Beautiful People leert ons kijken

Liza May Post: ‘Bound’, 1996 Foto Galerie Lisson, Londen Galerie Lisson

Tentoonstelling: Beautiful People, t/m 6 jan. Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Di t/m zo, 11-17u. 058 - 255 55 09 & www.friesmuseum.nl

Schoonheidsidealen kunnen leiden tot verknipte zelfbeelden, zoals onlangs bij de reclamecampagne die fotograaf Oliveiro Toscani bij de opening van de Fashion Week in Milaan lanceerde. Vanaf een enorm billboard keek een uitgehongerd model ons met holle ogen aan. Het was een pijnlijk beeld, bedoeld als commentaar op anorexia en op een doorgeslagen slankheidsideaal.

Sinds de seksuele revolutie van de jaren zestig en de feministische kritiek op de vrouw als lustobject in de jaren zeventig is het vrouwbeeld alleen maar grotesker geworden. We moeten allemaal jong, dun en lekker zijn. Ook de politiek heeft van het verstoorde vrouwbeeld een agendapunt gemaakt. Minister Plasterk kondigde onlangs aan dat hij af wil van de vrouw als lustobject.

De expositie Beautiful People in het Fries Museum snijdt dus een actueel thema aan. De Spaanse gastcurator Miquel Bardagil brengt hier werken bijeen van gerenommeerde kunstenaars als Liza May Post, Sarah Jones, Berlinde de Bruyckere en Raymond Pettibon, die allemaal gaan over een subtiele, subjectieve schoonheid. Beauty is in the eye of the beholder, zo lijkt Bardagil te willen zeggen. In een kort filmpje van Jack Goldstein (A Ballet Shoe, 1975) balanceert een voet in een balletschoen. Twee mannenhanden halen voorzichtig het lintje om de enkel los. Dit is een teer werkje, lieflijk, en bijna erotisch.

Het ideaalbeeld dat op Beautiful People geschetst wordt, is juist een innerlijke, onverwachte en soms zwartgallige schoonheid. Bardagil laat zijn publiek in het ongewisse: als je de schoonheid niet ziet, ligt het aan jezelf.

Beautiful People gaat dan ook vooral over kijken, over hoe beelden elkaar beïnvloeden en hoe betekenissen kunnen worden gemanipuleerd door bijvoorbeeld beeldvolgorde. Dat zien we mooi in de fotoreeks Gradiva (1982) van Victor Burgin. De foto’s verhalen van de obsessie van een wetenschapper voor een vrouw die op een Grieks reliëf is uitgehakt in steen. Detectiveachtige foto’s van een echte vrouw scheppen het verhaal: hij meent haar overal op straat te herkennen. Dit gaat over obsessie, maar de foto’s zijn vooral suggestie – dat de vrouw van het reliëf zou bestaan, in een ooghoek, of op een affiche op straat. De psyche van de mens, zo toont Burgin met dit werk, is altijd op zoek naar liefde, naar schoonheid.

Claude Closky is met zijn beelden van een zongebruind stel tegen een diepblauwe zee feitelijk schatplichtig aan Burgins eerdere werk. In de jaren zeventig maakte hij een serie posters waarin de reclamewereld haarscherp werd gefileerd door confronterende teksten bij de beelden. Closky doet iets vergelijkbaars: zijn zonnig stel is te potsierlijk, te plastic.

Juist doordat Bardagil niet heeft gekozen voor een frontale aanval op een corrupt schoonheidsideaal, waait er een positieve wind door de expositie. Hoewel niet elk werk even goed te plaatsen is, is het gezeer de moeite waard. Zoeken naar rare schoonheid, gekke dingen die in het oog springen, dat kun je nog lang volhouden, ook als je het museum allang weer verlaten hebt.