Stille Willem ziet zijn winst in rook opgaan

Gerespecteerde kranten in Europa gingen met hen in zee, waaronder De Telegraaf en het Algemeen Dagblad. Voor een wereldwijde digitale krantenkiosk. Ze wisten niet met wie ze werkelijk zaken deden.

Vastgoedhandelaar Willem Endstra vindt op de ochtend van 2 november 2000 een bericht op zijn voicemail. Het is Roy P., een zakenrelatie met een verleden in de onderwereld. Roy en zijn broer Robert maakten in de jaren negentig naam als leden van de bende van hasjbaron Charles Z. Ze verzamelden informatie over politie en justitie en luisterden onder andere de leider van het politieteam af dat Charles Z. onderzocht. Een succesvolle spionageactie waaraan de gebroeders P. het alias ‘de contra’s’ te danken hebben.

Die Roy P. belt in 2000 regelmatig met Willem Endstra. De vastgoedmiljonair is dan nog een gerespecteerde en relatief onbekende zakenman. Zijn naam wordt dan nog niet geassocieerd met de onderwereld. Roy en Robert P. zijn bezig met een ambitieus plan voor een nieuw bedrijf dat via satellietverbindingen over de hele wereld kranten wil gaan distribueren en afdrukken. PEPC heet het bedrijf: P.’s. Electronic Publishing Company. Het idee van de gebroeders P. is aantrekkelijk: ze werken aan een apparaat waarmee je overal ter wereld een actuele krant kunt kopen die ter plekke wordt gedrukt.

Wat Roy P. net als het grote publiek niet weet als hij Endstra belt, is dat de politie de vastgoedbaron verdenkt van het witwassen van crimineel vermogen voor de onderwereld. Wanneer P. een bericht voor Endstra achterlaat op zijn voicemail worden de telefoons van beide mannen afgeluisterd.

„Ik zou je nog even bellen in verband met PEPC”, hoort de politie Roy P. zeggen tegen Endstra. „Ik zou je nog even helpen herinneren voor die zeven ton. Als je er een miljoen van kan maken, ben ik je zeer erkentelijk. Doei.”

Het is niet de eerste keer dat Endstra een verzoek om geld krijgt van P. En ook niet de laatste, zo constateert de politie. Endstra heeft in de zomer van dat jaar al 3 miljoen gulden overgemaakt aan P. voor aandelen in zijn bedrijf PEPC. Tussen eind 2000 en september van 2001 zal Endstra nog eens 1,5 miljoen gulden overmaken aan PEPC via een stroman, zo constateert justitie.

Daarnaast wordt er nog 2 miljoen overgemaakt door California Properties, een vennootschap waarin Endstra geld heeft ondergebracht van de criminele kopstukken John Mieremet en Sam Klepper. En ook Willem Holleeder investeert via het aan hem gelieerde bedrijf Nieuwgraaf 114 Holding in het bedrijf van de gebroeders P., zo vermoedt justitie.

De investeringen van Endstra ogen legitiem, maar justitie vraagt zich af of er niet meer achter zit. In de zomer van 2000 kreeg de inlichtingendienst van de Amsterdamse politie namelijk een tip uit de onderwereld. „Robert P. heeft een bedrijf dat PEPC heet”, zo meldt inspecteur van politie Jan van Looyen in een proces verbaal naar aanleiding van de tip uit het criminele milieu. „P. treft voorbereidingen om dit bedrijf naar de beurs te brengen, of heeft dit al gedaan. In ieder geval hebben veel grote criminelen grote bedragen in het bedrijf gestoken.”

Het geld van Endstra en zijn criminele cliëntèle wordt door Roy en Robert deels geïnvesteerd bij IBM. De Amerikaanse computergigant ontwikkelt in 2000 het hart van het product waarmee Roy en Robert P. de zakenwereld hopen te veroveren: een digitale krantenkiosk. Dat is een geavanceerde printzuil waar klanten tegen betaling hun krant naar keuze kunnen afdrukken. Die zuil staat via een satelliet in verbinding met een centrale computer waar kranten dagelijks het laatste exemplaar naartoe sturen.

De voordelen zijn evident. Krantenlezers kunnen op ieder uur van de dag op iedere locatie ter wereld een actuele krant naar keuze kopen. Krantenverkopers hebben het dure en trage systeem van fysieke distributie niet meer nodig om de lezer te bereiken. Als PEPC begin 2001 de eerste twee printzuilen introduceert in de Amsterdamse hotels Holiday en Krasnapolsky, wordt het bedrijf een grote toekomst voorspeld. De activiteiten die de gebroeders P. proberen te ontwikkelen passen uitstekend bij de dan heersende opwinding over de mogelijkheden van moderne communicatiemiddelen. Uitgevers zijn dan ook enthousiast. Bekende titels als De Telegraaf, die Welt, The International Herald Tribune en El País zijn vanaf dag één beschikbaar. In 2002 sluit het Algemeen Dagblad, net als NRC Handelsblad in handen van PCM Uitgevers, een contract met PEPC.

