De groene vissenbeweging

De nieuwe viswijzer voor ‘groene’ liefhebbers is uit.

Ook Nederlandse vissers zijn zich meer en meer bewust van duurzame vismethoden.

Milieuvriendelijk vis eten is niet makkelijk. Je zou kunnen denken: vis komt uit de vrije natuur en er zijn vangstquota, dus wat in de winkel ligt moet in orde zijn. ‘Fout’, zeggen de Stichting De Noordzee en het Wereld Natuur Fonds. In de nieuwe editie van de viswijzer die ze vorige week presenteerden, staat met stoplichtkleuren welke soorten met een gerust hart gegeten kunnen worden, welke ‘tweede keuze’ zijn en welke in de categorie ‘liever niet’ vallen.

Opvallend is dat twee soorten waar Nederlandse vissers veel op vissen tot de laatste, ‘verboden’ categorie behoren: schol en tong uit de Noordzee. Een andere Nederlandse klassieker, de paling, is afgelopen voorjaar al tot ‘bedreigde diersoort’ gebombardeerd. En ook kabeljauw en wijting, ooit zo goedkoop dat de kat mee at, zijn tegenwoordig te zeldzaam om onbezwaard te eten. „Dat soorten die vroeger goedkoop waren nu bedreigd zijn, geeft aan dat de zee werkelijk leeg raakt”, zegt Carel Drijver, visserij-expert van het Wereldnatuurfonds.

Wat is er mis met het Europese stelsel van vangstquota?

„Het Europese beleid werkt niet”, vindt Drijver. „De adviezen van biologen voor de hoogte van de vangstquota worden niet overgenomen. Er heeft een politieke koehandel plaats.” Elk jaar stellen de visserijministers in december in Brussel de quota voor het volgende jaar vast. De ministers volgen niet de adviezen van de biologen, maar spelen elkaar quota toe en komen zo altijd hoger uit. Elk land heeft namelijk z’n gespecialiseerde visserijsectoren (Nederland is vooral afhankelijk van schol en tong) en zo kunnen ze elkaar helpen.

Er is echter een tegenbeweging op gang gekomen, constateert Drijver. Er zijn vissers in specifieke gebieden die zich richten op duurzame vangstmethoden. Zo staat de tong uit het Engelse Hastings wel in de ‘groene’ kolom, want de vissers in Hastings gebruiken geen sleepnetten die allerlei ongewenste vissen vangen, zoals bij de Nederlandse boomkorvissers het geval is.

De tong uit Hastings is nu gecertificeerd door de Marine Stewardship Council (MSC) en erkend duurzaam. De Nederlandse specialist Fishes met vestigingen in verschillende grote steden pronkt er mee.

Het MSC-label, van oorsprong een particulier initiatief van het WNF en Unilever, vult het gat van het falende EU-beleid. Vorig jaar stonden er slechts twee vissoorten met een MSC-label op de viswijzer. Dit jaar zijn er zes opgenomen, waaronder de Noordzeeharing die vorig jaar erkenning kreeg. De viswijzer en het MSC-label hebben effect, meent Drijver. „Albert Heijn gaat naar buiten treden met duurzame visproducten. Voor juli 2008 willen ze zes producten met het MSC-label op de schappen hebben. Ook gaan ze vissen uit de groene kolom meer onder de aandacht brengen.”

Ook sommige Nederlandse vissers realiseren zich dat ze een omslag moeten maken. Er wordt hard gewerkt aan alternatieve vangstmethoden zoals een sleepnet dat vlak over de bodem zweeft en de bodem niet vernietigt. „Er komt een andere visserij”, zei Ben Daalder, voorzitter van de Federatie van Visserijverenigingen, onlangs op Texel bij de presentatie van deze ‘zweefkor’.

„Nederlandse vissers op platvis zijn goed bezig met die omschakeling”, erkent Drijver. Daarbij zijn tong en schol in de EU geselecteerd voor verdere verlaging van de quota. „Als dit platvisherstelplan echt goed wordt uitgevoerd, wordt het mogelijk voor vissers die overstappen op duurzame methoden, dat wil zeggen minder bijvangst en minder beschadiging van de bodem, om ook het MSC-certificaat te krijgen.”

Wie weet staat de Hollandse tong dan ook weer in het groen, naast de tong uit Hastings.