Verbeter de wereld, vang de boeven

Willem Woelders ís het Amsterdamse politiekorps. Loyaal aan collega’s en doorgaans gesloten. Zijn carrière begon op straat maar hij gaf al snel leiding. Toen het korps te weinig tegen de georganiseerde misdaad ondernam, richtte hij de schijnwerpers erop. Nu vertrekt hij naar Utrecht.

Ergens in de jaren tachtig. Het is middernacht. De Amsterdamse politie-inspecteurs Ad Smit en Willem Woelders staan voor een kraakpand in de Leidsedwarsstraat. Ze hebben klachten gehad van buurtbewoners. Uit het pand komt keiharde muziek. Ze kijken even naar de deur. Woelders knikt. We kunnen hier wel blijven staan, maar dan gebeurt er niets, zegt hij. Ze lopen naar binnen. Daar is een feest aan de gang. Niemand let op Woelders en Smit. Even wachten ze. Dan beent Woelders recht op de geluidsinstallatie af en neemt die onder zijn arm. De muziek stopt abrupt. De krakers vliegen op de twee af. Duwend en trekkend komen Smit en Woelders buiten.

Voetbalstadion Amsterdam Arena, vorige maand. Het Nederlands elftal speelt tegen Bulgarije. Jarenlang heeft Willem Woelders bij wedstrijden het commando gevoerd over de Mobiele Eenheid, die de orde moet bewaken. Vanavond is zijn laatste keer. Net voor de wedstrijd begint, verschijnt er ineens een enorme tekst op het scorebord. ‘Willem bedankt!’, staat er. Geregeld door een bevriende politieman.

Vorige week nam Willem Woelders (49) afscheid als recherchechef van de Amsterdam politie. En hij deed daarbij iets ongebruikelijks, althans voor de Amsterdamse politie: hij vertelde openlijk over de problemen waar het korps mee kampt. Dat hij de laatste jaren steeds pijnlijke keuzes moest maken, door personeelstekort. Dat zaken over kinderporno, mensenhandel en gedwongen prostitutie regelmatig blijven liggen. Hij zei ook dat een groep jonge Marokkanen klaar staat om door te stoten naar de top van de Nederlandse criminaliteit, nu de (deels) Nederlandse groep rond Willem Holleeder wordt aangepakt. Ruim 25 jaar werkte Woelders in de hoofdstad. Nu wordt hij plaatsvervangend korpschef in Utrecht.

Willem is een echte Amsterdamse politieman, zegt Olivier Dutilh, chef Zware Criminaliteit van het Amsterdamse korps. Wat dat betekent? Lef en een hekel aan hiërarchie. Woelders is altijd loyaal aan de politie, zegt Tweede Kamerlid en oud-officier van justitie Fred Teeven. „Hij weet dat het Openbaar Ministerie en de politie verschillende belangen hebben. Je hebt agenten die aan het handje van de officier van justitie lopen. Prettig voor een officier, maar de korpsleiding heeft soms heel andere prioriteiten. Woelders zal nooit met het OM meelopen.” Een beetje een Fawlty Towers-figuur, met zijn lange lijf, zegt collega Ad Smit. Soms kan hij wat terughoudend overkomen, zegt vriend Arjo van der Meij. Dat is zijn Friese opvoeding, denkt Smit.

Nog een anekdote over Willem Woelders. Begin jaren tachtig werken Ad Smit en hij in de Bijlmer. Dealers en junks beheersen het straatbeeld. Elke week is er wel een moord of een schietpartij. Het politiebureau is niet meer dan een houten keet. Als ze zich omkleden, slaan de agenten eerst hard met de gummiknuppel op de kast in het kleedhok. Zodat de meeste muizen en ratten verdwijnen. Van die omstandigheden werden ze baldadig, vertelt Smit. Dan gooiden ze voor de gein vuurwerk onder de stoel van Joop van Riessen (later plv. korpschef), de baas van het bureau. En als Van Riessen dan riep dat het afgelopen moest zijn, kwam Willem in actie, zegt Smit. „Die gooide dan nog een duizendklapper onder het bureau van Joop.”

Jongensboekverhalen zijn het, over de politiecarrière van Woelders. Van Amsterdamse jongens die agent werden om boeven te vangen, om de wereld een beetje te verbeteren. En af en toe een geintje uithalen, om de rottigheid die ze tegenkomen van zich af te zetten.

Maar kan een echte politieman ook functioneren als plaatsvervangend korpschef? Waarbij je moet schipperen tussen politie en politiek?

