Sneeuw en zon

De bewoners van twee hoge flats aan de voet van de Erasmusbrug keken gisteren raar op toen ze naar buiten keken. De zon scheen, maar er lag sneeuw. In een paar dagen tijd was er voor hun neus een skipiste met een schans van 38 meter gebouwd, voor de Snowboard World Cup. Zaterdagnacht hadden vrachtwagens met echte sneeuw af en aan gereden.

Ik stond beneden op de brug en keek omhoog naar de toppen van de flats. Daar ergens, nog veel hoger dan het plateau waarvan de snowboarders vertrokken, moest het Rotterdamse appartement van Robin van Persie zich bevinden. Hij was er natuurlijk niet. Eerder op de dag speelde hij met Arsenal. Hij maakte twee doelpunten, één briljante vrije trap en de winnende goal. Het was wel wat voor Van Persie geweest, dat snowboardevenement. De sport was onderdeel van een buitenfeestje met veel muziek en uiterlijk vertoon. Zonder wieltjes of plank onder je voeten telde je niet mee. Petjes en bedrukte T-shirts en slobberbroeken waren een must.

Fun, fast and flow.

Dit was de eerste keer dat ik mij aan het snowboarden overgaf. Ik kende geen regels, wist niets van de techniek op zo’n smal houten bord, laat staan van de puntentelling of jurering. Gelukkig was er een schreeuwende master of ceremony.

Na vier sprongen werd mij langzaam maar zeker duidelijk dat ik het snowboardjargon niet snel meester zou zijn: ‘Komtie! Frontside… 900. In de achteruitversnelling helemaal droog landen. Technisch is dat een 720. Switch… moeilijk, moeilijk. Kom op, Rotterdam, laat je horen!’

Het publiek beneden aan de piste gaf ruim applaus aan de Finse jongen die zich, eenmaal beneden, met een handige beweging van zijn snowboard ontdeed. De dj zette een hiphopnummer in. Op 38 meter hoogte verscheen weer een nieuwe jongen op de schans. ‘Hoppa! Zet jij effe de propeller aan, brrrr. Een rondje, twee rondjes, handje, ja, fijne grab!’

Ik stond er maar een beetje bij en begroette iemand iets te populair met ‘yo’. Dit was geen sportevenement, dit was een manier om de dag lekker door te komen. Cola Zero in de hand, beetje deinen op de muziek, af en toe een sprongetje meepikken. De presentator wilde alleen maar ‘goeie vibes’ en vroeg een jongen op het balkon van de flat zijn Ajaxshirt uit te doen.

De sneeuw smolt snel. Tijdens de finale gleden de twee overgebleven snowboarders - sorry: ik moet ‘riders’ zeggen – met hun board over een koud papje. Maar ze bleven staan. Wie er won was nauwelijks te zien. Beneden op de piste knuffelden ze elkaar als dikke vrienden.

Als je maar lol hebt.

En zo’n dag was het, een draaidag van een feelgoodmovie. Zon, sneeuw, skiën, drank, lekkere muziek. Vet, man. Niks aan het handje. De snowboarders begonnen tegen zessen aan de afterparty, Van Persie hing vermoedelijk tevreden met vrouw en kind op de bank in Londen.

Terwijl het onder de skischans pijpenstelen regende van de smeltende sneeuw, liep ik in het laatste zonnetje van het jaar terug naar huis.

Op de brug kreeg ik een sms: ‘Alves scoort zeven keer!’ Heerlijk. Een doelpuntenrecord van een Braziliaan in Holland. Hoorde helemaal bij deze zondag.

’s Avonds, bij het zien van het droeve gezicht van Ajaxtrainer en Chelsea’s toekomstige veldmaarschalk Henk ten Cate op de televisie, voelde ik een koud briesje door mijn raam glippen. Het deed een beetje afbreuk aan een verder zo zorgeloze dag.