In een sfeer van schuren, regenlaarzen en baarden

Pas geleden verhuisde mijn vriendin S. met haar hele hebben en houden, haar kinderen en een enorme springtrampoline van de grote stad naar een klein dorp op het platteland. Tegenwoordig kijkt ze uit over een gasbel en een aardappelveld, en haar oudste zoon is inmiddels bedreven in het berijden van grote, goeiige trekpaarden.

Waarom, vroeg ik me weleens af, want ik hou best van trekpaarden, maar ik hou ook van, bijvoorbeeld, een bioscoop om de hoek. Of een Albert Heijn binnen een straal van enkele honderden kilometers. Maar S. is gelukkig op het platteland, meldt ze, en dat is het belangrijkste.

Van de stad verhuizen naar het platteland is trouwens heel jaren negentig, leerde ik gisteren bij de presentatie van Het beste van twee werelden, een groot onderzoek over de mentale staat van onze plattelanders. Het is trouwens ook heel jaren zeventig, want toen was het óók in de mode om naar het platteland te verhuizen. (In de jaren zeventig deden ze dat natuurlijk vanuit een hippie-achtige levensovertuiging die beter paste in een sfeer van schuren, regenlaarzen en baarden. En in de jaren negentig omdat die leuke Piet Hein Eek-meubels veel beter tot hun recht kwamen in een ongeschuurd houten boerenhoeve. Vermoed ik.)

De conclusie van het onderzoek was dat je op het platteland the best of both worlds had, want: je had er tegelijkertijd heel weinig privacy en heel veel privacy. Zo verwoordden de onderzoekers het niet precies, maar daar kwam het wel op neer. Zoals bekend heb je geen privacy op het platteland omdat iedereen constant met leuke folders over de op handen zijnde Oktoberbraderie op je deur staat te kloppen. Of gewoon komt binnenlopen voor een gezellige bak koffie, want niemand doet er ooit een deur op slot.

Maar je hebt ook heel veel privacy op het platteland, hadden de onderzoekers geconcludeerd, omdat er a) bijna niemand woont en b) de plattelanders de manieren van de stad een beetje hebben overgenomen. Dat wil zeggen: ze groeten elkaar niet meer de hele tijd.

Jammer eigenlijk. Dat vind ik juist altijd het leukste aan mijn sporadische bezoekjes aan het platteland; dat je tegen iedereen ‘moage’ of iets dergelijks mag mompelen, en dat ze dan nog wat terugzeggen ook. Maar dat kan dus niet meer. Dat vinden ze heel jaren vijftig, op het platteland.

Aaf Brandt Corstius

Lees alle columns van Aaf op www.nrc.nl/aaf