Elke zondagavond huurt Woelders in zijn woonplaats Weesp met vrienden een sporthal om te voetballen. Woelders speelt altijd voorin. Lenig is hij niet, maar hij kan goed schieten, zegt Van der Meij. Hij loopt ook hard. Afgelopen april liep hij de Geinloop, tien kilometer. Hij deed er 57 minuten en 19 seconden over en werd 242ste. Als Ajax speelt, zit Woelders altijd op de tribune als supporter. Op de eerste ring, schuin achter het doel, aan de noordkant.

Al zeventien jaar doet hij met Van der Meij mee aan de Nacht van Weesp, een soort puzzeltocht met de auto. Woelders kan goed kaartlezen en haalt snel de dubbele bodems uit de vraagstelling, vertelt Van der Meij. In 1998 eindigden ze op de eerste plaats. Woelders werd in Amsterdam geboren, maar groeide op in Friesland, omdat zijn vader daar werkte. Ruim vijfentwintig jaar kent Ad Smit Woelders al, maar veel meer dan deze weetjes over het privéleven van zijn „maatje” weet hij niet. „Dat schermt hij af.”

Willem Woelders werd in 1995 juist bekend toen criminelen probeerden zijn privéleven binnen te dringen. Hij leidde als hoofdinspecteur het onderzoek tegen ex-autocoureur en drugshandelaar Charles Z.. Die probeerde vervolgens verboden opsporingsmethoden van de politie te achterhalen en haalde daarbij alles uit de kast. Politie- en justitiemedewerkers werden afgeluisterd, gevolgd en geïntimideerd. Woelders was slachtoffer. Zijn telefoon thuis werd afgetapt, en het bendelid Roy P. belde bij hem aan voor een gesprekje. Deze criminele contrastrategie werd later onderzocht tijdens IRT-affaire en het parlementaire onderzoek naar ontoelaatbare opsporingsmethodes. Woelders was in 1994 chef geworden van het kernteam Amsterdam-Amstelland, de opvolger van het omstreden en opgeheven IRT-team Amstelland-Utrecht.

Door die IRT-affaire is Woelders scherp op wat wel en niet kan, zegt Dutilh. Volgens hem denken mensen vaak dat ze bij de Amsterdamse politie „voortdurend dingen doen die niet mogen”. Onzin, zegt hij. „Als hier iets gebeurt wat niet mag, dan vlieg je er bij Woelders meteen uit.” Woelders is ook lid van de Centrale Toetsingscommissie (CTC), een intern adviesorgaan van het College van procureurs-generaal dat adviseert over bijzondere opsporingsbevoegdheden.

Woelders sjoemelt nooit, zegt Ad Smit. Je kunt heel veel weten, maar dat is wat anders dan bewijs hebben. „En Willem zal daar nooit mee knoeien.” Neem de zaak Charles Z.. Smit vraagt zich af of hij zelf niet „een truc” zou hebben uitgehaald om die vent te pakken. Maar dat zou Woelders nooit doen, dat weet Smit zeker. Woelders kan ook heel kwaad worden over notarissen of advocaten die afwijken van ‘de spelregels’ en foute zaken doen met de onderwereld.

Dat Woelders carrière zou maken binnen de politie, had Fred Teeven altijd wel gedacht. Hij zegt het zo: je hebt bij de politie altijd een kaartenbakje met mensen die in aanmerking komen voor hoge posities. Zoek je de randen op, dan ga je uit dat bakje. „Hij is altijd in staat geweest in dat bakje te blijven.” Volgens Teeven kan Woelders goede mensen om zich heen verzamelen. „Hij is zelf geen superrechercheur, maar weet wie hij daarvoor moet hebben.”

Als hij vertrouwen in je heeft, geeft hij je de ruimte, zegt Olivier Dutilh. Hij belt af en toe om op de hoogte te blijven maar loopt niet voortdurend binnen om de boel te sturen. „Zijn mailtjes zijn ook vreselijk kort. Olivier, doe maar, Willem. Of: Olivier, het is goed, Willem.”

In 1997 was de Eurotop in Amsterdam. Woelders was verantwoordelijk voor de openbare orde. Het was bekend dat „linksen en autonomen” actie wilden, zegt Dutilh. Er moest een draaiboek komen. Dat schreef Woelders niet zelf. Daar had hij mensen voor.

Na de Eurotop was er grote kritiek op het optreden van de politie. De Commissie voor Politieklachten oordeelde dat de politie ten onrechte honderden betogers had gearresteerd op grond van artikel 140, lidmaatschap van een criminele organisatie. Zij werden enkele dagen vastgehouden, zodat ze de top niet verder konden verstoren.

