Wild geraas

Het stukje waarin Piet Borst minister Plasterks plannen om het onderzoeksklimaat in Nederland te verbeteren bespreekt, gaat voorbij aan de kern van de zaak (‘Wild geraas’, W&O, 22 september) . Geld weghalen bij de universiteiten en dat vervolgens via NWO weer herverdelen is een oude truc en een sigaar uit eigen doos. Er moeten weer eindeloos mooie opstellen geschreven moeten worden om dat geld in kleine brokjes terug te verdienen. De hoeveelheid tijd die een universitaire onderzoeker tegenwoordig kwijt is aan het schrijven van voorstellen, half- dan wel jaarlijkse voortgangsrapportages, accountantsverklaringen, beoordelen van andermans voorstellen, etc., is al volledig uit de klauwen gelopen. Anders dan in de tijd van de generatie Borst, legt dit serieuze beperkingen op aan de tijd die nog besteed kan worden aan waar het allemaal om draait, namelijk het doen van wetenschappelijk onderzoek en het geven van onderwijs. De oplossing is eenvoudig: meer geld per gehonoreerd voorstel, zodat de onderzoeker een programma uit kan voeren zonder voor elke AIO of post-doc een aparte subsidie aan te moeten vragen. Er zou ook meer differentiatie in de subsidies moeten zijn. Iemand die bewezen heeft goed te kunnen presteren, moet in aanmerking komen voor grotere subsidies. Jonge onderzoekers de kans geven, zoals met het huidige Veni-Vidi-Vici programma, is een noodzakelijk en nobel streven, maar wat zijn de mogelijkheden nadat je dit programma hebt doorlopen? Momenteel is het een bijzonder aantrekkelijke optie om dan alsnog het vaderland te verlaten en een graantje mee te pikken van de 41 miljard dollar die de Harvard universiteit kennelijk heeft om te investeren (zie het opiniestuk “Zonder bèta’s geen toekomst” in dezelfde editie). En daar zit precies de pijn. Prins Friso van Oranje zegt het heel helder: “We geven één tot anderhalf procent minder van ons nationaal product aan hoger onderwijs dan de Amerikanen: 1,1 procent gemiddeld in de Europese Unie, tegen 2,7 procent in de VS.” De hoop was (en is) dat minister Plasterk er in zou slagen om dit percentage te verhogen, zodat er echt nieuw geld beschikbaar komt. Het kabinet profileert zich als een praatclubje dat weinig slagvaardig te werk gaat, zeker op dit terrein. Als minister Plasterk dit zou kunnen doorbreken zou er veel gewonnen zijn. Dát noem ik ambitie, niet het streven om de volgende verkiezingen te winnen want dat wil elke politicus!