Jeugdige overmoed

De wekelijkse persconferentie van de minister-president is sinds enkele maanden een feestje voor de minister-president zelf. Ging hij vroeger bij de verzamelde parlementaire pers langs in perscentrum Nieuwspoort, tegenwoordig is premier Balkenende zelf de gastheer, op het ministerie van Algemene Zaken. Hij staat in een blauw decor met de tekst ‘Samen werken, samen leven’ en wijst aan wie er een vraag mag stellen. Op het digitale kanaal Politiek 24 van de NOS is de persconferentie live te volgen.

Afgelopen vrijdag had de premier weer iets nieuws. Tussen de journalisten zaten twee scholieren, een minister en een staatssecretaris van het zogeheten nationaal jeugdkabinet. „Laat ik eens anders beginnen”, zei Balkenende, waarna hij de twee scholieren uitbundig prees.

Ze hadden de hele week met hem meegelopen, en hadden net voor de persconferentie meegekeken bij de wekelijkse ministerraad. Daar hadden ze, zei de premier, veel opgestoken over de werking van de democratie. Ze mochten zelfs aanschuiven in de Trêveszaal, waar de ministerraad elke vrijdag vergadert. „Jullie wel”, mopperde een van de journalisten.

Als feestelijk slot van de persconferentie mochten de scholieren een afsluitende vraag stellen. Normaal is die eer voor Julius Vischjager, hoofdredacteur van het handgeschreven periodiek The Daily Invisible. Een van de leden van het jeugdkabinet haalde een briefje tevoorschijn en las op: „Waarom werken de ministers en staatssecretarissen niet beter samen, en lijken ze vooral uit te zijn op hun eigen succes?”

Balkenende leek even van zijn stuk gebracht. Journalisten grinnikten. „Waar halen jullie dat vandaan?”, vroeg de premier. Waarop hij begon over de „eenheid” in het kabinet, en het overheersende gevoel onder zijn collega’s dat ze de dingen „samen moeten doen om resultaten te boeken”.

Derk Stokmans