Winkels niet zo vaak open op zondagen

Het kabinet wil het aantal koopzondagen verminderen. In de toekomst moeten gemeenten aan strengere voorwaarden voldoen om winkels op zondag te openen.

Dat heeft de ministerraad gisteren besloten. Het kabinet wil begin volgend jaar een wetsvoorstel hiertoe naar de Tweede Kamer sturen. Volgens premier Balkenende (CDA) hebben gemeenten de laatste jaren „de juridische mogelijkheden opgerekt” en „oneigenlijk gebruikgemaakt” van de Winkelsluitingstijdenwet. In die wet, ingoevoerd in 1996 onder het paarse kabinet van PvdA, VVD en D66, staat dat winkels in gemeenten met een toeristisch gebied vaker dan twaalf zondagen per jaar open mogen zijn.

Maar van die bepaling hebben volgens Balkenende te veel gemeenten gebruik gemaakt (157 van de 443), zodat de belangen van bijvoorbeeld mensen die de zondagsrust willen respecteren in sommige gemeenten in het gedrang zijn gekomen.

Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel goedkeurt, moeten gemeenten straks aantonen dat winkels in een toeristisch gebied liggen en een zorgvuldige afweging maken van de belangen die in het geding zijn. De belangen van winkeliers mogen niet botsen met die van werknemers of religieuze groeperingen. Groepen die het met het besluit van een gemeente oneens zijn, kunnen daartegen in beroep gaan bij het College van Beroep. Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt de plannen van het kabinet. Tweede Kamerlid Smeets (PvdA) zegt dat er onder winkeliers en gemeenten behoefte is aan duidelijkheid. Bovendien pakt het voordelig uit voor kleinere winkeliers, zegt ze. Volgens haar hoeft het er niet per se toe te leiden dat winkels minder vaak open zijn.

VVD en D66 zijn tegen. Volgens beide liberale partijen is het plan betuttelend ten opzichte van winkeliers en mensen die op zondag willen winkelen. Tweede Kamerlid Aptroot (VVD) zegt dat het plan rampzalig uitpakt voor winkeliers. „Werknemers kunnen hun baan kwijtraken, studenten hun zondagse bijbaan. En als de winkels niet open zijn, daalt de horecaomzet ook.”