Schilderij Monet fors beschadigd

Vandalen hebben in de nacht van zaterdag op zondag in het Musée d’Orsay in Parijs het schilderij Le Pont d’Argentueilvan Claude Monet ernstig beschadigd. Monet schilderde de voorstelling in 1874. Volgens het ministerie van Cultuur dat de inbraak gisteren bekendmaakte, is het doek over een lengte van zeker tien centimeter gescheurd. Men vermoedt dat er in het museum is ingebroken door een groep van vier of vijf aangeschoten jongeren. Toen het alarm van het museum afging, gingen ze ervandoor en beschadigden ze het schilderij. Er zijn geen aanhoudingen verricht.

Het Musée d’Orsay werd in 1986 geopend in een voormalig treinstation. Het herbergt Frankrijks grootste collectie kunst uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw. De Franse minister van Cultuur Christine Albanel zei gisteravond dat er strengere straffen moeten komen voor vandalen die kunstwerken vernielen. Volgens haar kan de beschadiging aan de Monet hoogstwaarschijnlijk wel worden hersteld.

Het komt vaker voor dat schilderijen worden vernield. Op 26 juni 2006 probeerde een 69-jarig Duitser in het Rijksmuseum in Amsterdam een schilderij te vernielen door het schilderij Schuttersmaaltijd ter viering van de Vrede van Munster van Bartholomeus van der Helst met aanstekerbenzine te bespuiten en het vervolgens in brand te steken. Dankzij snel ingrijpen kon het schilderij worden gered. In Duitsland zitten de waardevolle schilderijen achter glas en de dader kreeg daar een museumverbod.

Andere vernielingen in Nederland waren het kapot snijden van twee Barnett Newmans in 1986 en 1997, en een Picasso in 1999. In 1990 was er een zuuraanval op de Nachtwacht in 1990, en het met dollartekens bespuiten van een Malevitsj in 1997.