Schippers letten even niet op: zeven gewonden

Welke schipper stond te suffen wordt nog uitgezocht door de politie. De vraag is nu of betere beveiliging aanvaringen als die in het Noordzeekanaal gisteren kan voorkomen.

De oorzaak van de botsing gistermorgen tussen een draagvleugelboot van Connexxion en een vaartuig van de Koninklijke Marechaussee moet worden gezocht in onoplettendheid van één of van beide schippers. Dat zegt Willem Spoelstra, operationeel manager van de Havendienst van Amsterdam. Bij de botsing in het Noordzeekanaal raakten zeven mensen gewond, van wie drie ernstig. Twee mensen kregen hartklachten.

Spoelstra zegt dat het op het moment van de aanvaring nog niet druk was op het water. Het weer was goed „al hingen er hier en daar mistflarden”. Hij verwijst naar statistieken waaruit blijkt dat op moeilijke gedeeltes in waterwegen juist weinig ongevallen gebeuren. Schippers letten vooral dan goed op. In overzichtelijke, rustige gedeeltes verslapt de aandacht te gemakkelijk. „Hier is mogelijk niet opgelet”, aldus Spoelstra. Ook de brandweer meldt dat er goed zicht was op het moment van het ongeluk. Spoelstra betwijfelt sterk of een nieuw beveiligingssysteem iets had had kunnen veranderen aan de gang van zaken.

De draagvleugelboot van Connexxion met 34 passagiers en twee bemanningsleden kwam uit de richting IJmuiden/Velsen, de boot van de Marechaussee wilde de Amerikahaven, in het westelijk havengebied, indraaien. Volgens Spoelstra zal geen van de schippers verrast zijn door de snelheid van het andere vaartuig: „Het zijn mensen die hier goed bekend zijn, ze kennen ook de snelheid van de vaartuigen en zijn allebei gecertificeerd.” Onderzoek door het Korps Landelijke Politiediensten moet aantonen wat er precies gebeurd is en wie er stond te suffen. Daarbij zal ook de regel worden betrokken dat de snelst varende altijd moet uitwijken, een maatregel die juist is getroffen omdat de draagvleugelboot zo hard gaat.

De operationeel manager van de Havendienst bevestigt dat het gebied waar het ongeluk gebeurde, nog moderne radarbeveiliging heeft. Het geavanceerde beveiligingssysteem houdt vlak daarvoor bij de Amerikahaven op. „De uitbreiding tot aan IJmuiden staat voor volgend jaar op het programma”, aldus Spoelstra. Hij benadrukt dat radarbeveiliging, zoals die bijvoorbeeld wel in een grote ring rond Rotterdam is aangebracht, geen garantie biedt dat er geen botsingen zullen plaatsvinden. „De verkeersleiding kan bij naderend onheil wel een hard signaal geven dat een manoeuvre niet is toegestaan, maar de schipper zelf blijft verantwoordelijk.” Overigens beschikken de twee boten die gisteren botsten, zelf wel over een radarsysteem; ze konden elkaar dus als het ware zien.

Het scheepvaartverkeer van en naar Amsterdam is de afgelopen jaren wel toegenomen. „Vooral in volume, de vaartuigen zijn groter”, zegt Spoelstra. Hij doelt met name op de containerschepen en tankers, maar er komen ook steeds meer grote cruiseschepen in de Amsterdamse haven.

Volgens Luuth van der Scheer van het Transport Safety Institute in Den Haag heeft Amsterdam een radarsysteem nodig dat geschikt is voor alle weertypes. De verkeersleider kan onmiddellijk waarschuwen via de openstaande marifoon als er een botsing dreigt. „Je kunt het vergelijken met het verkeersleidingssysteem voor de luchtvaart”, aldus Van der Scheer. Het nieuwe radarsysteem dat nu wordt aanbesteed is volgens hem het verkeerde: „Iets traditioneels met veel toeters en bellen, waarvan het nog zeker twee jaar duurt voordat het er staat en wat mogelijk in het Noordzeekanaal technologisch weer verouderd is .”

In 2003 botste een draagvleugelboot van Connexxion tegen een kademuur, waarbij twintig mensen gewond raakten. Het vervoerbedrijf trof een schikking met het Openbaar Ministerie, waardoor strafvervolging uitbleef. Justitie was aanvankelijk van mening dat het vervoerbedrijf onvoldoende had gedaan om de veiligheid van passagiers en bemanning te garanderen.