Voltaire

Wat onze wereldkampioen Max Euwe eens over Hein Donner schreef, dat hij iedere dag een uur later opstond en naar bed ging, en daardoor eens in de 24 dagen het levensritme van de normale Nederlandse burger volgde, zo leefde ik ook een tijd, en ook mijn schaakcollega Rob Hartoch.

Hartoch was jonger dan ik en kon er daardoor langer mee doorgaan, en zo kon het gebeuren dat ik eens om ongeveer 7 uur 's avonds bij hem langskwam voor een etentje en dat hij nog lag te slapen. Zijn vrouw gaf me een flesje bier, Rob werd gewekt en ging onder de douche. Toen hij zich aangekleed had en mij tegen half acht al een alcoholisch glas zag drinken, zei hij vol afschuw: 'Begin jij nu al?'

Ik vond dat grappig en vertelde het later aan Genna Sosonko. Die knoopte het in zijn oren en overviel me maanden later met de vraag: 'Ken jij de overeenkomst tussen Rob Hartoch en Voltaire?' Ik kon er niet opkomen.

Wat Genna bedoelde was de anekdote over Voltaire, een geharnast bestrijder van de katholieke geestelijkheid, die op zijn doodsbed zag dat zijn huishoudster het haardvuur opstookte zodat de vlammen opflakkerden als het hellevuur, en toen met zijn laatste woorden verzuchtte: 'Nu al?'

Dat 'Nu al?' was dus de overeenkomst tussen Hartoch en Voltaire. Verder zijn de overeenkomsten klein, want de felle strijdlustigheid van Voltaire is Hartoch vreemd. Toch heb ik een aantal malen in mijn schaakloopbaan moeten ondervinden dat hij hard toe kon slaan als de gelegenheid zich voordeed.

Hartoch - Ree, NK Leeuwarden 1976. Wit begint en wint.

Oplossing Schaken: 1. Tf4xg4 Lf5xg4 2. Tf1xf8+ Dd6xf8 3. Pg5xh7 en zwart gaf op, want hij gaat mat.