Kort na die top was de viering van koningin Beatrix’ zestigste verjaardag. Woelders kreeg weer de openbare orde. Dutilh weet het nog precies. Woelders moest opnieuw voor een draaiboek zorgen, maar had daar weinig zin in. Telkens kreeg hij de vraag van zijn superieuren waar dat draaiboek nou bleef. Na de zoveelste keer zei Woelders dat het er aan kwam. Hij liep naar zijn kamer, kwam terug en gooide een draaiboek op tafel. Bleek het het draaiboek van de Europtop te zijn. Dutilh lacht. „Hij had overal met rode pen Eurotop doorgekrast en vervangen door Bea 60.”

Drie jaar geleden werd Woelders chef van de recherche in Amsterdam. Hij heeft ervoor gezorgd dat er weer aandacht voor de opsporing kwam binnen de politie Amsterdam, zeggen zijn collega’s. Die aandacht was verslapt. Vanaf de jaren 80 waren de wijkteams heilig, zegt Ad Smit. „Blauw op straat, daar ging het jarenlang om.” Maar Woelders wilde dat er eindelijk echt iets aan de vele liquidaties in de Amsterdamse onderwereld zou gebeuren. Hij liet zijn rechercheurs eindeloos doorspitten. Smit: „We stonden ongeveer met 6-0 achter tegen de georganiseerde misdaad. Nu is het op zijn minst gelijkspel, met alle mensen die vastzitten en de huidige rechtszaken.”

Woelders is van de snelle analyse en de snelle oplossing, zegt plaatsvervangend Amsterdams hoofdofficier Frits van Straelen. Samen deden ze in 2005 het onderzoek naar de ontvoering van Claudia Melchers. Vader Melchers maakte het onderzoek niet echt eenvoudig, vertelt Dutilh. De steenrijke Melchers nam advocaten in de arm en begon zelf ook acties, zoals het openen van een tiplijn. Op een goed moment was Melchers verbolgen dat hij door twee jonge dienders was opgehaald om in Amsterdam verklaringen af te leggen. „Toen is Woelders op een middag in de auto gestapt en naar het landgoed van Melchers in het Oosten van het land gereden.” Van Straelen ging met Woelders mee. Woelders wist tactisch te opereren, zegt Van Straelen. „We mochten uiteindelijk de tiplijn die Melcher geopend had afluisteren. Voor zo’n afspraak is tact nodig.”

Wellicht dat Woelders zich in 2002 al voorbereidde op een hoge publieke functie binnen de politie. Dat jaar studeerde hij af aan de Nederlands School voor Openbaar Bestuur (NSOB) als master of public administration.

Zijn eindscriptie schreef hij met onder anderen huidig Tweede Kamerlid Laetitia Griffith (VVD), toen justitieambtenaar. Ze onderzochten de capaciteitsproblemen bij de politie en het Openbaar Ministerie. Die waren enorm, hadden een jaar daarvoor de ministers Korthals (VVD, Justitie) en De Vries (PvdA, Binnenlandse Zaken) geconcludeerd. Die ministers stelden vast dat duizenden zaken op de plank bleven liggen door gebrek aan personeel en dat onderzoeken onbehandeld bleven. Gevolg? Extreem lage pakkans en trage afhandeling.

Verkiezingsretoriek, concludeerden Woelders en Griffith in hun scriptie. De cijfers waren volgens hen uit de lucht gegrepen. „Het lijkt er op dat de nota Criminaliteitsbeheersing vooral heeft gediend om de claim voor extra capaciteit op de politiek agenda te krijgen ten behoeve van de kabinetsformatie in 2002.” Ook concludeerden ze dat ‘meer blauw op straat’ en meer politiemensen niet per definitie tot meer opsporing leidden. Juist met deze vragen zal hij in de korpsleiding in Utrecht ook te maken krijgen.

Hij heeft een feilloos politiek gevoel, zegt Fred Teeven. „Hij weet hoe de hazen lopen.” Neem zijn uitspraken over Marokkanen die klaar staan om belangrijke criminelen te worden. Opmerkelijk? Dat wel, maar dat is van tevoren afgesproken met korpschef Bernard Welten. Daar is Teeven van overtuigd. „Hij zal nooit de korpsleiding in problemen brengen.”

Woelders heeft op lokaal niveau wel ervaring met de politiek, zegt Van Straelen. „Dat zal hem in Utrecht van pas komen.” Maar hij is benieuwd of Woelders op zijn plek is in het krachtenveld tussen politiek en politie. „Hij zoekt altijd zo snel en direct mogelijk naar oplossingen. Misschien dat dat nog wel eens kan botsen. Bestuurlijk Nederland is vaak niet gecharmeerd van de snelle oplossing.”