Elke burger een eigen website bij de overheid

Een kapvergunning aanvragen, een uitkering regelen. Het moment dat het allemaal vanachter het computerscherm kan, komt steeds dichterbij.

De rijen voor de overheidsloketten zullen eindelijk verdwijnen. Dat vergezicht doemt op als elke burger straks de PIP heeft. Met zijn ‘Persoonlijke InternetPagina’ hoeft de burger (bijna) nooit meer af te reizen naar het gemeentehuis, de belastingdienst of het kantoor van de sociale dienst.

Die burger doet zijn zaken met de overheid thuis. Daar kan hij vanachter zijn computer kijken welke gegevens over hem verzameld zijn, die eventueel corrigeren en bijhouden hoe het met een ingediend bezwaarschrift staat. Hij kan er zijn belastingaangifte doen, een kapvergunning of uitkering aanvragen.

De overheid moet de burger dienen. Dat is de filosofie van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) en vele ministers voor haar. Het was vanuit die gedachte dat de PIP in 2005 bedacht werd, onder het bewind van D66’er Alexander Pechtold, toen nog minister van Bestuurlijke Vernieuwing.

Het past ook in het even oude streven om de administratieve lasten voor burgers te verminderen. Het terugdringen van die lastendruk was het onderwerp van afspraken die gemeenten en kabinet afgelopen vrijdag maakten en waarin de komst van de PIP – voorzien in 2009 – weer een stapje dichterbij kwam.

Voor de burger komt alle informatie die de overheid door de jaren heen over hem heeft verzameld op één plek samen. Een groot gemak, maar potentieel ook een groot risico, zegt de Nijmeegse hoogleraar computerbeveiliging Bart Jacobs. Als iemand op die pagina weet in te breken, ben je als burger behoorlijk kwetsbaar.

De omstreden DigiD, waarmee een gebruiker straks toegang krijgt tot zijn PIP, speelt een centrale rol in de zorgen van de hoogleraar. Volgens de overheid garandeert deze „persoonsgebonden inlogcode” juist een goede beveiliging van gegevens en daarmee de privacy van de gebruiker. Jacobs noemt het een „matig beveiligd middel” waar de overheid ook nog eens „volstrekt achteloos” mee omgaat. Hij verwijst naar de Belastingdienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken, die DigiD-loze burgers begin dit jaar adviseerden om voor het elektronisch invullen van hun aangifte maar de ‘unieke’ code van hun buurman te gebruiken.

Om de „enorm complexe operatie” tot een goed einde te brengen, zegt Jacobs, is nog een lange weg te gaan. Tientallen overheden „die allemaal erg op hun autonomie zijn gesteld” moeten „op een uniforme manier” informatie aanleveren, zodat burgers niet op hun eigen PIP in verwarring raken.

Automatiseringsprojecten van het rijk zijn in het verleden niet altijd goed afgelopen, zegt Jacobs. Bij de Belastingdienst leidde het koppelen van gegevens met uitkeringsinstantie UWV dit jaar tot een nachtmerrie. Gegevens raakten zoek: 430.000 werkgevers moesten opnieuw loongegevens van de werknemers aanleveren. Het uitbetalen van zorg- en huurtoeslagen loopt maanden vertraging op. Een verlichting van de administratieve lasten werd het niet.

Gaat het met de PIP wel lukken? Jacobs: „Enige scepsis is wel op zijn plaats”.