Column

Weekendhobby

De Kroaat Mandzukic kamde eerst zijn haren, strikte daarna zijn veters, pakte toen zijn mobiele telefoon om naar zijn mokkeltje in Zagreb te bellen dat hij de 2-0 tegen Ajax ging scoren en daarna kopte hij de bal er in. Ik heb in mijn lange supportersbestaan veel voetballers vrij zien staan, maar dit was werkelijk onthutsend.
Dat gaan we bij Chelsea heel anders doen was de enige gedachte die coach Henk ten Cate op dat moment had en keek op zijn horloge hoe lang hij nog moest.
Ajax-voorzitter Jaakke vroeg op datzelfde moment aan iemand naast hem op de tribune wat er fout ging, maar kreeg geen antwoord. Zijn buurman was met zijn hoofd bij de overname van de sponsor door een clubje Belgen. Aan zijn andere kant zat Ajax-directeur Maarten Fontein met Maleisië te bellen. Hij wil het product Ajax in het Verre Oosten beter wegzetten en volgens hem gaat dat lekker.
Net op het moment dat Fontein aan Jaakke vroeg hoeveel het stond en deze antwoordde dat het 2-0 was werd het derde Kroatische doelpunt gemaakt.
„Dus nu is het 3-0?”, opperde Fontein.
„Of is dit de herhaling?”, vroeg John aan de sponsormeneer.
„Nee, want de vorige was een kopbal en dit was een schot”, zei iemand achter hen.
„Schot! Leuk woord”, zei de sponsormeneer, „de Schotten doen ook mee. Die nemen ook een stukje van de bank over!”
Dom, dom, dom, dacht John bij zichzelf, een live herhaling in het stadion kan natuurlijk niet. Toch gaat het al veel beter. Bij zijn eerste wedstrijd als Ajax-voorzitter was hij na een overtreding opgesprongen en had hij per ongeluk heel hard ‘strafcorner’ geroepen. Dat klonk in eerste instantie heel charmant met dat warme aardappeltje in zijn keel. En toe hij het slim oploste door heel olijk ‘geintje’ te roepen was iedereen gaan lachen. John dacht dat hij succes had. Hij zag het medelijden niet.
Wat ik wel leuk vind, dacht Maarten Fontein bij zichzelf, dat als we volgende week een nieuwe trainer krijgen dat ik dan weer op de foto mag als het contract getekend wordt.
Maarten is de wethouder Hekking van Ajax. Geen foto zonder een glunderende directeur, die overigens volgende maand naar Reykjavik reist om Ajax beter in de IJslandse markt te proportioneren. Even piekerde hij of de supporters boos zouden zijn na deze wanprestatie, maar op hetzelfde moment wuifde hij die gedachte weg. Deze wedstrijd was gratis, dus moesten ze niet zeuren.
„Ik vind die supporters van de tegenstander behoorlijk aan de ordinaire kant”, fluisterde John in het oor van Maarten, „zij maken met zijn negenhonderden meer lawaai dan onze negenenveertigduizend supporters”.
Wat dat betreft waren de heren zeer tevreden over het Ajax-publiek. Die hoorde je al jaren niet meer. Of ze nou wonnen of verloren, het maakte niemand wat uit. Altijd hing er die heerlijke lethargische sfeer.
„Kunnen we protesteren bij de UEFA? Dat de supporters van de tegenstanders te hard gejuicht hebben. Dat dat onze jongens tijdens de wedstrijd heel erg afleidde!”, vroeg Maarten aan de toevallig aan komen lopende huisjurist van de club. De man wees op zijn volle mond. Hij kwam net uit een skybox en had daar zijn laatste hapje overheerlijke hazelnootparfait genomen. Hij ging trouwens even terug naar de box om te vertellen dat het 3-0 was geworden.
„Weet je wat zo geestig is”, vroeg de sponsormeneer de aandacht, „ik lees in het woord F-side steeds het woord f-side. Zijn dit geen desastreuze cijfers voor de club?”
„De cijfers zijn nog niet bekend”, antwoordde Maarten geïrriteerd, „de jaarcijfers worden pas in maart gepubliceerd”.
Terwijl Huntelaar nog twee keer scoorde waren John en Maarten op weg naar het herentoilet.
„Dat scheelt een hoop avondjes weg!”, versprak Maarten zich, „ik heb voor mijn ijsjes genoeg gereisd”.
„Precies wat je zegt”, zei John, „het moet een weekendhobby blijven!”
En allebei probeerden de heren het ingebakken vliegje in de pleepot te raken.