Niet alleen afhankelijk van subsidie

Dirk Kome (31) is fotograaf. Hij woont met zijn vrouw en twee kinderen in Amsterdam.Bruto maandinkomen: gemiddeld ruim 1.600 euroHuur: 325 euroHuur atelier: 370 euroZiektekosten: 214 euro (4 pers.)Autokosten: 120 euro (excl. benzine)IB-Groep: 72 euro

Waar bestaat die 1.600 euro uit?

„In 2006 had ik een jaaromzet van zo’n 20.000 euro, omgerekend ruim 1.600 euro bruto per maand dus. Het grootste gedeelte komt van het basisstipendium van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst. Dat kon ik als zelfstandig fotograaf aanvragen. Ik heb het basisstipendium, à 32.000 euro, verdeeld over meerdere jaren. Het is nu op. Ik kan het niet direct nog een keer aanvragen, er moet een tijd tussen zitten, maar er zijn wel andere fondsen die ik kan aanschrijven.”

Heb je die subsidies nodig?

„Helemaal zonder subsidie wordt lastig, want dat betekent dat ik de investeringen voor mijn projecten vooraf zelf moet financieren. Ik maak vrij werk, dus ik bedenk zelf wat ik mooi vind en wat ik mensen wil laten zien. Ik fotografeer met name in mijn geboortestreek, Voorne-Putten. Mijn familie speelt een belangrijke rol in mijn werk. Ik vind het interessant om vast te leggen hoe mensen daar leven en hoe het gebied en de mensen in de loop van de tijd veranderen. Het is wel fijn om niet helemaal afhankelijk te zijn van subsidies, dus ik probeer mijn werk te verkopen. Dat lukt het beste als veel mensen mijn werk kunnen zien, op mijn site dirkkome.nl, een expositie of in een publicatie bijvoorbeeld. Ik heb net in de Kunsthal geëxposeerd en daarna zes werken verkocht. Ik verkoop drie maten foto’s, die in prijs verschillen van 900 tot 2.200 euro.”

Komen jullie rond?

„Ja, we kunnen de rekeningen elke maand betalen. Mijn vrouw is ook zelfstandige, zij schrijft scenario’s voor tv-programma’s. Ze verdient iets meer dan ik. Het scheelt dat we geen kosten voor kinderopvang hebben. Mijn vrouw werkt tot drie uur ’s middags en dan pas ik op, daarna draaien we de rollen om.”

Jullie betalen weinig huur, voor Amsterdamse begrippen.

„Ja, dat is zo. Alhoewel ons huis niet groot is, we wonen op 47 vierkante meter. Dat gaat heel goed eigenlijk. De kinderen zijn nog klein en we hebben goed nagedacht over de indeling. Zoveel ruimte heeft een mens ook niet nodig, denk ik. Als je elkaar op 47 vierkante meter de tent uitvecht, doe je dat ook op 100 vierkante meter.”