Swifterbant – Lelystad

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Flevoland

Een golfer (als je ergens ruim kunt golfen is het hier, te midden van deze verten) bezweert ons van onze route af te wijken en ‘Piets pad’ te nemen. We aarzelen, maar: „We hebben het speciaal voor jullie aangelegd. Voor de wandelaars. Het gaat over het land van Piet, daarom heet het zo. Aan het eind is een brug. Hebben we ook gemaakt.”

Hij zegt dat we met dat pad een stuk afsnijden. Als hij merkt dat dat voor wandelaars geen argument is, voegt hij toe: „...en het is een stuk mooier”.

Dan doen we het wel.

Piets pad is inderdaad fijn. Het voert lekker tussen de akkers door en is bedekt met schelpgruis. „Voor het ideale knerpgevoel”, oordeelt man.

Flevoland is land dat niets te verbergen wil hebben en dus dreigt er een vermaledijd gebrek aan mysterie. Onbarmhartig vlak is het, met akkers vol suikerbiet en zo, met bloksgewijs opgetast stro en met een hoeve af en toe. Het land krijgt enig contour door de bomenrijen. Zachte berken met hiëroglief-ogen in hun stammen, wilgen, populieren – netjes naast elkaar. De boomreeksen markeren de vaarten. De vaarten (sloten zie je hier niet) snijden de akkers en de koeiengrond in plakken: alles recht, alles redelijk, alles strak als een zondags pak.

Redding komt van de windmolens. Niet de antieke die het zo goed doen op lieve olieverfjes, maar de moderne. Ook zij staan in de rijen, zoals alles hier. Maar hun wieken, spartelende vinnen, draaien tegen elkaar in, ongelijk, plagerig, alsof ze ginnegappen om een dronken dirigent. Frivool reiken ze naar de wolken, luid zoemen ze deuntjes. De windmolens zijn niet te tellen, ze zijn alomtegenwoordig. Ze verzorgen de chaos die ordentelijk land óók nodig heeft. Ze bepalen de horizon, ze ontnemen de Flevoruimte zijn pocherige ponteneur.

Lopen gaat lekker, hier. Verkeer is er nauwelijks. De route is geen punt met die rechte wegjes. Alle aandacht kan naar de glorie van de omgeving. Roofvogels zijn eindeloos te volgen, de hoge kringen van de buizerd, de glijvluchten van de bruingevleugelde havik, het surplace-gewapper van de valk. Een zware zwaan zwenkt boven een veld met rijen uit de grond getrokken uien.

O ja: het regent. Soms een beetje, soms een beetje meer. Soms rolt de hemel een neushoorngrijze loper uit en valt het water per gestaag storten.

15 km. Variatie op kaartjes 10, 11 en 17 van ‘Pionierspad’. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2004. Bus 154 rijdt elk uur tussen Swifterband (halte Lange Streek) en Lelystad (halte Pekstraat). Inl. tel. 0900 9292 of www.9292ov.nl.