Samen musiceren helpt duurzame integratie

Rotterdam gaat met muziek bruggen slaan tussen verschillende bevolkingsgroepen. Woensdag geeft prinses Máxima het startschot voor het stadsbrede programma Music Matters.

Geluiddempende oordoppen zijn geen overbodige luxe in de brassbandschool aan de Dalweg in Rotterdam-Zuid. Vol overgave werpen de leerlingen zich op hun trommels, onder toeziend oog van projectleider Mimoun Himmit. Die glimt zaterdagmiddag aan het einde van de oefensessie van oor tot oor in de aanpalende oefenruimte. „Het niveau gaat met sprongen vooruit”, zegt de gitarist van Marokkaanse afkomst, die sinds een jaar leiding geeft aan de merendeels Antilliaanse muzikanten.

Die progressie is volgens Himmit (36) grotendeels te danken aan de inbreng van een vakdocent: trombonist Klaas van Slageren uit Friesland. „Iemand met een klassieke opleiding van wie je niet zou verwachten dat hij zich zou bemoeien met een brassband”, zegt Himmit. „Maar juist die niet-alledaagse combinatie biedt ongekende mogelijkheden.”

In Himmits brassbandschool werden zaterdag de laatste repetities gehouden voor wat hij grijnzend „de grote dag” noemt. Woensdag verzorgen zijn leerlingen een optreden op het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid.

De muziekmanifestatie, die zal worden bijgewoond door prinses Máxima, is het officiële startsein van het project Music Matters dat, aldus coördinator Marieke Knol, „een brug tussen de verschillende culturen in Rotterdam wil slaan, vanuit de gedachte dat muziek de enige echte universele taal is die iedereen verstaat”. De gemeente Rotterdam steekt tot en met 2010 jaarlijks 450.000 euro in het publiek-private initiatief, waarin negen instellingen samenwerken.

Een impuls kan de muticulturele havenstad met 172 nationaliteiten goed gebruiken, stellen critici van het cultuurleven. Rotterdam is niet alleen een jonge stad (ruim eenderde van de 584.046 inwoners is jonger dan dertig), Rotterdam is volgens hen ook een verdeelde stad, zeker op cultureel vlak.

Begin dit jaar luidde de ongekroonde koning van het Rotterdamse uitgaansleven, Ted Langenbach, de noodklok. Was volgens de partyorganisator in de jaren negentig nog sprake van „pluriformiteit op de dansvloer”, tegenwoordig trekt iedere bevolkingsgroep zich terug „in zijn eigen etnische feestje”. Een zorgelijke trend, benadrukte Langenbach.

Dat vindt ook directeur Dirk Monsma van de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR), die om die reden anderhalf jaar geleden het Music Matters-project opzette op aanraden van de voormalige voorzitter van de Vereniging Vrienden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Paul van Beek.

„Iedereen trekt zich terug op zijn eigen eilandje, met zijn eigen mensen en zijn eigen gebruiken”, aldus Monsma. „Rotterdam mag dan beschikken over een grote culturele diversiteit, gelet op de vele bevolkingsgroepen die hier leven, is van kruisbestuiving niet of nauwelijks sprake.”

Nieuw is het idee van muziek als sociaal bindmiddel niet. In Berlijn maakte dirigent Simon Rattle met de Berliner Philharmoniker een muziektheatervoorstelling in samenwerking met vierhonderd kinderen uit verschillende wijken. „Muziek kan de afstanden tussen mensen kleiner maken”, zegt Monsma (58), die zich eveneens liet inspireren door het boek Culturele Contrasten, het verhaal van de migranten in Rotterdam (2006) van cultuursocioloog Gabriël van den Brink.

Monsma: „Doe iets om de participatie te bevorderen, luidde zijn advies. Aan die oproep hebben wij gehoor gegeven.” Ook de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling benadrukte dat ‘duurzame integratie’ slechts afgedwongen kan worden door „etniciteitneutrale initiatieven die niet gaan over wat mensen scheidt, maar over wat hen bindt”.

Een speciale rol is weggelegd voor de wijkorkesten. Verspreid over twaalf locaties in de stad krijgen duizend kinderen daar les in verschillende muziekstijlen. Behalve met een viool, een klarinet of een accordeon kunnen zij daar bovendien kennismaken met exotische instrumenten, zoals een Turkse saz of ud, een Noord-Afrikaanse darbuka of een Hindoestaans harmonium.

Music Matters moet uitmonden in een jaarlijkse slotmanifestatie in concertgebouw De Doelen, de thuisbasis van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. „Zodat alle klanken van de stad voor iedereen te horen zijn”, zegt programmamanager Knol, die nog wel op zoek is naar geldschieters voor de Music Night.

Behalve Music Matters lanceert het Rotterdamse stadsbestuur woensdag ook het onderwijsprogramma Ieder kind een instrument. Daarmee beoogt het college ieder kind in staat te stellen om kennis te maken met muziek, en dus met een instrument.

„Geld is vaak de beperkende factor”, zegt Knol. Hoeveel kinderen verstoken zijn of blijven van muzikale vorming, zegt zij niet te weten. „Maar dat het er veel zijn, staat vast. Terwijl uit elk onderzoek blijkt dat creatieve vorming op jonge leeftijd zeer bepalend is voor later.”