Snelwandelaars moeten hun eigen zaakjes regelen

Snelwandelen is een sport voor veteranen. Jongeren zijn niet geïnteresseerd. Vanwege dat mallotige loopje en omdat er doorzettingsvermogen wordt verlangd. En dan houdt de KNAU zich ook nog afzijdig.

De topdrie bij het Nederlands kampioenschap snelwandelen (50 kilometer) met van links naar rechts Pedro Huntjens, Victor Mennen en Marcelino Sobczak. Foto Merlin Daleman De topdrie bij het NK snelwandelen (50 kilometer) v.l.n.r.: Pedro Huntjens, Victor Mennen en Marcelino Sobczak. Gemiddelde leeftijd: 41 jaar. Foto Merlin Daleman Nederland, Tilburg, 07-10-07 NK snelwandelen 50 kilometer. nr.1 Pedro Huntjens, nr.2 Victor Mennen, nr.3 Marcelino Sobczak. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Henk Stouwdam

Even voorstellen, het podium bij het Nederlands kampioenschap snelwandelen over 50 kilometer, gisteren in Tilburg: 1. Victor Mennen, 44 jaar; 2. Pedro Huntjens, 40 jaar; 3. Marcelino Sobczak, 39 jaar.

De jeugd verslagen? Nee, want die was er niet. Snelwandelen is op nationaal niveau een veteranensport. En een discipline die door de atletiekunie (KNAU) nauwelijks serieus wordt genomen. „Ach, het bestaat, het wordt beoefend en wij laten het kampioenschap doorgaan zo lang er behoefte aan is”, zegt bestuurslid Aad Grimbergen, die gisteren naar Tilburg was gekomen om de prijzen uit te reiken.

Grimbergen arriveert op het fraaie, verkeersvrije parkoers van de wielervereniging Pijnenburg als de wedstrijd bijna vier uur is gevorderd. Zijn late komst symboliseert de losse band tussen de atletiekunie en snelwandelaars. Maar het is geen teken van desinteresse, haast Grimbergen te zeggen. „Mijn aanwezigheid is het bewijs dat de bond het snelwandelen niet negeert. Nee, we stoppen er geen geld meer in. Maar dat heeft met het lage niveau te maken. Onze prioriteiten liggen bij andere disciplines.”

De snelwandelaars winden zich er niet meer over op. Zij weten niet beter of ze moeten hun eigen zaakjes regelen en de motivatie uit zichzelf halen. Snelwandelen is een sport in de marge, die door buitenstaanders ook nog eens als mallotig wordt afgeschilderd. Dat merkwaardige loopje met dat wiegen van de heupen spreekt niet tot verbeelding van jongeren. Anders zouden er wel meer beoefenaars zijn van de generatie Jacques van Bremen (23) en zijn twee jaar oudere broer Robert.

Jacques van Bremen, die Nederlands kampioen op de 20 kilometer is en gisteren in een bijnummer die afstand overtuigend won, geldt als een snelwandelaar die de toekomst zou kunnen hebben. Hij heeft er de kwaliteiten voor, maar mist vooralsnog de ambitie om door te stoten naar internationaal niveau. „Ik heb er eenvoudigweg de tijd niet voor”, zegt de student rechten uit Elst. „Ik train nu vier à vijf keer per week. Dat zou ik moeten opvoeren tot tweemaal per dag. Pas als ik mijn studie heb afgerond wil er ik over nadenken om me een jaar volledig op het snelwandelen te richten, met als doel bijvoorbeeld deelname aan de Olympische Spelen. Zo heeft Harold van Beek het vijftien naar geleden gedaan. En hij haalde er de Spelen van 1992 in Barcelona mee.”

Hoewel Van Bremen best wat steun van de atletiekunie zou kunnen gebruiken, begrijpt hij dat de bond eerst prestaties verlangt. „Op dat gebied laten wij het afweten”, erkent Van Bremen. Aan de andere kant vindt hij de houding van de bond te passief. „Vroeger hadden we nog een eigen bondscoach, maar tegenwoordig vallen we onder de bondscoach voor het langeafstandslopen. Maar ik heb de man nog nooit gesproken. Sterker, ik weet niet eens wie het is.”

Hoewel hij als 55-jarige atleet niet meer de toekomst van het snelwandelen is, heeft Theo Koenis nog steeds behoefte aan begeleiding. Hij was gisteren zelfs speciaal vanuit zijn woonplaats Hoorn naar Tilburg gekomen, om buiten mededinging een aantal ronden te lopen, zodat de kenners hem van technische adviezen konden voorzien. Koenis, die naar eigen zeggen strijd om de derde plaats had kunnen leveren, herstelt van een schouderblessure en vreest als gevolg daarvan een afwijking in zijn loophouding. „Nee, die kennis is op mijn club Hollandia niet aanwezig. De heren trainers weten niets van snelwandelen.” Of Koenis er baat bij heeft, is de vraag. Waar de één geen aanmerkingen heeft, meldt een ander dat zijn linkerschouder tijdens het lopen wat ‘afhangt’.

Maar Koenis is ook een socializer, die naar Tilburg is gekomen omdat hij graag temidden van snelwandelaars verblijft. Kan hij zijn sport bedrijven zonder weggehoond of bespot te worden. Want daarvan zijn voorbeelden te over. „Tijdens de Dam tot Damloop kreeg ik ooit te horen dat ‘het mijn terrein niet is’. Een opmerking die voortkomt uit frustratie. Lopers denken mij gemakkelijk bij te kunnen houden en reageren zich af als ze merken hoe moeilijk dat is. En wat ik tijdens trainingen door voorbijgangers allemaal naar mijn hoofd krijg geslingerd, is ook irritant. Vooral toerfietsers hebben daar een handje van. Wat ze zoal zeggen? ‘Kun je niet harder’ en ‘ze hebben ‘m al hoor’ of ‘oh, wat een lekker kontje’.”

Het zijn juist dergelijke vooroordelen die jongeren ervan weerhouden te gaan snelwandelen. Maar niet alleen dat, zegt Koenis. Het is volgens hem ook een gebrek aan karakter. „Ze missen doorzettingsvermogen. Op de 50 kilometer ga je onderweg een paar keer ‘dood’. Daar moet je je doorheen. Maar dat hebben jongeren er niet voor over.”

Lees meer via www.rotterdamsewandelsportvereniging.nl