‘Bouw seniorenregeling af’

De vergrijzing gaat vooral een probleem worden op de arbeidsmarkt. Overheid en werkgevers moeten hun beleid drastisch aanpassen als ze de bedrijven aan het werk willen houden.

Werkgevers die denken vacatures in de nabije toekomst op te kunnen vullen met blanke, jonge mannen tot vijftig jaar gaan bedrogen uitkomen. Het extra aanbod op de arbeidsmarkt is overwegend vrouwelijk, ouder en vaker migrant. Dat stellen Jolande Sap, directeur van het Expertisecentrum Leeftijd in Utrecht, en arbeidseconoom Joop Schippers van de Universiteit Utrecht op de Nederlandse Demografiedag 2007, die vandaag in de Domstad wordt gehouden.

Deze ontwikkeling is volgens beide economen en demografisch specialisten het onvermijdelijke gevolg van de veroudering van de bevolking. Vergrijzing is volgens Sap en Schippers niet in de eerste plaats een financieel probleem. Het werkelijke probleem zit in de potentiële beroepsbevolking die fors gaat dalen: met 10 procent hebben ze becijferd. Dat begint al in 2010, als veel babyboomers met pensioen gaan. Vanaf dat moment groeit de groep ouderen en krimpt de groep jongeren, wat grote gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt. In 2020 raakt dit proces nog eens in een versnelling.

„Werkgevers en overheid moeten daarom veel meer investeren om de groep werkende vrouwen, ouderen en migranten te vergroten. Zij zullen binnenkort hard nodig zijn op de arbeidsmarkt”, zegt Sap (44) in een gesprek. Maar teveel knelpunten staan participatie van deze groepen volgens haar in de weg.

Uit de jongste Miljoenennota blijkt volgens Sap dat het kabinet te weinig maatregelen neemt om de situatie voor vrouwen die willen werken te verbeteren. „Nog steeds worden jonge moeders met belastingprikkels verleid thuis te blijven”, stelt zij vast. De zogenoemde ‘aanrechtsubsidie’ (heffingskorting voor de afhankelijke partner) wordt weliswaar door het kabinet-Balkenende geleidelijk afgebouwd – „in de Nederlandse verhoudingen een kleine revolutie. Maar de subsidie blijft wèl bestaan voor jonge moeders met kinderen tot en met zes jaar”, zegt Sap. Ook wijst ze erop dat de sollicitatieplicht voor jonge moeders in de bijstand vervalt.

„Het kabinet zendt een dubbele boodschap uit. Nederland werkt, maar jonge moeders niet”, zegt Sap. Voor deze groep, en met name voor het lager opgeleide deel ervan, blijft werken weinig tot niet lonend. Een dergelijk beleid werkt volgens Sap averechts. „Jonge vrouwen worden met fiscale prikkels verleid de eerste jaren met kinderen thuis te blijven, maar juist daardoor krijgen ze te maken met een gat in hun loopbaan dat hen later opbreekt.” Het gebrek aan politieke consensus over een werkelijk emancipatiebeleid, leidt tot halfslachtige oplossingen, meent de econoom.

Een ander knelpunt: de arbeidsmarkt voor oudere werknemers. Die is helemaal uit balans, zegt Sap. Ze verwijst naar recent onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Nidi in Den Haag. In het rapport Oudere werknemers door de lens van de werkgever stellen onderzoekers van het instituut vast dat de arbeidsparticipatie van oudere werknemers buitengewoon laag is. Vorig jaar werkte 58 procent van de mensen tussen 55 en 64 jaar niet. Bij de groep tussen de 60 en 64 jaar was de groep inactieve ouderen (op de arbeidsmarkt) zelfs 80 procent.

Barrières worden om te beginnen opgeworpen door de werkgevers zelf, blijkt uit het Nidi-onderzoek. Slechts één procent van de loonsom in bedrijven wordt aan scholing voor ouderen besteed. Bedroevend weinig, zegt Sap. „De werkvloer is weerbarstig. Werkgevers beschouwen ouderen als weinig productief, te duur en ze denken dat oudere werknemers vaker ziek zijn, maar dat is niet zo.”

Veel oudere werknemers zijn er van de weeromstuit op gericht eerder uit het arbeidsproces te stappen. Uit onderzoek van het Expertisecentrum Leeftijd blijkt dat het grootste deel van de levensloopuitgaven besteed wordt aan flexibel pensioen en seniorenregelingen (vrije dagen). Slechts een schamele vijf procent gaat naar de combinatie van arbeid en zorg.

„In het Verenigd Koninkrijk en Scandinavische landen blijkt dat het anders kan. Daar is de arbeidsparticipatie van oudere werknemers aanzienlijk hoger. En de kans op werk voor werkloze ouderen is in die landen groter”. Er is volgens haar een grote cultuuromslag nodig bij werkgevers én werknemers om deze situatie te keren.

„Stel arbeidsorganisaties meer in op flexibele werktijden zodat beide ouders het werken gemakkelijker wordt gemaakt”, zegt Sap. „Bouw de seniorenregelingen af en zet ze om in investeringen in oudere werknemers. Zekerheid moet geruild worden tegen flexibiliteit en scholingsrechten. Anders kunnen de tekorten op de arbeidsmarkt niet serieus worden opgevangen.”