Europees wetboek via de achterdeur

In alle beslotenheid wordt nu gewerkt aan Europese regels die nationale wetten deels gaan vervangen.

In Londen reageerde de politiek wel, in Den Haag niet.

Vrijwel onopgemerkt door Nederland wordt onder leiding van de Europese Commissie gewerkt aan een complex juridisch project dat kan uitmonden in een Europees Burgerlijk Wetboek. Dat blijkt uit een rondgang van deze krant langs betrokken deskundigen.

„Het is erg moeilijk om er tussen te komen”, zegt de jurist van de werkgeversvereniging. „Alleen de inhoudsopgave beslaat al twintig kantjes”, zegt de topambtenaar. „Het is net een spook”, zegt de wetenschapper, „als we dit laten gaan zijn we straks te laat. Zelfs de SP verzuimt hier.”

Een wetboek met geharmoniseerde Europese regels zou diep ingrijpen in de manier waarop in Nederland bedrijven en burgers conflicten uitvechten over onder meer wanprestatie, ontbindingstermijnen en de levering van goederen. Hiermee wordt in de lidstaten verschillend omgegaan.

Deskundigen waarschuwen dat wat nu als een wetenschappelijk project wordt gepresenteerd, gaandeweg de status van wetboek kan krijgen.

Zo’n vijftien Nederlandse wetenschappers hebben de tekst geheel gelezen en eraan meegewerkt. Het document is nu niet beschikbaar voor de Tweede Kamer en de pers. Slechts vier experts uit Nederland mogen er in deze fase inhoudelijk commentaar op leveren via een gesloten website.

In de juridische vakpers is het project vroeg gesignaleerd en gekritiseerd. De consumentenrichtlijnen moesten opgeknapt worden. Ze bleken onderling namelijk niet consistent. Ook was er begripsverwarring. Daarom had de Commissie een nieuwe juridische ‘gereedschapskist’ nodig. Meer een vakwoordenboek, waarin de begrippen en beginselen uit het contractenrecht voor consumenten werden geordend, zo werd gezegd. Onder die condities wilden de lidstaten er wel aan werken. Ondanks waarschuwingen van deskundigen, onder wie hoofddocent Jacobien Rutgers van de Universiteit van Amsterdam, dat er een Europees burgerlijk wetboek uit zou komen.

Die ambities van de Commissie bestaan inderdaad. In april nog stuurde de regering een nota van het EU-voorzitterschap naar de Kamer. Daarin staat: „Een mogelijkheid zou kunnen zijn het werk van de onderzoekers volledig te benutten en het (...) toe te passen op alle domeinen van het burgerlijk contractenrecht (bijvoorbeeld, in contracten tussen ondernemingen).” Dat is precies wat de Nederlandse experts uit het bedrijfsleven willen voorkomen. Politiek kwam er in Nederland geen reactie.

Het Britse parlement reageerde alerter. Daar werd al in 2005 een grootscheepse hoorzitting georganiseerd met negen getuigen-deskundigen. Dit zal geen louter technische exercitie worden dat een juridisch naslagwerkje oplevert, was de teneur. Als het klaar is, is het geen enkele moeite meer er een Europese Code Civil van te maken, verwachtte het EU Committee van het House of Lords; een ‘Trojan Horse’.

Een groep Europese juristen vond al vroeg dat aan deze aanpak grote risico’s kleefden. Het European Law Journal publiceerde in 2004 een bozig manifest van de Study Group on Social Justice, gesteund door UvA-hoogleraar Hesselink. Contracten tussen particulieren zijn wezenlijk voor een rechtvaardige sociale ordening van de samenleving. Dit moet dus een politiek proces worden, geen technisch zo vonden zij. Maar toch lijkt er een voldongen feit te zijn geschapen. Hoe kan dat?

„Als je hoogleraren vraagt een lijst van begrippen en principes op te stellen, dan schrijven ze vanzelf een wet”, zegt mr. M. Bouwes, direct betrokken bij het project namens het ministerie van Justitie. Hij waarschuwt dat het concept al in januari klaar zal zijn voor gebruik door de Commissie. Bouwes vermoedt dat hierover een interinstitutioneel akkoord zal worden gesloten tussen de Commissie, het Europarlement en de Raad van ministers. Daardoor krijgt de tekst op Europees niveau formeel gezag als rechtsbron. Lidstaten kunnen er dan moeilijk aan ontkomen. Er zou sprake zijn van harmonisatie van nationale wetgeving ‘via de achterdeur’.