Een verslaafde in elke Iraanse familie Ook in Iran zijn verslaafden patiënten

Iran heeft een reusachtig drugsprobleem. Voor een deel is dat te wijten aan buurland Afghanistan, de grootste opiumproducent ter wereld. ‘En er is hier niets anders te doen.’

Somaz (23, vuile zwarte hoofddoek, een wazige blik) is verslaafd. Aan crack. De Iraanse crack, uit heroïne, in achterkamertjes gemaakt dus behalve verslavend ook vaak vervuild. Somaz’ vader is gebruiker én handelaar en gaf haar op haar elfde haar eerste hasjiesj. De buren wisten ervan af en zeiden: laten we samen gebruiken, en vandaar ging het van kwaad tot erger. Haar moeder is dood, zegt ze; haar zusje is in een weeshuis opgegroeid.

Vrijwilligsters van het Huis van de Zon, het Drop-in Center voor verslaafde vrouwen in Darwaze Dolat, een verpauperde wijk in het zuidoosten van Teheran, haalden Somaz een paar weken geleden uit het park waar ze de nacht doorbrengt als ze niet bij haar vriendje slaapt. Het vriendje is ook verslaafd. In het centrum, een versleten maar schoon gebouwtje van een paar kamers met vrolijke kalenderbladen aan de muren, krijgt ze, net als zeventig, tachtig andere verslaafde vrouwen, zes dagen per week een warme maaltijd, een bad en medische zorg. Als ze eraan toe is kan ze met methadon de eerste stappen zetten naar een bestaan zonder drugs. Maar niks moet.

Iran heeft een gigantisch drugsprobleem. Volgens de laatste regeringscijfers zijn er twee miljoen verslaafden op een bevolking van 70 miljoen, maar VN-bronnen houden het op 4 tot 5 miljoen. Of meer: „Elke bevolkingslaag, elke familie telt verslaafden”, zegt een Iraanse specialist. Ter vergelijking: in Nederland zijn er tegen de 30.000 opiaatverslaafden op een bevolking van 16 miljoen.

Iran is de belangrijkste doorvoerroute voor opium en heroïne uit het buurland Afghanistan naar Europa. Afghanistan is veruit de grootste opiumproducent ter wereld, en steeds meer wordt er ter plaatse in laboratoria heroïne geproduceerd. De islamitische republiek is in de loop der jaren ook zelf afzetgebied geworden.

Verenigde Naties en regering zijn het eens dat het aanbod voor een groot deel de vraag schept. „Afghanistan produceerde in 2006 6.100 ton ruwe opium; en dit jaar 8.200 ton, wat 30 procent meer is dan de totale vraag in de wereld”, zegt Roberto Arbitrio, hoofd van de VN-antidrugsorganisatie UNODC in Teheran. „Alleen het 19de-eeuwse China produceerde méér.”

Dat overschot moet natuurlijk ook worden afgezet, zegt Arbitrio. En dat betekent extra druk op de prijs. In Iran kan een gemiddelde verslaafde voor 1.000 dollar per jaar zijn totale drugsbehoefte bevredigen. Maar het aanbod en de lage prijs zijn één deel van het probleem. „Er is hier niets te doen”, zegt de specialist. „Mensen zijn werkloos en als ze werk hebben is daarbuiten niets. Niets mag. Dan beginnen er een heleboel aan drugs.”

De Iraanse campagne tegen drugs gaat over drie fronten: de gewapende strijd tegen de drugssmokkel, preventie en behandeling van verslaafden. Langs de lange grens met Afghanistan woedt al jaren een oorlog tegen de smokkelaars met hun drugskonvooien, waarin – zo onderstrepen UNODC en de Iraanse regering de ernst van de Iraanse inspanning – sinds 1979 meer dan 3.600 Iraanse politiemannen en militairen zijn gesneuveld. Tweederde van de opiaatvangsten in de wereld komt voor rekening van Iran, en zijn aandeel groeit.

