Gestuntel met identiteit

Het kabinet heeft eindelijk van zich laten horen in de politieke hooibroei na de uitlatingen van prinses Máxima inzake de Nederlandse identiteit. Zoals gebruikelijk gebeurde dat niet ten overstaan van de volksvertegenwoordiging, maar op televisie. Minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) nam het in het programma Buitenhof op voor de prinses van Oranje.

Behalve dat deze reactie niet adequaat was en nogal laat, neemt het kabinet een loopje met het staatsrecht. Daarmee ondergraaft het zijn eigen positie.

Nadat Máxima bij de presentatie van het rapport ‘Identificatie met Nederland’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) haar relativerende opmerkingen maakte inzake splijtende kwesties rond integratie en identiteit, reageerde de Tweede Kamer overwegend terughoudend. Kritiek leveren op het Koninklijk Huis is daar taboe. Formeel wachtte iedereen de kabinetsreactie af, waarna een Kamerdebat zou volgen.

Inmiddels stak een storm van protest op in de samenleving, waar velen de uitlatingen van de prinses uitlegden als een ondermijning van de Nederlandse identiteit.

Uiteindelijk zag Máxima zich genoodzaakt om zelf haar eigen verdediging ter hand te nemen. Na afloop van een bezoek aan Slovenië vorige week donderdag organiseerde de Rijksvoorlichtingsdienst een ‘persgesprek’ waarin de prinses naar voren kon brengen wat zij „zo geweldig aan Nederland vindt”. Op de eigen website van het Koninklijk Huis wordt hiervan verslag gedaan onder de titel: „Wat bedoelde Prinses Máxima nu met haar uitspraken in haar speech op 24 september 2007 over de Nederlandse identiteit en ‘het ene koekje bij de koffie’?”De bijdrage eindigt met de mededeling dat de woorden van de prinses geen reactie waren op het rapport, „maar een persoonlijk verhaal vanuit haar eigen ervaring”.

Dit is zeer verhelderend, maar anders dan de Rijksvoorlichtingsdienst wellicht bedoelt. Het kabinet is, om Máxima bij een andere gelegenheid te citeren, een beetje dom geweest. Ook voor een zogenaamd persoonlijk verhaal van de prinses van Oranje geldt de ministeriële verantwoordelijkheid. Dat betekent dat in het huidige bestel deze functionaris geen persoonlijke verhalen kan houden over staatszaken. De prinses is onderwerp van discussie geworden en dat valt het kabinet aan te rekenen.

Uit het feit dat drie ministers zich voorafgaand aan het uitspreken van de toespraak door Máxima over de tekst hebben gebogen, valt af te lezen dat men zich daarvan vagelijk wel bewust was. Kennelijk is het effect dat het ‘persoonlijke verhaal’ van de prinses teweeg zou brengen schromelijk onderschat. In ieder geval is er vervolgens getalmd met een adequate reactie. Mogelijk door bestuurlijke onervarenheid bij PvdA en ChristenUnie. Vice-premier Bos (PvdA) wees daar in een ander verband afgelopen weekeinde op in een interview met Trouw.

CDA-premier Balkenende heeft inmiddels wel ervaring: na het gestuntel rond Mabel en Margarita volgt nu Máxima. In plaats van minister Vogelaar op te laten treden op televisie, moet de minister-president zelf verantwoording afleggen. In de Tweede Kamer.