Opstand

In Suriname wil de opstand maar niet lukken. En ze hebben er zo hun best voor gedaan. Een terugblik: twee weken geleden kwam er een uitspraak van het zeerechttribunaal van de Verenigde Naties over een maritiem dispuut tussen Suriname en buurland Guyana. Suriname wilde een beetje meer van het water van Guyana en, zoals dat gaat, vice versa. Er wordt olie en gas in de zeebodem vermoed, maar dat is nog door niemand gevonden.

De uitspraak was voor Suriname lichtelijk ongunstig. Maar ja, you win some, you lose some. De president van het land, Ronald Venetiaan, zei het ook ongeveer zo: er is nu eindelijk duidelijkheid.

Iedereen blij? Natuurlijk niet. Want de leider van de oppositie, ex-legerleider Desi Bouterse rook bloed, en de geur van bloed kent hij als geen ander. Op 8 december 1982 zou hij bevel hebben gegeven om vijftien Surinamers om te brengen en daarvoor moet hij nu terechtstaan. Op 30 november aanstaande wordt hij opgehaald, belooft de minister van Justitie.

Wat staat hem te doen? Hij moet verwarring scheppen, een opstand veroorzaken, de macht grijpen, zo denken legerleiders nu eenmaal. Alleen de aanleiding was wat ingewikkeld: het maritieme dispuut. Bouterse deed zijn uiterste best, al kun je van een goede strategie niet spreken. Eerst vroeg hij in zijn hoedanigheid als parlementariër audiëntie bij de president. Hij zou ideeën hebben om de kwestie voor Suriname ten goede te keren. Dat de uitspraak van het VN-tribunaal bindend is, zou hem een zorg zijn. Bouterse is nou eenmaal niet echt een man die gelooft in recht en regels.

De president wenste hem niet te ontvangen. Maar Venetiaan was tactvol genoeg om Bouterse te vragen zijn ideeën schriftelijk aan hem voor te leggen. Daarop besloot Bouterse het hele volk te informeren over zijn ideeën. Een massameeting bij zijn partijgebouw.

Hij opende de avond op een voor hem kenmerkende manier: hij zong een lied en danste wuft. Dat moet men hem nageven, dat kan hij als geen ander. Het volk was inderdaad massaal op komen draven, er waren een paar duizend man. Veel zwervers die een beetje op het gras zaten te drinken, maar volk is volk, iedereen telt.

Toen Bouterse was uitgedanst mocht het publiek een zegje doen. Niet zomaar een zegje, maar een voorgekookt zegje: dat ze het volstrekt eens waren met de ex-legerleider en dat hij de enige was die het land kon redden. Waarvan? Dat bleef geheim. Bouterse zelf liep verveeld weg, hij had die zegjes al zo vaak gehoord.

Maar toen gebeurde iets vreemds. Iemand riep dat we niet meer moeten praten, maar de straat opgaan. De bijval was overdonderend. Iedereen wilde de straat op! En Bouterse werd gesommeerd terug te komen. Hij geloofde zijn ogen en oren niet, zoveel enthousiasme, hier had hij de opstand die hij nodig had. Als jullie op 1 oktober naar het plein komen, en als de opkomst mij tevreden stelt, neem ik de zaak over, zei hij.

Het publiek was in rep en roer, nu zou er iets gebeuren. Bouterse moest helaas vroeg weg, want een vriend van hem was jarig, de revolutie moest wachten.

1 oktober, nu nog 9 uur. Het plein is leeg en met een plastic lint afgesloten. Veel politie, meer politie dan aanhangers van Bouterse. Ik sta onder een boom met uitzicht op het parlement. Nu komt de opstand, dacht ik, net als veel collega’s van de pers. Hier wil je bij zijn. De zon brandt, de wind valt stil, de rivier achter ons moddert wat aan, het wachten is op de opstand, maar waar zijn de opstandelingen? Toch niet de paar honderd man onder de boom?

Alle aandacht gaat uit naar de ceremonie. De jaarrede van de president, Surinames prinsjesdag. Om 10 uur begint het politiekorps het volkslied te spelen. Venetiaan verschijnt, neemt het defilé af. En als hij net linksom wil maken naar het parlementsgebouw, roept een onverlaat: Vene, go home. Zelfs protesteren doen ze hier tegenwoordig in het Engels.

Maar het effect was geweldig: iedereen onder de schaduwrijke boom begon van alles te roepen. Dat het afgelopen moest zijn met de armoede, dat de zeegrens moest worden bewaakt, dat Bouterse aan de macht moest komen. Het aantal mensen onder de boom groeide, maar hoe groot zo’n boom ook is, meer dan vijfhonderd mensen kan hij niet herbergen. En de stemming, die was prima. Mensen scholden vies en vuil en daar moesten anderen hartelijk om lachen. Een speelse revolutie.

Pas om 11 uur kwam er een vrachtwagentje met voorbeschreven borden (alle varianten op Vene go home). En daar was dan eindelijk de ex-legerleider himself: als een Martin Luther King begon hij aan de bevrijdende mars, langs de waterkant, langs de centrale markt. Wat een sensatie, en zoveel pers en camera’s dat het echt ging lijken op een opstand. Maar als je goed keek, zag je dat het bijna een camera was per protesteerder.

Maar Bouterse had geen keus meer: hij moest zijn stoet leiden, hoe erg de zon ook was. En toen hij uitgeput dreigde te raken, nam hij plaats op een verhoging om het woord te voeren tegen de vijfhonderd opstandelingen. Hij was niet goed te horen, omdat de megafoon het niet deed, en tegen de zon moest de grote gewenste leider worden beschermd door een blauwe kinderparaplu.

Hij zag er zo onbeholpen uit, dat iedereen kon zien dat zijn rol is uitgespeeld. Dit was geen opstand. Niet eens een opstootje. Surinamers hebben kennelijk wat anders aan hun hoofd.

ramdas@nrc.nl