Niemand hier heeft behoefte aan bejaarden

President Poetin belooft in bijna elke rede de pensioenen te verhogen. In feite groeien ze slechts met de inflatie mee. De Russische bejaarde kan van zijn pensioen alléén niet overleven.

„Als je geen invalide, oorlogsveteraan of 80+ bent, heb je het knap moeilijk in Rusland”, zegt Aleksandra Aleksandrova in haar kleine eenkamerflat in een Moskouse buitenwijk. De 87-jarige oud-laborante weet waarover ze het heeft als ze praat over de pensioenen die president Poetin in vrijwel elke toespraak belooft te zullen verhogen. „Onzin. De pensioenen worden altijd twee keer per jaar verhoogd, als prijscompensatie. Nu zal dat heus niet anders zijn.”

Voor gepensioneerden is het leven in Rusland zwaar. Wie in Moskou woont, krijgt van burgemeester Loezjkov weliswaar nog een extraatje van 750 roebel (20 euro) per maand, maar veel is het niet. De stille armoede onder ouderen dringt zich op straat overal aan je op. Bij metrostations, in parken, op de boulevards wemelt het van de bejaarden die een paar verzilverde theelepeltjes of een nooit gedragen, zelfgebreid vest te koop aanbieden.

Een basispensioen bedraagt in Rusland 2.616 roebel (73 euro) per maand. Het is vaak net genoeg om de huur van te betalen en wat basisvoedsel te kopen. Maar het leven wordt in het kapitalistische Rusland dagelijks duurder. Anders dan onder het communisme wordt voedsel niet meer gesubsidieerd. Zo is per 1 augustus de prijs van melk met 50 procent verhoogd. En eerder in de zomer gebeurde hetzelfde met de broodprijs. Het enige gunstige voor de meeste Russen is dat ze onder president Jeltsin voor een paar honderd roebel aan administratiekosten hun huis hebben gekocht, waardoor ze geen huur hoeven te betalen.

Aleksandra Aleksandrova boft met haar twee hartinfarcten, haar oorlogsverleden en haar hoge leeftijd, vindt ze zelf. Ze leveren haar maandelijks meer dan drieduizend roebel extra en gratis medicijnen op. Maar dan nog moet ze de slaapbank tegenover haar eigen bed aan het kindermeisje van de buren verhuren. „Mijn geld geef ik alleen uit aan voedsel, verder koop ik niets voor mezelf. Maar ik moet ook nog mijn dochter en mijn kleinzoon financieel ondersteunen.”

Door haar astma en slechte hart komt ze zelf niet meer op straat. Haar buren doen boodschappen voor haar en koken. Maar hoe vergaat het een bejaarde die geen hulpvaardige buren heeft? „Voor hen bestaat er een constructie waarin je je flat na je dood aan de staat achterlaat in ruil voor hulp van een maatschappelijk werkster”, zegt ze. „Maar je weet natuurlijk nooit of ze dan niet op je dood gaan zitten wachten, want niemand heeft hier behoefte aan oude mensen.”

Voor Aleksandra Aleksandrova verbleekt de welvaart van het huidige Poetintijdperk bij de Stalinjaren. Die waren volgens haar veel beter. „We waren er toen zo zeker van dat hij onze goede leider was. Iedere lente werden de prijzen verlaagd. We dachten dat het leven onder hem steeds beter werd. Ook was het een veilige tijd. Toen in 1956 bekend werd gemaakt wat Stalin allemaal had misdaan kon ik het niet geloven. In mijn eigen omgeving is tenslotte nooit iemand opgepakt. Ik heb niets van de terreur gemerkt.”

In een theatercafé, een paar kilometer verderop, zit even later de 58-jarige Aleksandr Roednev, een gepensioneerd journalist en voormalig pr-medewerker. Zijn beste levensjaren bracht hij door als reisverslaggever bij energiebedrijf Gazprom. Hij trok door de hele Sovjet-Unie om over de aanleg van nieuwe pijpleidingen en het bouwen van gasinstallaties te schrijven. Als pr-man werd hij na een conflict ontslagen. Op zijn vijftigste stond hij ineens op straat. Daarna had hij alleen nog allerlei tijdelijke baantjes, totdat hij drie jaar geleden hartklachten kreeg en invalide werd verklaard.

Net als Aleksandra Alexandrova heeft ook hij nu een extra invaliditeitspensioen. Maar zijn totale pensioen is veel lager dan dat van haar. Van de ruim 4.600 roebel (129 euro) die hij maandelijks ontvangt houdt hij na betaling van zijn energie- en telefoonrekening maar 2.000 roebel (56 euro) over. „Van dat geld kan ik alleen wat brood, kaas en wijn kopen”, zegt hij. „Naar het theater of de bioscoop kan ik niet. Het goedkoopste theaterkaartje kost 200 roebel, de bioscoop 150 roebel. Onlangs heb ik zelfs mijn trouwring en een ring die ik van mijn vader heb gekregen naar de lommerd moeten brengen. Van het geld dat ik daarvoor kreeg kon ik een maand leven. Maar tegenwoordig moet ik mijn spaarcenten aanbreken om te kunnen overleven.”

Roednev heeft het moeilijk met het huidige Rusland van het „wilde kapitalisme”. Om het hoofd boven water te houden probeert hij maandelijks één artikel in een krant of tijdschrift gepubliceerd te krijgen. Maar dat is geen vetpot. „Ik heb nu zo’n dertien artikelen uitstaan en slechts af en toe wordt er één gepubliceerd. Het levert me tussen de 1.000 en 2.000 roebel op. Maar als de overheid er achter komt verlies ik mijn invaliditeitspensioen.”

Toch neemt hij het risico, want schrijven is wat hij het liefste doet. En op zijn leeftijd is het onmogelijk om nog elders een baan te vinden. Met zijn 58 jaar heeft hij de gemiddelde levensverwachting van de Russische man al bijna overtroffen: „Als ik me ergens aanbied, dan zeggen ze altijd: Je had allang dood moeten zijn.”