‘Klein landje in Duitse ogen’

Nederland zou meer belangstelling moeten tonen voor ‘onze grootste handelspartner’. Vooral nu we in Duitse ogen ‘een klein land’ zijn geworden.

De Nederlanders en hun grote Duitse buur, nog altijd zijn er de incidenten. Zoals vorig jaar in de aanloop naar het WK voetbal in Duitsland, toen de Oranje Stahlhelm met daarop de tekst ‘Jetzt geht’s los’ populair werd onder supporters van het Nederlands elftal. Ook is het ‘eerst-mijn-fiets- terug’ niet uit te bannen. Maar prins Claus zei in 1998 al dat dit soort incidenten gezien moest worden „als een nationaal epos dat van generatie op generatie wordt overgedragen”.

Beladen is een staatsbezoek van een Duitse president aan Nederland niet meer. De verhoudingen zijn zoals dat heet ‘genormaliseerd’. „Je kunt zelfs zeggen dat de betrekkingen tamelijk onspectaculair zijn”, meent Friso Wielenga die in 1999 een standaardwerk schreef over de ontwikkeling van de Duits-Nederlandse betrekkingen. „Natuurlijk is er nog sprake van gevoeligheden, maar dat heeft veel meer te maken met de positie van een klein land tegenover een groot buurland. Het kleine land wil zich bewust blijven van de eigen identiteit en zet zich af tegen het land waar het het meest mee te maken heeft.”

Vergeleken bij andere buurlanden van Duitsland zijn Nederlanders tegenwoordig zelfs opvallend positief over hun oosterburen. Dat vertaalt zich overigens niet in werkelijke belangstelling voor het land, dat nog altijd veruit de grootste handelspartner is van Nederland.

„Nederland laat veel geld liggen door zichzelf weg te laten zakken”, zegt Wielenga, tegenwoordig verbonden aan het Centrum voor Nederland Studies van de Universiteit van Munster. Dat kan volgens Wielenga een groter probleem worden, omdat Nederland vanuit het perspectief van de Bondsrepubliek „meer gemarginaliseerd” is. „Duitsland heeft na de eenwording en de uitbreiding van de EU het zwaartepunt verlegd. Nederland is nu echt één van de kleine landen geworden.”

De VVD-er Hans van Baalen, die als plaatsvervangend voorzitter van de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken de Duitse president vandaag zou ontvangen, constateert een „zekere gemakzucht” in Nederland. „We maken ons graag druk over China, maar het Ruhrgebied is voor Rotterdam nog altijd van vitaal belang”, zegt hij.

Nu de betrekkingen zijn genormaliseerd is het volgens hem aan de Duitsers zich weer als „gewoon land” te gedragen. „Ik vind ze te weifelachtig. Duitsland kan zich niet meer verschuilen achter de oorlog. Het land moet een volwaardige rol gaan spelen en leiding geven. Neem Afghanistan. De Duitsers kunnen niet steeds in dat veilige noorden blijven zitten.”