende economieën Turkije en China cultuurspecifieke voortgangsproblemen ontmoet.

In een eigen productie van Tegenlicht (VPRO) getiteld Turkije - Het dilemma van de democratie volgt samensteller IJsbrand van Veelen een politicus van de min of meer islamistische AK-partij in de stad Kayseri en een generaal b.d. die als woordvoerder optreedt van de seculiere aanhangers van Atatürk, de ‘kemalisten’. Meer nog steunt het programma echter op de politieke analyse van Newsweek-columnist Fareed Zakaria. Die noemt de Turkse islamisten totaal anders dan die in Egypte of Irak. Sterker nog: door hun rol in de economische boom, hun milde beleid ten aanzien van de Koerden en hun Europese oriëntatie noemt hij de Turkse islamisten zelfs een meer moderniserende factor dan de kemalistische elite die alles bij het oude wil houden.

De inspanningen van de nieuwe president Abdullah Gül (AK) voor toetreding tot de EU verklaart Zakaria uit vertrouwen in de democratische beginselen: de politieke rechten van de islamisten worden beter beschermd door Europese rechters dan door Turkse militairen, die altijd kunnen ingrijpen, wanneer het volk een ‘verkeerde’ beslissing neemt.

De eerste documentaire in de Why Democracy?-serie was van de Chinese regisseur Weijun Chen, die al in 2003 het onthullende To Live Is Better than to Die maakte over Chinese aidspatiënten.

Nu laat Weijun in Please Vote For Me zien hoe achtjarige kinderen in een school in Wuhan voor het eerst een klassenvoorzitter moeten kiezen.

De gebeurtenissen zijn hilarisch, pijnlijk en zeer Chinees. Van de drie kandidaten is het meisje Xu Xiaofei kansloos, omdat ze in huilen uitbarst bij de eerste moddercampagne tegen haar van de favoriet. Die Cheng Cheng is een echt ‘keizertje’, zo’n dik en verwend resultaat van de één-kind-politiek. Zijn moeder, een televisieproducente, instrueert Cheng om te zeggen dat hij meer een manager dan een dictator zal zijn, maar helaas weet hij van geen van beide woorden wat ze betekenen.

De interessantste en meest traditioneel Chinese kandidaat is Luo Lei, zoon van een politiecommissaris, en een echte vechtersbaas. Hij deelt cadeautjes en gunsten uit, leert overtuigende teksten uit zijn hoofd en regeert met harde hand wanneer dat nodig is. Zo doen Chinese machthebbers dat al vele millennia.

Luo Lei wint met grote overmacht. De verliezende zoon van nieuwe rijken, die had bekend dat hij wilde winnen om de baas te kunnen spelen, is een zenuwinstorting nabij. De camera van Weijun registreert de emoties, de ouderlijke pep-talks en de intriges genadeloos. In China is alles anders, maar de mechanismen lijken desondanks op die in De Wouter tapes.

Kijk ook op nrc.nl/beeldenstorm