‘Italiaanse maffia probleem Europa’

De Europese landen moeten snel afspraken maken over de gezamenlijke aanpak van de ’ndrangheta, de Calabrische maffia, die „de Europese economie en democratie bedreigt”.

Dit zegt openbaar aanklager Nicola Gratteri die het onderzoek leidt naar de moord op zes ’ndrangheta-leden, deze zomer in Duisburg.

Deze meervoudige moord toonde volgens Gratteri iets aan dat al lang bekend was, maar nog niet voldoende onder ogen werd gezien. De Italiaanse ’ndrangheta is een multinational die wereldwijd de cocaïnehandel controleert en die in Duitsland, België, Nederland en Spanje goed is ingevoerd.

De organisatie heeft een geschatte jaaromzet van 36 miljard euro en investeert niet alleen in Italië maar ook in Noord-Europa in onroerend goed, horeca, bedrijven. „Deze ontwikkeling bedreigt op termijn de vrije handel, omdat de door de maffia met cocaïnewinsten gekochte bedrijven oneerlijke concurrentievoordelen in de hand werken.” Ook de democratie loopt volgens hem gevaar, omdat „de nieuwe criminele rijken in staat zijn politici en media te kopen”.

Gratteri vraagt opnieuw aandacht voor een uniforme aanpak van de ’ndrangheta, omdat hij het gevoel heeft „dat niemand meer is geïnteresseerd in wat er in Duisburg is gebeurd”. „Men onderschat de situatie en realiseert zich onvoldoende dat Duisburg slechts het topje van de ijsberg is.”

De openbare aanklager stelt dat de Europese landen niet goed zijn uitgerust voor de strijd tegen de ’ndrangheta. Bovendien verschillen de toegestane opsporingsmogelijkheden hetgeen een effectieve bestrijding zou bemoeilijken.

Europa moet volgens Gratteri begrijpen dat de maffia niet meer enkel een Italiaans probleem is. „Nu heb ik betere samenwerking met Colombia dan met een aantal Europese landen”, zei hij.

Naar aanleiding van de moord in Duisburg zijn in Calabrië 34 personen gearresteerd, van wie er 33 nog vastzitten. Het onderzoek loopt nog.