AIVD: meer jongeren volgen radicale islam

De radicale islam wint in Nederland aan populariteit. Het gaat om een niet-gewelddadige maar wel een zeer onverdraagzame en anti-democratische variant, het politiek salafisme. Dat blijkt uit een vanochtend gepubliceerd rapport ‘Radicale dawa in verandering, de opkomst van islamitisch neoradicalisme in Nederland’ van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

Volgens de AIVD is er een harde kern van vijftien à twintig salafistische predikers, ultraorthodoxen die oproepen tot een terugkeer naar de zuivere islam. Daarnaast zijn er nog eens twintig predikers in opleiding die door het land lezingen houden in dertig tot 35 moskeeën en jongerencentra.

Een groep van 2.500 ‘neoradicalen’ (vooral tweede generatiejongeren, vaak in Nederland geboren en in elk geval hier opgegroeid) staat direct onder hun invloed. Daarnaast bereiken ze ongeveer 20.000 tot 30.000 jongeren via lezingen, opleidingen en internet. Tussen 2005 en 2007 is het aantal predikers, het aantal lezingen, het aantal islamitische jongerencentra ten minste verdubbeld. Ook het aantal bezoekers neemt toe.

Steeds minder moslims zijn bereid tot geweld, stelt de AIVD in het rapport. Wel is het gevaar dat de radicale moslims zich steeds meer van de Nederlandse samenleving zullen afkeren. En dat relaties tussen moslims en niet-moslims en moslims onderling, verstoord zullen raken, schrijft de AIVD.

De neoradicalen, een nieuwe term van de AIVD, streven er naar „geïslamiseerde enclaves in te richten waarin de islamitische wetten gelden boven de wetten van de Nederlandse of Europese overheden”. Gematigde moslims raken hierdoor geïntimideerd. „Vanuit deze enclaves moeten machtsbolwerken ontstaan die als bruggenhoofd kunnen dienen voor het vergroten van macht en maatschappelijke invloed.”

Juist vanwege het afwijzen van geweld en de specifieke aard van de boodschap, bereikt het neoradicalisme een veel grotere doelgroep en kan het zelfs uitgroeien tot een massabeweging, waarschuwt de AIVD. Of dat gebeurt, schrijft de inlichtingendienst, hangt af van de manier waarop deze nieuwe stroming wordt aangepakt.

De AIVD bekritiseert in dat kader het debat over moslimradicalisme in Nederland. Dat wordt nu vooral gedomineerd door ‘relativisten’ die zeggen dat radicalisering een voorbijgaand symptoom van emancipatie van moslims is, en ‘absolutisten’ die waarschuwen voor een dreigende islamisering van Nederland. Een „meer realistische benadering” is volgens de AIVD nodig om radicalisering te bestrijden.