De vergeten held van Spijk

Het belang van Piet Hein, Karel Doorman en Willem de Zwijger is evident. Talloze Nederlanders haalden de geschiedenisboekjes niet. In deze aflevering van een anti-canon: Everhard de Saks.

Het heeft een haar gescheeld of Normandië had in ons land gelegen. Al tijdens Karel de Grote (742-814, koning 768) blijkt van invallende Noormannen; onder Lodewijk de Vrome (778-840) werd dat flink erger en na de rijksdeling van Verdun (843) was het hek van de dam. Lodewijks oudste zoon Lotharius I (795-855) kreeg in 843 het ‘Middenrijk’. Van het huidige Nederland hoorden daartoe Holland, Zeeland, westelijk Utrecht, de Betuwe en de Tieler- en Bommelerwaarden. Lotharius nam in 850 de Vikinghoofdman Rorik in de arm om andere Noormannen te weren.

In 879 kwam een groot Noormannenleger met Godfried de Zeekoning uit Engeland naar Frankrijk overzetten. Daar kreeg het in 881 klop, waarna het zijn winterkamp betrok in Asselt vlakbij Roermond. Karel de Dikke (839-888, koning 876) sloot daar in 882 het pact van Asselt: Godfried mocht de opvolger van de inmiddels overleden Rorik worden en kreeg een echtgenote van koninklijken bloede, mits hij zich liet dopen. Een ‘zeekoning’ gaf niet om een spatje water, dus liet Godfried zich aanstonds dopen. Zijn leger blies de aftocht met een flinke afkoopsom aan boord. Een deel nam de IJssel en kwam zo langs Zutphen en Deventer. Beide werden geplunderd en verwoest.

Godfried betoonde zich onbetrouwbaar: hij stond zijn landslieden toe zich in zijn ambtsgebied te vestigen. In mei 885 stuurde hij bovendien gezanten naar de koning, toen in noordoostelijk Frankrijk, met het bericht dat hij beslist wijndomeinen aan de Middenrijn moest hebben, aangezien in zijn ambtsgebied geen druiven wilden groeien – ook met dat soort vocht wist de ‘zeekoning’ wel raad. ‘De Dikke’ rook onraad: gaf hij toe, dan had hij een Vikingnest midden in zijn rijk, maar weigeren leidde zeker tot vijandelijkheden. Godfrieds gezanten kregen als antwoord mee dat de koning zich beraadde en bescheid zou geven via een afgevaardigde. Chef-staf Hendrik van Babenberg (886 overleden) broedde op een sluw plan.

Weinig later kwam Hendrik zelf met een beperkt gezelschap ostentatief de Rijn afzakken naar Spijk bij Lobith, waar hij Godfried rendez-vous had gegeven. In de Betuwe werden onderhandelingen geopend. De tweede dag – mogelijk 7 juni 885 – werd Everhard de Saks (overleden in 898) gehoord over zijn klacht dat Godfried zijn bezittingen had verwoest, Zutphen namelijk, tot 882 de residentie van Everhards familie. Godfried heeft misschien gezegd dat hij daarmee niks te maken had gehad, hoe dat zij: het gesprek liep uit de hand. Everhard trok zijn zwaard en trof Godfried aan het hoofd, Hendriks paladijnen maakten vervolgens het karwei en Godfried af. Het eerste bedrijf was daarmee volgens plan verlopen. Het tweede bedrijf begon toen een Vikingvloot bij Spijk kwam. Ook dat had de chef-staf voorzien. Hij had een kleine afdeling Saksen op de oever gezet met de opdracht om in gespeelde paniek te vluchten. De Noormannen tuinden erin: ze ontscheepten voor de achtervolging. Toen ze ver genoeg van hun boten waren, landden eensklaps Friese hulptroepen. Die vielen van achter aan terwijl de Saksen front maakten. Toen verscheen Hendriks hoofdmacht.

Gezien zijn plannen zal de chef-staf immers wel over meer dan die paar Saksen hebben beschikt. Nog vóór zijn afreis naar Spijk had hij troepen opgetrommeld die in het diepste geheim op een aangegeven plaats en tijd moesten verzamelen. De hoofdmacht hield hij achter de hand, waarschijnlijk op de Elterberg, net over de tegenwoordige Nederlands-Duitse grens. Opgravingen hebben daar een eind-9de-eeuwse burcht aangetoond, die na de verwoesting van Zutphen is aangelegd als Everhards residentie. Omdat het krijgsplan aan het koningshof in Noord-Frankrijk is gesmeed, moet Everhard daarbij aanwezig zijn geweest: van hem kwam immers de terreinkennis én de verzamelplaats annex uitvalsbasis. Hij zal zich meteen als vrijwilliger hebben gemeld voor de eerste klap – met de Vikingen had hij immers een ferme appel te schillen.

De Noormannen werden bij Spijk in dezelfde pan gehakt als Godfried en de Betuwe werd gezuiverd. Als er in Godfrieds ambtsgebied nog Noormannen niet de benen hadden genomen, zullen ook die wel over de kling zijn gejaagd. ‘Normandië aan de Rijn’ verdronk in bloed. Het volgende jaar belegerden de Noormannen ook Parijs en in 911 stond koning Karel de Eenvoudige (879-929) hen noodgedwongen het gebied af dat nu Normandië heet.

Met Everhards zwaardhouw begon het einde van een ‘bezetting’ die – anders dan de Romeinse, Spaanse, Franse en Duitse – de canon der vaderlandse geschiedenis niet heeft gehaald. Een herinneringsplaquette in Spijk voor deze ‘redder des vaderlands’ zou niet misstaan.