Nobelprijs research genen van muis

De Nobelprijs voor geneeskunde en fysiologie is vanmorgen toegekend aan drie wetenschappers die een baanbrekende technologie hebben ontwikkeld om doelgericht genen in muizen uit te schakelen. Deze zogeheten knockout-technologie, ontwikkeld eind jaren tachtig, maakt het mogelijk om muizen te gebruiken als proefdiermodellen voor allerlei menselijke ziekten. Hiermee zijn bijvoorbeeld kanker en diabetes tot in detail onderzocht. Ook heeft de vinding geleid tot grote nieuwe inzichten in de ontwikkelingsbiologie.

De laureaten zijn de Amerikaans-Italiaanse onderzoeker Mario Capecchi (70), de Amerikaan Oliver Smithies (82) en de Brit Martin Evans (66). Capecchi en Smithies werkten beiden aan een techniek waarmee een gen op een chromosoom kan worden vervangen. Evans ontwikkelde een techniek om embryonale stamcellen uit een muizenembryo te winnen.

De combinatie van deze twee onderzoekslijnen leverde in 1986 een krachtige technologie waarmee onderzoekers specifiek elk willekeurig gen van muizen konden veranderen. De eerste publicaties over zulke zogeheten knockout-muizen verschenen in 1989 in de wetenschappelijke bladen. Sindsdien heeft dit onderzoek een grote vlucht genomen. Tegenwoordig zijn er zelfs bedrijven waar onderzoekers op bestelling bijvoorbeeld een ‘Alzheimer-muis’ kunnen kopen.

Ton Berns, wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kankerinstituut, die knockout-muizen eind jaren tachtig als eerst in Nederland introduceerde, vindt de keuze van het Nobelcomité „volkomen terecht”. „Het is een revolutionaire technologie met een enorme impact op het biologisch onderzoek. Ik herinner me nog goed de eerste proeven van Capecchi, daarvan was ik diep onder de indruk.”

De technologie wordt nog altijd veel gebruikt in het onderzoek, vertelt Berns. „De techniek is niet wezenlijk veranderd, al zijn er natuurlijk wel verbeteringen aangebracht die hem veel efficiënter maken. We kunnen nu ook de genen van specifieke cellen beïnvloeden of heel specifieke wijzigingen in een gen aanbrengen.”

Capecchi, Smithies en Evans delen ieder voor eenderde in de 1,09 miljoen euro. Het trio ontving in 2001 al de Lasker Award voor hun wetenschappelijke prestatie. Deze Amerikaanse prijs wordt vaak gezien als een goede voorspeller van toekomstige Nobelprijswinnaars.