Vermoeidheid over het populisme van de vele partijtjes

In het onderzoek klonk een brede roep om verdere democratisering. Niet iedereen is daarop gesteld, ontdekt Maarten Huygen.

De respondenten die ik telefonisch trof, hebben specifieke politieke kwesties in hun gedachten waar ze zich zorgen over maken. De enquêtevragen gaven niet altijd de mogelijkheid om die zorgen te uiten.

Markoen Flos noemde meteen de onderwerpen integratie van immigranten en de democratie. Samenvattend zou je ze de gevolgen van open grenzen kunnen noemen. Bij zijn zorgen over democratie noemde hij meteen Europa dat bij hem wantrouwen oproept dat „veel te ver van de mensen af staat”. Maar ook de overheid is onvoorspelbaar. Hij vindt dat de kwaliteit van het gemeenteapparaat achteruit gaat. „Je hebt telkens met een ander te maken. De mensen wisselen van positie.”

Van integratie vond hij de definitie niet helder. „Wanneer moet je concluderen dat iemand geïntegreerd is?”, vraagt hij zich af. Hij vindt dat Nederlands spreken niet voldoende is. Maar immigranten moeten volgens hem ook respecteren dat mannen en vrouwen gelijk zijn, de passage van de Grondwet die daarop wijst. Hij is het er eigenlijk niet mee eens dat de Grondwet alleen gaat over verplichtingen en beperkingen voor de overheid.

De drie grote onderwerpen voor radioloog Stuijfzand zijn zorg, onderwijs en criminaliteit. „De zorgvraag wordt ieder jaar door het Centraal Planbureau te laag ingeschat, zodat er te weinig capaciteit is”, zegt hij. „Vervolgens wordt aan ons medici gevraagd om het maar op te lossen.” Van criminaliteit merkt hij veel om zich heen en de achteruitgang van het onderwijs merkt hij aan zijn kinderen en aan het gebrek aan basiskennis bij jongere medewerkers.

Hij vraagt zich af of de Tweede Kamer met al die nieuwe partijen voor proteststemmers wel op die problemen is toegerust. „Als de mensen op de SP stemmen en zeggen dat ze op Verdonk willen overstappen, ben ik het spoor een beetje bijster”, zegt hij.

Ook Denice Goddard heeft genoeg van de populistische tendens om „alles aan het volk te vragen en daar ook heel erg naar te luisteren”. Zij vindt dat als de verkiezingen voorbij zijn, „de politiek moet regeren maar dat het volk zich er niet tegenaan moet bemoeien. Iedereen heeft altijd wel iets te klagen”. Zelf is zij lid van GroenLinks en zij stemt er ook op. Zij werkte vroeger als vrijwilliger voor Vluchtelingenwerk. Het milieu en de asielzoekers gaan haar ter harte. Maar dat milieubeleid wordt alsmaar uitgesteld. De visie is er wel maar „de praktijk laat te wensen over”.

Ook systeembeheerder Harmen Mooibroek die lid is van de Nederlands gereformeerde kerk en op het CDA stemt, vindt dat er te veel partijtjes in de Kamer zitten. Dan neemt de kwaliteit af. Hij vindt dat er in de politiek te veel wordt gesproken in plaats van dat er wordt gehandeld. Dat wringt als er troepen in het buitenland moeten worden ingezet. In de acht jaar dat hij militair was, had hij daar last van. Nu is hij overigens redelijk tevreden, zegt hij. De anonieme respondente vond dat er nu in het kabinet eindelijk rust is gekomen.

Mijn respondenten waren minder gesteld op democratisering dan de meeste invullers van het 21minutenonderzoek. De meesten waren het populisme moe. Goddard opperde een recept uit de negentiende eeuw: een politiek rijexamen voor iemand mag stemmen.