Nederlandse schrijvers doen het beter dan ooit

De Frankfurter Buchmesse, ’s werelds grootste boekenbeurs, is al ver voor de opening begonnen. De eerste deals tonen een grote buitenlandse interesse voor Nederlandse literatuur.

Het duurt nog 28 uur tot de openingsceremonie van de 59ste Frankfurter Buchmesse, de grootste boekenbeurs ter wereld, maar de eerste two book deal is er al. Uitgeverij Contact heeft de rechten van de romans De helaasheid der dingen en Mevrouw Verona daalt de heuvel af van de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst gistermorgen al verkocht aan een Engelse uitgever.

De buitenlandse interesse voor Nederlandstalige boeken „nadert haar kookpunt”. Dat zegt het Nederlands Literair productie- en vertalingenfonds, dat de Nederlandse literatuur in het buitenland aanprijst. Gisteren liet het fonds weten dat dit jaar een ongekend aantal subsidieaanvragen voor de vertaling van Nederlandse boeken is binnengekomen. Aan de vooravond van de Buchmesse heeft het productiefonds al bijna tweehonderd vertaalsubsidies toegekend. Dat is nu al meer dan vorig jaar (185 toekenningen) en veel meer dan in 2002 (149).

Volgens adjunct-directeur Maria Vlaar van het productiefonds is de stijging vooral te danken aan de grotere interesse voor Nederlandse klassiekers (Hermans en Elsschot) en voor non-fictie. Vlaar: „Ook zien we steeds meer belangstelling uit Turkije en China, landen waar we de afgelopen jaren veel extra aandacht aan hebben gegeven.” Turkse uitgevers hebben twintig aanvragen gedaan, tien keer zoveel als in 2006. In China zijn nu twintig titels in voorbereiding.

Jaarlijks heeft het productiefonds ongeveer een half miljoen euro aan subsidie te vergeven, waarvan het grootste deel bestemd is voor vertalingen. „We beginnen aan de rand van ons budget te komen”, zegt Vlaar, „Maar we hoeven de pindakaas nog niet dunner te smeren.”

De vlotte verkoop van het werk van Nederlandstalige auteurs als Verhulst illustreert ook dat de boekenbeurs steeds vroeger begint. Officieel gaan de deuren van het onafzienbare Messegelände pas morgenochtend om negen uur open voor de zevenduizend ingeschreven standhouders, maar officieus is de beurs al aan de gang. De prestigieuze Deutsche Buchpreis wordt op de maandagavond voorafgaand aan de beurs uitgereikt, dit jaar aan Julia Franck voor Die Mittagsfrau. Uitgevers trekken al in het weekend voorafgaand aan de beurs naar Frankfurt.

[Vervolg Buchmesse: pagina 11]

De hotel-lobby is zondag al vol

De ‘voorbeurs’ wordt steeds belangrijker om twee redenen.

In de eerste plaats hebben de meeste bezoekers te weinig tijd. Ze hebben zo’n propvol schema met afspraken dat ze amper de tijd hebben om iedereen te spreken die ze willen spreken in de vijf dagen dat de beurs officieel duurt. Bovendien wordt het gros van de zaken al ver vóór Frankfurt gedaan. Sinds e-mail het mogelijk maakt om manuscripten en contracten in een vloek en een zucht over de wereld te sturen, dient ‘Frankfurt’ vooral om het zakelijke contact nog een persoonlijk tintje te geven – en daar zijn de gebouwen en informatiestands niet bij nodig.

Traditionele pleisterplaatsen als de lobby van hotel de Frankfurter Hof zitten vanaf zondagavond vol met netwerkende uitgevers. „Het lijkt ieder jaar eerder te beginnen,” zegt hoofdredacteur Erna Staal van uitgeverij Contact. „Veel deals worden nu snel gesloten. Alle internationale uitgevers zijn er al – de meeste Nederlanders ook.”

Mensen van Mouria en Ambo-Anthos lopen rond in het hotel, net als Robbert Ammerlaan, de directeur van De Bezige Bij. Die uitgeverij zal later op de middag bekend maken dat de rechten van Paul Scheffers net verschenen Het land van aankomst zijn verkocht aan de Duitser uitgever Hanser.