Vervolg DRUGS: pagina 4

DRUGS

Ook in Iran zijn verslaafden patiënten

Vervolg van pagina 1

Dr. Mohamad Reza Jahani, adjunct-hoofd van het Hoofdkwartier voor Drugscontrole dat de Iraanse strijd tegen drugs coördineert, onderstreept daarnaast het belang van preventie. Zijn organisatie werkt nauw samen, zegt hij, met het ministerie van Onderwijs om de voorlichting op scholen te verbeteren. De staatsomroep zendt in samenwerking met het antidrugshoofdkwartier documentaires en films uit die de kijkers attent moeten maken op de tekenen van verslaving en op de ellendige toekomst van verslaafden. Recent voorbeeld was een letterlijk misselijkmakende documentaire over crackgebruikers.

In de eerste jaren na de islamitische revolutie werden drugshandelaars opgehangen, soms met bosjes tegelijk, en moesten verslaafden cold turkey afkicken. Nog steeds worden handelaars opgehangen, maar verslaafden worden tegenwoordig als patiënten gezien en behandeld. Gratis injectienaalden, gratis condooms om een epidemie van hiv/aids te voorkomen – de islamitische autoriteiten hebben er geen moeite meer mee. De ommekeer is uit nood geboren: hiv/aids rukte op in de gevangenissen en veel verslaafde vrouwen verdienen het geld voor hun drugs in de prostitutie. „Als prostituees worden besmet, zou Iran met hiv worden gebombardeerd”, zegt de arts dr. Mehdi Sedghazar, die een dagelijks spreekuur houdt voor de verslaafde vrouwen in het Huis van de Zon.

Behandeling van verslaafden wordt sinds een aantal jaren voor een belangrijk deel overgelaten aan particuliere organisaties (ngo’s) zoals Leila Arshads Drop-in Center (DIC). De laagdrempelige DIC’s zijn een concept van de laatste paar jaar en Arshads DIC is acht maanden oud en het eerste voor vrouwen in Iran. Het aantal verslaafde vrouwen stijgt, zegt Arbitrio en bevestigt Arshad.

In het Huis van de Zon hangt vanmiddag een geur van bonen vermengd met sigarettenrook: opmerkelijk, want het is Ramadan en iedereen moet eigenlijk van zonsopgang tot zonsondergang vasten. „Maar wij zijn sterke vrouwen”, zegt Arshad, die 30 jaar ervaring als sociaal werker meebrengt, „en we hebben bij de autoriteiten doorgedramd dat onze cliënten mogen eten. Ze zijn immers ziek.” De Welzijnsorganisatie, de regeringsinstantie die voor een deel van de financiering van de DIC’s zorgt (de rest moet van particulieren komen), is wel in Qom de mening gaan peilen van de ayatollahs. Die stemden ermee in.

De vrouwen in het Huis van de Zon – en een jongetje van drie dat verslaafd is geboren, verslaafd is gebleven en nu met methadon wordt behandeld – proberen geleidelijk hun leven weer onder controle te krijgen. Wat zijn de resultaten? „We hebben een hoop succes”, vindt Arshad. „Als verslaafden worden ze beledigd en weggejaagd. Ze zijn outcasts. Maar hier kijken we niet op die manier naar hen. Wanneer ze hier komen houden mensen rekening met hen en worden ze gerespecteerd. We zorgen ervoor dat hun kinderen, die vaak geen identiteitsbewijs hebben en dus niet naar school gaan, papieren krijgen. We sturen hen als het nodig is naar het ziekenhuis. Ze krijgen psychologische hulp. Ze zien gezonde vrouwen om zich heen en dat helpt hun een nieuwe richting te kiezen.”

Dr. Jahani van het antidrugshoofdkwartier is een stuk voorzichtiger. „Vroeger spraken we van uitroeiing van drugs. Nu niet meer, nu hebben we het over controle en preventie. Opium heeft een geschiedenis van 6.000 jaar. Zolang er mensen bestaan zullen er verdovende middelen zijn. Sommige mensen hebben een zwakke wil en andere zijn gewetenloos uit op winst. Deze keten zal zich overal weer vormen.”