Zorgen over dalende dollar

De dalende dollar begint een nijpend probleem te worden voor Europa. Het zet wereldwijd de economische groei onder druk, net nu de angst over de kredietcrisis wegebt.

Het zijn zware weken voor Europese bedrijven die zaken doen in de VS. De dollar zakt bijna dagelijks verder weg tegenover de euro. Begin deze week noteerde de euro een koers van 1,42 dollar, het hoogste niveau sinds de introductie van de munt in 1999 en ongeveer gelijk aan het niveau van de virtuele euro in 1995. Inmiddels is de dollar weer iets gestegen, maar met 1,41 dollar staat de euro nog steeds hoog.

De gevolgen voor Europa zijn groot. Export naar de VS wordt duurder en dat is vervelend, want het zet de omzetcijfers onder druk. Daarmee verdampen langzaam de voorspoedige groeicijfers voor de Europese economieën voor komend jaar.

De Franse president Nicolas Sarkozy trok als eerste aan de bel. Hij maakt zich zorgen over de euro-dollarkoers. In navolging van Sarkozy riep deze week ook het Europees bedrijfsleven op tot maatregelen. „De wisselkoers van de euro heeft een pijngrens bereikt voor de Europese bedrijven”, zo schreef voorzitter Ernest-Antoine Seilliere van de Europese werkgeversorganisatie in een brief aan de voorzitter van de Eurogroep, de Luxemburger Jean-Claude Juncker. Seilliere vraagt Europa druk uit te oefenen op de VS, China en Japan om hun munten op te krikken.

Juncker zei begrip te hebben voor de noodkreet van de werkgevers. „We mogen niet meer aanvaarden dat Europa moet opdraaien voor de wereldwijde verstoringen van de handelsbalansen”, verklaarde hij. Maar de Europese politiek heeft formeel geen rol in de koers tussen de euro en de dollar, wat Sarkozy daar ook van mag vinden, want dat is een taak van De Europese Centrale Bank (ECB).

Junckers naamgenoot, ECB-president Jean-Claude Trichet zit intussen ook in zijn maag met de zwakke dollar. De Europese Centrale Bank kan door aanpassingen van de rente de economie de juiste impuls geven, maar zit klem. Maar Trichet wilde donderdagmiddag in Wenen maar weinig kwijt over de historisch sterke euro.

De Europese Centrale Bank liet dan ook voor de tweede keer op rij het belangrijkste rentepercentage ongemoeid op 4,0 procent. Daarbij speelde de aanhoudende onrust over de kredietcrisis een rol, maar ook de verslechterde vooruitzichten voor de Europese economieën als gevolg van de zwakke dollar. Een renteverlaging zou de euro alleen maar sterker maken ten opzichte van zijn Amerikaanse concurrent.

Trichet zei: „Valutakoersen zijn erg belangrijk en vragen wat de ECB betreft om verbale discipline.” Trichet verwees naar de bijeenkomst van de zeven grootste economieën ter wereld, de G7 top die op 19 oktober begint in Washington. „Als ik zeg dat wij waarderen wat het Amerikaanse ministerie van Financiën en onze collega’s daar hebben gezegd over het belang van een sterke dollaar voor de Amerikaanse economie, dan betekent dat wat”.

Dat laat onverlet dat de opmerkingen van Eurogroep-voorzitter Juncker over het meefinancieren van andermans tekorten hout snijden. De Amerikaanse economie heeft al jarenlang enorme tekorten op zowel de betalingsbalans als de handelsbalans en de wereld draait daar tot nu toe voor op.

Hoe fragiel dat bouwwerk van extern gefinancierde tekorten is, bleek de afgelopen maanden. De bezorgdheid over de dure euro stijgt omdat de kredietcrisis de groeivooruitzichten van de eurozone doet verslechteren. De crisis, en dan specifiek het wantrouwen dat bestaat over de complexe gestructureerde producten, is een van de aanjagers geweest van de dalende dollarkoersen. De bedrijfsobligaties hebben lange tijd bijgedragen aan het in stand houden van het tekort op de betalingsbalans van de VS. Het bedrag aan deze obligaties (in 2006 zo’n 400 miljard dollar, oftewel 280 miljard euro) was ongeveer de helft van het tekort op de betalingsbalans. Nu de markt voor deze zogenoemde structured products instort, is het logisch dat er vraagtekens ontstaan over het tekort.

De betrekkelijke rust waarmee de dollar nu al maanden daalt, laat zien dat er niet massaal structured products ‘gedumpt’ worden. Daarmee is een echte dollar-crash minder waarschijnlijk.

In de VS heeft bijna niemand het over de koersverhouding tussen de dollar en zeg, de Japanse yen, de Chinese yuang of de euro. Immers, een dollar is voor een Amerikaan gewoon een dollar, ongeacht de wisselkoersen met het buitenland. Anders gezegd: de prijs van een hamburger zal door de koersverhouding tussen de dollar en de euro niet veranderen.

Net nu de Europese beurzen weer wat lijken op te krabbelen, keren de economische cijfers zich weer tegen de Europese economieën. Vandaar ook de oproep van het Europees bedrijfsleven eerder deze week.

De crisis op de kredietmarkten leek op de wereldwijde aandelenbeurzen net een beetje overwonnen. Grote zakenbanken boekten vorig kwartaal hun geleden verliezen met miljarden tegelijk af, tot opluchting van beleggers. De onzekerheid over waar de risico’s zitten, neemt nu snel af. De Dow Jones pakte deze week een nieuw record en ook de AEX is een aardig eind op de weg terug naar het niveau van voor de kredietcrisis. Maar of een crisis op de wereldwijde valuta-markten net zo simpel tegen te gaan is, is zeer twijfelachtig.

Zo bezien lijkt de dalende dollar eerder een mondiaal probleem dan een Amerikaans probleem.