Mooi, een uitgehold gordeldier als naaimand

Bloedmooi toont gebruiksvoorwerpen die zijn gemaakt van dieren.

Een Knuffelkoalabeer en olifantenslurf als wandlamp. Mooi en cru tegelijkertijd.

Getatoeëerde varkenshuid van Wim Delvoye Delvoye, Wim

„Wij mensen zijn maar een dubieus soort.” Kunstenares Silvia B. kijkt naar een vitrine. Achter glas hangt een kangoeroepoot zo lang als de onderarm van een volwassen vrouw. Zijn klauw is vervangen door het metalen uiteinde van een flesopener. „Wij denken dat alle andere soorten er enkel zijn om ons te dienen.”

Wie in het Historisch Museum Rotterdam om zich heen kijkt, kan de kunstenares en tevens gastcurator van de nieuwe tentoonstelling Bloedmooi moeilijk ongelijk geven. Flesopeners in verschillende (dier)soorten en maten. Een als wandlamp dienstdoende olifantenslurf mét bijpassende papiermand gemaakt van een perfect gemanicuurde olifantenpoot (een jachttrofee van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik geschoten in Brits-Indië). Een knuffelkoalabeer van echt koalabont. Een uit vier zwijnenpoten bestaande kapstok… Het is slechts een kleine greep uit de tentoongestelde voorwerpen.

Bloedmooi, een tentoonstelling die de grens tussen mens en dier doet vervagen, is ontstaan uit het idee dat het Historisch Museum Rotterdam – in het jaar dat stadsgenoot Diergaarde Blijdorp honderdvijftig jaar bestaat – óók ‘iets met dieren’ moest doen. En omdat het museum een stadsmuseum is, werd dat ‘iets’ al snel de relatie die de mens in de stad met dieren heeft. Een volgens het museum ietwat vreemde relatie waarin de huiskat wordt geadoreerd en het dier dat is gestorven voor het paar leren schoenen aan de voeten, genegeerd.

Kunstenares Silvia B. werd aangetrokken als gastcurator. Haar enorme verzameling dierencuriosa die zij al twee keer eerder met eigen werk onder de noemer La vie est si gênante had tentoongesteld, werd de kern van de tentoonstelling. Deze werd aangevuld met voorwerpen die het museum al in haar collectie had en die, toen gezocht werd op ‘dierlijke materialen’, met honderden tegelijk opdoken – van dozen vol nertsenlijfjes compleet met kop, staart en pootjes, kinderjasjes van konijnenbont tot de olifantenlamp. Om de tentoonstelling af te maken, zocht Silvia B. samen met conservator Sjouk Hoitsma wereldwijd naar kunstwerken die de dubieuze relatie tussen mens en dier benadrukken. Het resultaat varieert van een prachtige Jean Paul Gautier-jurk met krokodillenleren bustier tot de van haar eigen kat gemaakte handtas van de Nederlandse Katinka Simons/Tinkebell.

Ondanks dat het merendeel van de tentoongestelde voorwerpen ooit een levend en aaibaar óf indrukwekkend dier is geweest, shockeert Bloedmooi niet. Dat is ook niet de bedoeling van de tentoonstelling. Silvia B.: „Als kunst er echt op uit is om te shockeren, blokkeert het bij mij direct. Ik ben heel ouderwets, kunst is er ter lering én vermaak. Ik wil dat het tentoongestelde in eerste instantie mooi is. En je daarna misschien aan het denken zet.”

Mooi zijn de meeste tentoongestelde voorwerpen inderdaad. Bij de eerste aanblik. Een tweede blik roept tevens gevoelens van afkeer en, het moet gezegd worden, schaamte op. Want hoe cru is het om van een olifantenslagtand een rijtje marcherende olifanten te maken? Of om een gordeldiertje uit te hollen, zijn staart als hengsel in z’n mond te stoppen, z’n pootjes beschermend over zijn oogjes te vouwen en het een naaimandje te noemen?

Dit naaimandje ligt aan de basis van Silvia B.’s curiosaverzameling - en daarmee indirect ook aan de basis van de hele tentoonstelling. De kunstenares trof het ding zo’n tien jaar geleden op een rommelmarkt waar het haar direct vervulde met allerlei verschillende emoties, „een reactie die normaal alleen een kunstwerk bij me oproept”.

Ze besloot op zoek te gaan naar meer gelijksoortige voorwerpen. Dingen die zowel aantrekken als afstoten en tentoongesteld in het museum „hopelijk ook iets in werking zetten”. Want preken willen zowel het Historisch Museum als de kunstenares met Bloedmooi niet. Silvia B.: „Ik ben geen dominee. Maar ik hoop dat mensen zich door de absurde hoeveelheid voorwerpen die hier verzameld zijn, realiseren dat we toch een beetje raar zijn en dat het slechts het laagje beschaving is dat ons tegenhoudt om nog ergere dingen te doen.”