Brown brengt zichzelf in het nauw

Op korte termijn geen verkiezingen. Dat is de boodschap die de Britse premier Gordon Brown uitdraagt. Eerst resultaten boeken, is nu zijn devies.

Kort voor zijn aantreden als premier in juni publiceerde de Britse premier Gordon Brown een boek over acht door hem bewonderde mensen. Hij gaf het de titel ‘Courage’ (Moed).

„Zolang ik me kan herinneren ben ik gefascineerd geweest door mannen en vrouwen met moed”, schreef Brown. „De verhalen van mensen die in het belang van grote zaken dappere beslissingen namen, betoverden mij.”

Sinds dit weekeinde staat Brown zelf echter bij veel Britten te boek als de man, die op het beslissende moment de moed miste vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Als de man ook, die partijpolitieke en persoonlijke belangen op nogal opportunistische wijze boven het grotere goed van het nationale belang stelde.

Brown onthulde afgelopen zaterdagavond in een interview met BBC-journalist Andrew Marr dat hij afziet van verkiezingen voor later dit najaar en waarschijnlijk zelfs voor het hele volgende jaar. „Ik wil een kans om het land te laten zien dat we een visie voor de toekomst van dit land hebben”, aldus de premier. Eerst resultaten boeken, dan pas de kiezer om vertrouwen vragen, is nu zijn motto.

Het maakte een weinig overtuigende indruk. Waren het immers de afgelopen weken niet Brown zelf en zijn medewerkers, die de verkiezingskoorts op alle mogelijke manieren aanwakkerden?

De premier sprak zelf twee weken geleden op het partijcongres van de Labour Partij. Hij deed zó veel concrete beloftes, dat zijn rede algemeen werd uitgelegd als een verkiezingstoespraak. En vertrouwelingen van Brown voedden intussen de media met berichten dat er later deze herfst zo goed als zeker verkiezingen zouden komen.

Peilingen wezen uit dat Labour een voorsprong van ruim 10 procentpunt had genomen op de Conservatieven. Brown, die zich in de zomer had kunnen bewijzen als een kalme, vastberaden crisismanager, genoot bovendien veel meer vertrouwen als leider dan de Conservatieve voorman David Cameron. Die worstelde met een verdeelde partij. Niets leek een grote Labour-zege in de weg te staan.

Tijdens een reis naar Irak kondigde Brown vorige week een troepenvermindering aan. Het tijdstip daarvan wekte verbazing. Eerder had Brown immers verzekerd dat hij eerst het Lagerhuis zou inlichten over dergelijke plannen.

Bovendien viel Browns bezoek aan Irak, dat plotseling twee dagen was vervroegd, wel erg opzichtig samen met het Conservatieve partijcongres in Blackpool. Zo wekte hij de indruk, over de hoofden van de militairen heen, al druk bezig te zijn met een campagne, zonder dat er nog een verkiezingsdatum voor was geprikt.

De publieke opinie was toen al aan het omslaan. De belofte van de Tories om de grens voor successiebelasting aanzienlijk op te rekken, viel in goeden aarde bij veel Britten en hetzelfde gold voor plannen om het makkelijker te maken voor nieuwkomers op de huizenmarkt om iets te kopen. Ook maakte Tory-leider David Cameron indruk in Blackpool met een toespraak uit zijn hoofd, waarin hij zijn beleidsplannen uiteenzette.

Daags daarna doken er opiniepeilingen op die suggereerden dat de Conservatieven hun achterstand op Labour geheel hadden weggewerkt. In veel kiesdistricten, waar de winnaar de vorige keer maar een krappe meerderheid wist te behalen, lag Labour zelfs achter op de Tories.

Weliswaar bleven bijna alle deskundigen op dit terrein een overwinning voorspellen voor Labour, maar Brown zou genoegen moeten nemen met een krappere meerderheid dan zijn voorganger Tony Blair in 2005, die toen al ernstig was gehandicapt door de nasleep van ‘Irak’.

Een onaantrekkelijk perspectief voor de ambitieuze Brown, die zich altijd superieur heeft geacht aan Blair. Bovendien zou het vragen om moeilijkheden zijn, want zo’n krappe meerderheid zou tot veel onrust in de eigen Lagerhuisfractie kunnen leiden.

In die omstandigheden krabbelde Brown dit weekeinde terug, onder hoongelach van de oppositie. Cameron beschuldigde hem ervan de Britten als „dwazen” te behandelen. Volgens hem is duidelijk dat Brown niet recht door zee is. De Liberaal-Democratische leider Sir Menzies Campbell noemde de episode „zeer schadelijk” voor het aanzien van de politiek.

Voor Brown zelf is de schade het grootst. Voor hij aantrad presenteerde hij zich als een sobere man, die zich – anders dan Blair – niet door peilingen laat leiden maar door het landsbelang. Bovendien stond hij bekend als een bekwaam politiek strateeg. In beide opzichten heeft Brown aan geloofwaardigheid ingeboet. Het zal hem moeite kosten het vertrouwen van de Britten te herwinnen.