NK voor wiegende veertigers

Het NK snelwandelen trekt vooral veteranen.

En de discipline wordt door de atletiekunie nauwelijks serieus genomen. „Ach, het bestaat.”

Even voorstellen, het podium bij het Nederlands kampioenschap snelwandelen over 50 kilometer, gisteren in Tilburg: 1. Victor Mennen, 44 jaar; 2. Pedro Huntjens, 40 jaar; 3. Marcelino Sobczak, 39 jaar.

De jeugd verslagen? Nee, die was er niet. Snelwandelen is op nationaal niveau een veteranensport. En een discipline die door de atletiekunie (KNAU) nauwelijks serieus wordt genomen. „Ach, het bestaat, het wordt beoefend en wij laten het kampioenschap doorgaan zo lang er behoefte aan is”, zegt bestuurslid Aad Grimbergen, die naar Tilburg was gekomen om de prijzen uit te reiken.

Grimbergen arriveert op het fraaie, verkeersvrije parkoers van de wielervereniging Pijnenburg als de wedstrijd bijna vier uur is gevorderd. Zijn late komst symboliseert de losse band tussen de atletiekunie en snelwandelaars. Maar is geen teken van desinteresse, haast Grimbergen te zeggen. „Mijn aanwezigheid is het bewijs dat de bond het snelwandelen niet negeert. Nee, we stoppen er geen geld meer in. Maar dat heeft met het lage niveau te maken. Onze prioriteiten liggen bij andere disciplines.”

De snelwandelaars winden zich er niet meer over op. Zij weten niet beter of ze moeten hun eigen zaakjes regelen en de motivatie uit zichzelf halen. Snelwandelen is een sport in de marge, die door buitenstaanders ook nog eens als mallotig wordt afgeschilderd. Dat merkwaardige loopje met dat wiegen van de heupen spreekt niet tot verbeelding van jongeren. Anders zouden er wel meer beoefenaar zijn van de generatie Jacques van Bremen (23) en zijn twee jaar oudere broer Robert.

Jacques van Bremen, die Nederlands kampioen op de 20 kilometer is en gisteren in een bijnummer die afstand overtuigend won, geldt als een snelwandelaar die de toekomst zou kunnen hebben. Hij heeft er de kwaliteiten voor, maar mist vooralsnog de ambitie om door te stoten naar internationaal niveau. „Ik heb er eenvoudigweg de tijd niet voor”, zegt de student rechten uit Elst. „Ik train nu vier à vijf keer per week. Dat zou ik moeten opvoeren tot tweemaal per dag. Pas als ik mijn studie heb afgerond wil ik erover nadenken om me een jaar volledig op het snelwandelen te richten, met als doel bijvoorbeeld deelname aan de Olympische Spelen. Zo heeft Harold van Beek het vijftien jaar geleden gedaan. En hij haalde er de Spelen van 1992 in Barcelona mee.”

Hoewel Van Bremen best wat steun van de atletiekunie zou kunnen gebruiken, begrijpt hij dat de bond eerst prestaties verlangt. „Op dat gebied laten wij het afweten”, erkent Van Bremen. Aan de andere kant vindt hij de houding van de bond te passief. „Vroeger hadden we nog een eigen bondscoach, maar tegenwoordig vallen we onder de bondscoach voor het langeafstandslopen. Maar ik heb de man nog nooit gesproken. Sterker, ik weet niet eens wie het is.”

Hoewel hij als 55-jarige niet meer de toekomst van het snelwandelen is, heeft Theo Koenis nog steeds behoefte aan begeleiding. Hij is gisteren zelfs speciaal vanuit zijn woonplaats Hoorn naar Tilburg gekomen, om buiten mededinging een aantal ronden te lopen, zodat de kenners hem van technische adviezen kunnen voorzien. Koenis, die naar eigen zeggen strijd om de derde plaats had kunnen leveren, herstelt van een schouderblessure en vreest als gevolg daarvan een afwijking in zijn loophouding. „Nee, die kennis is op mijn club Hollandia niet aanwezig. De heren trainers weten niets van snelwandelen.” Of Koenis er baat bij heeft, is de vraag. Waar de één geen aanmerkingen heeft, meldt een ander dat zijn linkerschouder tijdens het lopen wat ‘afhangt’.

Maar Koenis is ook een socializer, die naar Tilburg is gekomen, omdat hij graag te midden van snelwandelaars verblijft. Kan hij zijn sport bedrijven zonder weggehoond of bespot te worden. Want daarvan zijn voorbeelden te over. „Tijdens de Dam tot Damloop kreeg ik ooit te horen, dat ‘het mijn terrein niet is’. Een opmerking die voortkomt uit frustratie. Lopers denken mij gemakkelijk bij te kunnen houden en reageren zich af als ze merken hoe moeilijk dat is. En wat ik tijdens trainingen door voorbijgangers allemaal naar mijn hoofd krijg geslingerd, is ook irritant. Vooral toerfietsers hebben daar een handje van. Wat ze zoal zeggen? ‘Kun je niet harder’ en ‘ze hebben ’m al hoor’ of ‘oh, wat een lekker kontje’.”

Hans van de Knaap is samen met Ad Leermakers de drijvende kracht achter het Nederlands kampioenschap, dat voor de zevende keer in Tilburg wordt gehouden. Zonder dat tweetal is het volgens KNAU-bestuurslid Grimbergen twijfelachtig of de titelstrijd nog wel zou bestaan. Van de Knaap is secretaris van de Rotterdamse wandelsportvereniging RWV. Die club is lid van de KNAU en zorgt voor de officiële status van het kampioenschap. RWV werkt samen met de wandelsportvereniging Hart van Brabant, die als lid van de wandelsportbond niet bevoegd is het NK snelwandelen te organiseren. Maar die club heeft in snelwandelaar en penningmeester Ad Leermakers wel de enthousiasteling die het voortbestaan van de titelstrijd heeft verzekerd. Leermakers stond op toen de organisatie in Winschoten zeven jaar geleden het NK drie weken voor de afgesproken datum teruggaf. „Omdat ik destijds vanwege rugklachten in de ziektewet zat, lukte me het de organisatie in drie weken rond te krijgen”, vertelt Leermakers.

Waar Leermakers het nijvere baasje achter de titelstrijd is, is Van der Knaap, die ook internationaal scheidsrechter is, de liaison met de KNAU. Maar ondanks die band is het hem niet gelukt toestemming te krijgen voor een officieel NK over 10 kilometer voor vrouwen. De bond wil alleen meewerken aan een titelstrijd over de officiële afstand van 20 kilometer. Waar Van der Knaap die houding te star vindt, omdat dan veel vrouwen afhaken, stelt bestuurslid Grimbergen dat van een wedstrijd toch ook een behoorlijk prestatieniveau mag worden verlangd.