Eis: 5 jaar cel voor Lernout en Hauspie

Het Belgische Openbaar Ministerie eist voor de hoofdrolspelers in het strafproces rond Lernout & Hauspie (L&H) – de bestuurders Jo Lernout, Pol Hauspie, Nico Willaert en Gaston Bastiaens – een gevangenisstraf van vijf jaar, waarvan twee jaar voorwaardelijk, en een boete. Tegen accountant KPMG en de bank Dexia worden ‘strenge geldboetes’ geëist. Het OM zei gisteren nog niet hoe hoog die zullen zijn.

Het in spraaktechnologie gespecialiseerde softwarebedrijf ging in oktober 2001 failliet. Centraal in het strafproces staat volgens de openbare aanklager de beschuldiging dat de omzet van L&H systematisch werd gemanipuleerd.

Het parket beschreef de afgelopen dagen gedetailleerd hoe de omzet van het bedrijf voor vele honderden miljoenen euro’s kunstmatig werd opgekrikt via een netwerk van taalbedrijven die met geld van ‘bevriende’ investeerders licenties op L&H-technologie kochten, om die verder te ontwikkelen. Volgens het parket waren deze bedrijven niet onafhankelijk: zij waren volledig afhankelijk van L&H voor het ontwikkelen van software en werden gefinancierd met stromannen die, zo blijkt uit het onderzoek, vaak weinig risico liepen, doordat zij hun investering konden terugverkopen aan L&H.

Het parket nam in het bijzonder de bank Artesia (nu Dexia) op de korrel. De bank verleende in 1998 en 1999 drie kredieten om licentievergoedingen van zulke taalbedrijven aan L&H te betalen. Ook accountant KPMG wordt verweten steeds naar excuses te hebben gezocht die toelieten om de investeringen in de taalbedrijven als omzet te boeken. Commerciële overwegingen gaven daarbij de doorslag, aldus het parket. In 1998 verdiende KPMG 630.000 euro aan L&H. In 2000 was dat bedrag al opgelopen tot 3,3 miljoen euro.