De week van de ontslagroompunten (1)

De Week van de Democratie begon met een demonstratie van de FNV voor de Amsterdamse Rai waar de Partij van de Arbeid congresseerde. Men wilde van het Congres een uitspraak over het ontslagrecht, dus wat deelden ze uit om hun verlangen kracht bij te zetten?

Ontslagroompunten.

Binnen zo’n Federatie Nederlandse Vakbeweging werkt blijkbaar niemand die de leden er op wijst dat er grenzen zijn. Iemand met gezag – de voorzitter bijvoorbeeld – die zou zeggen: kameraden, of wat is vandaag de dag de gebruikelijke aanspreektitel?

‘Ménsen! Het is al erg genoeg dat we onze acties nog altijd schijnen te moeten uitvoeren in bespottelijke oranje hesjes met erwtenfluitjes voor het lawaai, om nog maar te zwijgen van ludieke kartonnen huisvlijt die we de minister van Sociale Zaken soms aanbieden om hem duidelijk te maken dat hij een menselijk uitwerpsel is – maar in die malle oranje hesjes dan óók nog het soort woordspelingen bedenken waarvoor een leerling van de eerste klas van de cabaretacademie op staande voet van de cursus zou worden verwijderd, dat gaat te ver. Laat dit niet meer gebeuren.’

Voorafgaand aan de Week van de Democratie had de commandant der strijdkrachten zestien minuten ‘film’ vrijgegeven waarin de Nederlandse bevolking haar eigen militairen aan het werk kon zien in Uruzgan. De reputatie van de Nederlandse film laat zoals bekend te wensen over, maar de NOS (net als de NPS voor elke kar te spannen, tenzij we moeten aannemen dat Berlijn de zendtijd had gevorderd) deed alsof dit de Nederlandse Apocalypse Now was, en offerde er tot tien keer toe zes minuten Journaal aan op. Om de kijker een indruk te geven van de keiharde werkelijkheid waarmee zijn jongens dagelijks te maken hebben, verzonnen regering en generale staf achteraf.

Van de veertienhonderd man die daar de Week van de Democratie verdedigen, zag je er een stuk of twaalf opgewonden met elkaar overleg voeren over een ‘noordflank’ die gevaar liep. De noordflank in kwestie werd niet in beeld gebracht. Soms zocht een handjevol mannen dekking tegen iets dat mij ontging, maar aan het geluid te horen werd er continu geschoten door wat misschien ook tegenstanders waren. Er vielen overigens aan onze kant doden noch gewonden. Nergens een schrammetje. Evenmin een vijand te bekennen.

Wat me eigenlijk vooral trof was het groen dat in Afghanistan blijkt te bestaan. Uit geen enkel journaalbeeld heb ik tot nu toe ooit begrepen dat ze daar ook bomen hadden, laat staan iets dat wel op een lieflijk beekdalletje leek, zoals de Douanier Rousseau geschilderd had kunnen hebben. Het zag er niet meteen uit als een slagveld voor chocolate soldiers, maar toch bijna als een ontslagroompuntenlandschap.

De Week van de Democratie was trouwens net op gang toen dezelfde Berlijn het begrip ‘opbouwmissie’ gispte. In het door hem vrijgegeven materiaal werd ook inderdaad niets opgebouwd. Was het dus toch altijd een vechtmissie geweest? De sociaal-democratische meeloper Bert Koenders verzon even later dat het geen van beide was. We hadden van meet af aan een stabilisatiemissie gestuurd, zei hij.

Toen later aan de minister-president werd gevraagd of al deze démarches dienden om ons alvast te laten wennen aan straks nog eens twee jaar Uruzgan, trok hij het gekwelde gezicht van iemand die terwijl hij nog bezig is zijn leugentje onder woorden te brengen, haastig in een stil gebed de Here Here smeekt of Die hem vergiffenis wil schenken.

De Week was ten slotte nog nauwelijks een etmaal oud, toen zaterdagavond om kwart voor elf drie spannende politieke films begonnen die de volgende ochtend om kwart voor zes waren afgelopen. M’n zak chips was toen op. Ik trakteerde mezelf op een zondagse ontslagroompunt.

Jan Blokker

Lees alle columns van Jan Blokker op nrc.nl/blokker