Gevraagd: nieuwe Hirsi Ali met zeggingskracht van Aboutaleb

Vrijwel alles wat kan misgaan in het activisme van Ehsan Jami is misgegaan. Maar redelijke islamkritiek blijft een lastige maar wezenlijke missie voor partijen die volkspartij willen blijven en werken aan duurzame vrede in de plurale samenlevingen van Europa, vindt Jos de Beus.

Ehsan Jami is niet gekozen in het bestuur van de PvdA. Partijleider Bos sprak zaterdag het machtswoord: Jami viel de partij af, niet omgekeerd. Zo kwam een voorlopig einde aan een periode waarin Jami opviel door roekeloze onbekwaamheid, de partijtop door ongeïnspireerde controle, en het partijkader door desinteresse in de vaderlandse canon van geloofsstrijd.

Vrijwel alles wat kan misgaan in het activisme van Jami deed dat ook. Onder de tientallen ondertekenaars van de beginselverklaring ter ondersteuning van zijn comité voor afvallige moslims en moslima’s waren slechts enkele immigranten. De gezaghebbende vrijdenker Zeki Arslan legde dit meteen uit. Hij sympathiseert met de verklaring, maar heeft geen fiducie in de persoon Jami.

Jami werd geslagen en bedreigd. In de dreigingsanalyse van de overheid wordt ook zijn familie als mogelijk mikpunt beschouwd. Jami volgt hier het voorbeeld van Hirsi Ali en Wilders: doen of er niets aan de hand is want zwijgen betekent capitulatie voor het geweld van fundamentalisten. Dat is een juiste houding. Maar dapperheid verwordt tot dubbelzinnigheid als de slachtofferstatus wordt gebruikt om zichzelf immuun te maken voor zinnige kritiek van mede- en tegenstanders.

De beginselverklaring werd door de meeste fractieleiders in de Tweede Kamer afgewezen. Men steunde het beginsel van gelijke en veilige godsdienstvrijheid voor iedereen, maar greep naar drogredenen om niet te tekenen. Het dieptepunt was het argument van Han Noten, leider van de PvdA-fractie in de Senaat. De PvdA had het recht op afvalligheid in haar verkiezingsprogram opgeschreven. Dus was de zaak geregeld en was iedereen buiten de loonlijst van de partijleiding een anti-democraat.

Jami vertoonde een gespleten repertoire in de media. Als zijn aanhangers penvoerder waren, dan uitte hij zinnige bezwaren tegen uitwassen van de islam. Maar als hij zich op eigen kracht manifesteerde, dan sloeg hij wartaal uit en kon hij zijn behoefte aan een bondgenootschap met de rechts-radicaal Geert Wilders niet onderdrukken.

Jami’s comité bleek geen pluriform gezelschap te zijn van ervaren actievoerders die onvrije afvalligen beschermen door organisatie, moskeebezoek en discussie met allerlei stromingen in de Nederlandse islam. Het was in de prille praktijk een one man show voor de demonisering van een wereldgodsdienst met een overdaad aan ijdele kreten en lege voorstellen.

Voor de intellectuelen die Jami steunden, werd het intussen steeds moeilijker zich te verschuilen achter het onderscheid tussen het schone beginsel van verdraagzaamheid en het schreeuwerige atheïsme van Jami. Het is weinig standvastig te poseren als kampioen van de vrijheid, de rotzooi van Jami af te schuiven op politieke partijen, en vervolgens die partijen te verwijten dat ze emanciperende nieuwkomers de mond snoeren. Gevolg: de intellectuelen achter Jami gingen elkaar de maat nemen tot achter de komma.

Door dit alles is de PvdA in een ongunstige positie beland. Het is duidelijk dat de verhouding tussen Jami en zijn partij grondig is verstoord, ondanks goede bedoelingen (zoals de hulp van de cineast Terstall). Maar het is ook duidelijk dat de partij niet alleen hoofddoekvreters moet weren maar ook ‘zwartrokken’ met een salafistische boodschap, mede om de uittocht van de verbitterde achterban naar de Partij voor de Vrijheid en de Socialistische Partij te keren.

Er zijn politici en publicisten die uit de mislukking van Jami en de herhaling van de zwerftocht van Hirsi Ali (eerst in de PvdA, dan een andere politieke formatie?) de conclusie trekken dat beiden een schijnprobleem op de agenda hebben gezet. Dat is struisvogelpolitiek.

In Nederland is sprake van fundamentalisme, religieuze praktijken die in strijd zijn met de geest van onze grondwet (geloofsdwang, besnijdenis van vrouwen) en vormen van geweld en agressie die met een vals beroep op gelovigheid worden verdedigd en gedoogd (aftuigen van homo’s, terroriseren van buurten). De strijd daartegen zou een hoofdzaak voor iedere democraat moeten zijn.

In de politicologie woedt een zinnig debat tussen de aanhangers van een pacificatiemodel, waarin bestuurders de ongeregelde kwestie van immigratie en integratie oplossen door depolitisering, en aanhangers van een contestatiemodel, waarin activisten in partijen, verenigingen en media deze weerbarstige kwestie agenderen. De socioloog Van Doorn verdedigt het pacificatiemodel, ik het contestatiemodel. Maar in beide modellen hangt de toekomst van het land af van de kwaliteit van de betrokken elites en leiders. Ik blijf uitkijken naar een activist die de mantel van Hirsi Ali overneemt met een vergelijkbare zeggingskracht als die van de bestuurder Aboutaleb.

De toestand voor de partijen is kritiek. De VVD bezweek het eerst, de PvdA gaat zichtbaar kapot aan verdeeldheid, het CDA bewaakt haar handelingsvermogen door buiten de strijdpunten te blijven. Het is verleidelijk terug te vallen in de gewoonte van vermijding van geschillen. Maar die verleiding moet worden weerstaan.

In de nabije toekomst zullen Nederlanders met een niet-westers land van herkomst zich verspreiden over alle partijen, als kiezer, als lid, als volksvertegenwoordiger, als bestuurder ook. Hun politieke integratie gaat vaak over de economie en de stad. Maar zij gaat soms ook over de religie, zoals bij de genoemde uitwassen.

Redelijke islamkritiek is een lastige, maar wezenlijke missie voor partijen die volkspartij willen blijven en werken aan duurzame vrede in de plurale samenlevingen van Europa.

Jos de Beus is politicoloog en ondertekenaar van de steunverklaring voor het comité van ex-moslims.