‘Chinese’ muziek in De Branding

Dag in de Branding 05. Gehoord: 6/10 Den Haag. Herhalingen Pa pa pa vrouw vrouw vrouw: 7/12 Rotterdam, 18/1 Eindhoven, 31/3 Amsterdam. Info: www.muziektheaterdehelling.nl.

Oppervlakkige chinoiserie of interculturaliteit met inhoud en respect? Op de vijfde ‘Dag in de Branding’, zaterdag in Den Haag, bleek dat die vraag soms prangender is dan anders. Zowel Klaas de Vries, in zijn muziektheatervoorstelling Pa pa pa vrouw vrouw vrouw, als Willem Jeths, in het orkestwerk Ombre Cinesi, maken gebruik van Chinese elementen.

Weinig respectvol was om te beginnen dat de soliste in het werk van Jeths, een bespeelster van de Erhu, een tweesnarige Chinese vedel, haar werk in anonimiteit moest doen. In het programmaboek, en ook op de website van het Residentie Orkest, werd naast dirigent Reinbert de Leeuw alleen klarinettist Michael Collins met name genoemd. Hij schitterde op hetzelfde concert in het hoekige klarinetconcert Riffs and Refrains van Mark-Anthony Turnage.

Of de anonieme dame goed speelde was helaas evenmin te horen. Ondanks elektrische versterking kwam ze nauwelijks uit boven Jeths’ indrukwekkend rijkgeschakeerde orkestrale golfslagen. Een actieve rol in het muzikale betoog was niet hoorbaar voor haar weggelegd, en zo bleef het dus bij een exotisch randje.

Vooruitlopend op Messiaen-jaar 2008 dirigeert Reinbert de Leeuw t veel muziek van de Franse componist, bijna een eeuw geleden geboren. Vorige week nog bij zijn ‘eigen’ Asko en Schönberg Ensemble, nu bij op zeer hoog niveau bij het Residentie Orkest. L’Ascension (1933) klonk met opperste concentratie, zuiver en ascetisch. De blazers imponeerden in hun belangrijke rol; de strijkers rondden het werk af in de stralende hoogte.

Klaas de Vries’ theatervoorstelling, gebaseerd op twee verhalen van de Chinese schrijver Han Shaogong, bleek een nuchtere, soms licht absurdistische synthese van allerlei Oosterse muziek- en theatergenres – van Chinese opera tot Koreaanse Panso’ri, aldus De Vries. In het cymbalom en de snikkerige zang klinkt zelfs iets Balkan-achtigs mee. Muzikaal opvallend is de rol van het slagwerk, dat vaak spraakritme en -melodie van de zangers/acteurs nabootst en uitvergroot.

Ondanks de stortvloed aan invloeden maakten De Vries en regisseurs Ad de Bont en Oscar Siegelaar toch een eigenzinnige, coherente voorstelling, die ontroert en ook visueel aanspreekt. Chinese lantarentjes, het zingen met dichtgeknepen neus, en de onvermijdbare klap op de tamtam zorgen voor een couleur locale die meer dan bij Jeths op zijn plaats lijkt, en in elk geval meer zelfspot toont. Jeths krijgt echter nog de kans zich te revancheren in de opera Hotél de Pékin, waartoe Ombre Cinesi volgend jaar zal zijn uitgegroeid.