Zeurende sommen

De trein is weer laat. Naast me op het bankje zit een roodharige studente. Ze eet een zak chips. Een blonde medestudente komt bij ons staan. Ze groeten elkaar. De zak gaat heen en weer.

Waar ga jij stage lopen? vraagt de blonde.

Ik? Op een dure school in Zeist. Met âhwâhwâh mensen. Jij?

Ik ga naar Overvecht.

Wát? Hier in Overvecht? Bij dat volk?

Dat volk? Wat bedoel je? Volgens mij zijn we allemaal hetzelfde.

Nee, mijn broer woont op Kanaleneiland. Ze stinken.

Pardon?

Ja, ze stinken.

Wij stinken toch ook?

Je moet eens achter ze lopen. Ik ben blij dat ik daar niet hoef.

Nou, ik vind je kort door de bocht.

Nou, ik vind joú kort door de bocht.

Ze eten en zwijgen.

Heb jij de rekentoets gehaald? probeert de roodharige.

Ze scoort. De blonde heeft haar toets niet gehaald. En denk niet dat ze niet heeft geoefend.

Ik heb zelfs rekensommen gedróómd, zegt ze. Dag en nacht had ik last van zeurende sommen. 30 – 7 41 – 9. Maar ook 2,5 keer 2,5. Ik kwam er maar niet uit. Ik ben zo’n sukkel die dat niet snapt. En jij?

Gedeeld leed schept een band. De roodharige blijkt ook gezakt. Het was te makkelijk, vond ze. Daardoor had ze slordig gewerkt.

Heeft iemand het eigenlijk wel gehaald? vraagt de blonde.

Acht van de dertig. En weet je wie? Jannie!

Jannie? De sfeer knapt nu helemaal op. Jannie!

Dan haal ik het ook, zegt de blonde. Mijn stagebegeleider zei dat ze vorig jaar twee heel goede studenten in de stage had en omdat de één de rekentoets en de ander de taaltoets niet haalde, moesten ze allebei weg.

Sorry, zeg ik, afluisteren is niet netjes, maar mag ik wat vragen? Kun je een goede juf zijn als je die rekentoets niet haalt?

Mijn vrijpostigheid schijnt niet te hinderen. De roodharige neemt een volle hand chips, de blonde wordt fanatiek.

Waar gáát het om, mijnheer? Om leren rekenen? Of moet ik ze iets bijbrengen van de wereld?

In de wereld wordt ook gerekend, opper ik.

Goed, vervolgt ze, goed. Als we dan toch een reken- en een taaltoets doen laat ze dan ook een andere toets doen. Laat ze met iedere nieuwe student een intakegesprek voeren waarin ze alles van iemand vragen. Want wat je nu tegenkomt op zo’n Pabo, echt, je ziet de meest vreemde types. Nietwaar, Cynthia?

Cynthia knikt. Klopt.