Cursus

In het lunchrestaurant zat aan het tafeltje naast het mijne een dynamisch uitziende man op zijn laptop te werken. Hij was goed geschoren en geknipt, droeg een grijs maatkostuum en had een flauwe zweem van aftershave om zich heen. Hij werkte zó geconcentreerd dat hij nauwelijks de serveerster opmerkte die zijn cappuccino voor hem neerzette.

Dit is een tafereel dat snel terrein wint in onze cafés en restaurants: laptopwerkers. Als ik horecabaas was, zou ik er iets tegen proberen te doen. Laatst kwam ik een anders zo levendige zaak binnen, waarin de sfeer opeens volkomen platgeslagen was. De oorzaak: zeven laptopwerkers aan tafeltjes nabij de bar. Zij koekeloerden in zichzelf gekeerd naar hun schermpje, terwijl de jongens aan de bar er vergeefs de moed probeerden in te houden. Drinken met die nijvere ploeteraars in je rug, dat wil niet.

De paradox is deze: de laptopwerker zoekt de gezelligheid van het café, maar ondermijnt die vervolgens met zijn aanwezigheid.

Daar had de laptopwerker in het lunchrestaurant uiteraard niets mee te maken. Hij moest trouwens ook nog even bellen.

„Diederik.”

Vroeger moest ik mobiele bellers in mijn omgeving nog wel eens vragen om wat harder te praten, omdat ik ze niet goed kon verstaan. Allerlei kostelijke teksten dreigden daardoor voor deze rubriek verloren te gaan. Dat hoeft niet meer: bijna iedereen belt tegenwoordig luid en duidelijk. „Wat ben jij toch een vreselijke lul”, hoorde ik onlangs een vrouw roepen, die met de trein op weg naar huis was en haar man had gevraagd of hij al iets aan het eten had gedaan.

Diederik hield het bij zakelijke gesprekken, maar de inhoud (‘content’ heet dat nu) was er niet minder interessant om. De managers van Nederland zullen er hun voordeel mee kunnen doen.

Het ging over die bedrijfscursussen die de laatste jaren als vorstelijk betaalde paddestoelen uit de humus van het Nederlandse bedrijfsleven verrijzen.

„Ik zie hier dat Alicia voor ons zo’n peperdure cursus management volgt. Samen met die Suzanne. Dat is toch van de zotte? Wie heeft dat in zijn hoofd gehaald?”

Op het hoofdkantoor scheen taai verzet te worden geboden, maar Diederik liet zich niet overtuigen. Misschien was hij wel de baas, ik bedoel dé baas.

„Het zijn parttimers, godbetere”, zei hij. „Als bedrijf krijgen we er niks voor terug. Daar gaan we ons goeie geld toch niet instoppen?”

Hij beëindigde het gesprek, kwaad. Onmiddellijk toetste hij een ander nummer in. Hij noemde nu ook zijn achternaam die ik om begrijpelijke redenen („Sinds wanneer respecteert de NRC mijn privacy niet meer en geeft ze gesprekken weer die ik in de volle openbaarheid voer?”) onvermeld moet laten. Hij bleek te spreken met het bedrijf dat de cursus verzorgde.

„Die twee vrouwen zijn bij jullie geweest. Wat doen ze daar? Het zijn nota bene niet eens leidinggevenden! Ik trek ze terug en ik wil dat je voor mij nagaat wie van ons ze hiervoor heeft opgegeven. Ik ga dit uitzoeken. Ja? Top!”

Hierna kon hij even tevreden achterover leunen. De daders zouden hun gerechte straf spoedig ondergaan. Ik keek naar de nog half opengesperde bek van zijn laptop. Er hing, behalve aftershave, ook dreiging in de lucht.