Macht verblindt. Maar het heeft ook voordelen

Mensen met macht gaan abstracter denken. En ze zijn ook eerder geneigd eigen onethisch gedrag goed te praten. Aan de Vrije Universiteit werden voor en nadelen van macht sociaal-wetenschappelijk vergeleken.

Macht heeft een slechte naam, iedereen denkt meteen aan misbruik. Macht kan verblinden en corrumperen, maar het stimuleert ook doelgericht handelen en bevordert abstract denken. Zo bleek vrijdag op het symposium over ‘de duistere en lichte kanten van sociale macht’ van de vereniging van sociaal-psychologen (ASPO), op de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Seksueel geweld geldt als de meest duistere vorm van machtsuitoefening. Maar Ruud Bullens, hoogleraar forensische psychologie aan de Vrije Universiteit, legde uit dat het de meeste delinquenten niet om macht te doen is, maar om seks. Hij onderscheidde twee varianten: vermijding en benadering. Vermijders, de grootste groep, voelen zich niet machtig, maar machteloos. Zij zijn niet uit op misbruik, maar kunnen hun seksuele aandrang niet weerstaan. Zij voelen achteraf schuld en schaamte, maar ‘het beest in me was sterker dan ik’.

Andere seksuele geweldplegers hebben geen negatieve gevoelens over hun gedrag. Zo zeggen pedoseksuelen dat seks van volwassenen met kinderen normaal is en dat ze kinderen nooit tot seks dwingen. Sommigen vertellen dat kinderen juist macht uitoefenden over hen, niet andersom. Ze zeggen kind te zijn met de kinderen en ontkennen de machtsverhouding die zij wel degelijk gebruiken om seks te kunnen hebben.

Er zijn ook seksuele geweldplegers met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Zij plegen overvallen en stelen, dus waarom zouden zij niet af en toe verkrachten? Zij geven hun slachtoffers de schuld: ‘zij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats’. Zij gebruiken macht, maar zijn daar niet op uit. Fysieke onderwerping is voor hen slechts een middel tot een doel: seks.

Tenslotte zijn er de massaverkrachtingen in oorlogstijd, zoals tien jaar geleden in Bosnië. Daarbij gaat het, zegt Bullens, louter om onderwerping, niet om seks.

Net als geweld is ook woede een machtsmiddel. Sociaal-psycholoog Gerben van Kleef, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht hoe vertoon van woede het verloop van een conflict beïnvloedt. Uitingen van woede wijzen op hardheid en kunnen concessies afdwingen in onderhandelingen. Toch ondergaat niemand graag andermans boosheid. De opponent kan uit ergernis weigeren een bod te accepteren en dat kan een akkoord in de weg staan.

Van Kleef toonde met experimenten aan dat het effect varieert met de machtspositie van conflictpartijen. Hoe machtiger men is, hoe minder men zich aantrekt van de woede van de opponent. Van Kleef: „Veel hangt af van de legitimiteit van woede, of die wordt ervaren als terecht.” Van Kleefs onderzoek laat ook zien dat mensen met weinig macht vaker toegeven aan boze dan aan niet-geëmotioneerde tegenstanders, ongeacht de legitimiteit van de woede. Zij hebben namelijk niet de middelen om toe te geven aan hun aandrang om terug te slaan. Mensen met veel macht doen minder concessies aan een boze dan aan een beheerste opponent als zij diens woede niet terecht vinden. Dan slaan zij terug door hun eisen op te schroeven.

Sociaal-psychologisch onderzoek biedt twee perspectieven op macht, aldus Van Kleef. Het eerste is negatief. Machtige mensen besteden minder aandacht aan hun sociale omgeving, omdat zij het te druk hebben of omdat zij het niet nodig vinden op anderen te letten. Er is ook een positievere kijk. Macht werkt bevrijdend omdat een machtige persoon minder bedreigingen en obstakels ervaart en zich niet geremd voelt om te handelen volgens zijn verlangens en ingevingen van het moment. Dat kan zowel voor- als nadelen hebben voor de omgeving.

Van Kleef: „Het is niet zo dat machtige mensen hun sociale omgeving negeren. Ze benaderen die strategisch en handelen doelgericht, afgaand op de inschatting van het eigen voordeel.”

Macht verlicht én verblindt, zegt ook psychologe Janka Stoker. Zij is hoogleraar leiderschap en organisatie aan de Rijksuniversiteit Groningen en rondde deze maand een survey-onderzoek af naar macht en leiderschap. Respondenten waren ruim 3.000 hoog opgeleide abonnees van het weekblad Intermediair. Negentig procent van de respondenten had een leider; 10 procent – CEO’s, topmanagers, zelfstandigen – niet. Veertig procent was zelf leider, onder wie 25 procent vrouwen.

Het onderzoek bevestigt de opvatting dat macht demoraliseert en de perceptie verandert die de machthebber heeft van zichzelf en van anderen. Stoker: „Corruptie is een wat zware term voor wat we vonden. Naarmate mensen meer macht hebben, vinden ze vaker dat zij er recht op hebben af en toe over de schreef te gaan, wel eens dingen te doen die strikt genomen onethisch of illegaal zijn. Zij doen immers belangrijk werk?”

Maar er is meer. Stoker: „Macht vergroot de psychologische afstand. Dat bevordert categoriseren, wat zowel leidt tot stereotypering als tot abstract denken. We vonden dat mensen die meer macht hebben inderdaad betere abstracte denkers zijn. Maar het effect is niet erg sterk.”