Na de succesvolle introductie van de eerste twee printzuilen in Amsterdam, breidt PEPC in hoog tempo uit in Europa, de Verenigde Staten en Latijns Amerika. Als het aan PEPC ligt staan er tegen het einde van 2001 bijna 200 printzuilen over de hele wereld waar bijna 200 titels te verkrijgen zijn. De gebroeders P. hebben echter een probleem: geld.

IBM wil voor iedere printzuil die wordt neergezet, meteen betaald worden. Leveren op de pof is er niet bij, zo blijkt uit een afgeluisterd gesprek tussen P. en zijn financier Willem Endstra.

Roy P.: „Ik zit te klooien met de IBM. Ik heb nog 825.000 gulden nodig.”

Willem Endstra: „Ik doe mijn best, maar het gaat gewoon nog niet.”

P.: „Ik heb volgende week een afspraak met Lehman Brothers in New York.”

Endstra: „Doe ze de groeten.”

P. „Ken jij ze dan?”

Endstra: „Nee.”

P.; „Ken jij niet een echt financieel brein?”

Endstra: „Je moet gewoon even je best doen.”

Uit getapte telefoongesprekken blijkt dat de gebroeders P. er in 2001 alles aan doen om de benodigde miljoenen bij elkaar te krijgen. Ze lopen niet alleen de deur plat bij investeerders die al miljoenen hebben geïnvesteerd. Ook gaat de zoektocht naar nieuwe suikerooms permanent door. De naam van internetondernemer Jacob Pieterman (Newconomy) valt en ook die van John de Mol. Maar het leidt allemaal nergens toe.

Om alle rekeningen te kunnen betalen lenen ze uiteindelijk geld van hun moeder en hun oom. En als de nood echt hoog wordt verkopen de broers ook nog een woning met grond in Loenen aan de Vecht waar op dat moment hun moeder woont.

Maar in 2002 moet alles anders worden. Roy en Robert P. willen Wall Street veroveren. Dit tot groot genoegen van Willem Endstra en alle andere investeerders die via een beursgang hun investering in PEPC hopen te verzilveren. Voor de gebroeders P. zelf is een beursgang absolute noodzaak. Hoewel PEPC in 2002 door het weekblad Carp in het zonnetje wordt gezet als Coolest Company van dat jaar, is de bodem van de kas in zicht. Het geld is op.

Uit cijfers van PEPC van juni 2002 blijkt dat het bedrijf sinds de oprichting in 1999 bijna 8,5 miljoen dollar heeft verstookt, in oude guldens is dat bijna 16,5 miljoen. Bovendien heeft het bedrijf geen geld meer om de activiteiten uit te bouwen. Van de 200 geplande printzuilen zijn er in de zomer van 2002 pas 80 geïnstalleerd.

Om nieuw geld op te halen, bewandelen Roy en Robert twee wegen. Allereerst kopen ze in de zomer van 2002 een lege Amerikaanse vennootschap waarvan de aandelen worden verhandeld op de onderhandse aandelenmarkt. Het bedrijf krijgt de naam Satellite Enterprises Corp. Tegelijkertijd bereidt PEPC een officiële beursgang voor.

Uit het prospectus dat in oktober 2002 wordt gedeponeerd bij de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC blijkt dat PEPC Worldwide, zoals het bedrijf inmiddels officieel heet, 12 miljoen dollar hoopt op te halen met de uitgifte van nieuwe aandelen. Volgens de in het prospectus gehanteerde waardering van het bedrijf is Endstra’s investering van 6,5 miljoen gulden na de beursgang ongeveer 12 miljoen dollar waard. Ongerekend in guldens een rendement van 400 procent.

Maar de beursgang gaat niet door. Begin 2003 meldt het bedrijf dat er aanvullingen moeten worden gedaan aan het prospectus. In mei meldt PEPC aan de SEC dat „het niet meer in het belang is van het bedrijf” om de beursgang door te zetten. Endstra, die zo zal later blijken op dat moment wordt afgeperst door Willem Holleeder en John Mieremet, is volgens intimi not amused. Stille Willem ziet zijn winst in rook opgaan.

Het personeel van PEPC krijgt te horen dat er problemen waren met de groei van de omzet en een geschil over een patent. Maar volgens een insider die niet met naam genoemd wil worden, is de beursgang tegengehouden nadat de SEC door zijn collega-toezichthouder uit Nederland AFM werd gewezen op het criminele verleden van de gebroeders P. „Die jongens zijn geslachtofferd omdat ze een strafblad hadden”, zegt deze bron. De AFM geeft geen commentaar.

De gevolgen zijn direct zichtbaar. In het najaar van 2003 wordt voor twee dochterbedrijven faillissement aangevraagd. De dertig medewerkers verliezen hun baan. In de jaren daarna zullen nog negen faillissementen volgens van bedrijven waarbij de P’s betrokken waren.

Ondanks hun financiële problemen proberen Roy en Robert te redden wat er te redden valt. Ze tuigen in Amerika het bedrijfje op dat ze in 2002 kochten en proberen met een lange serie financiële trucs en mislukte overnames het hoofd boven water te houden. In 2004 lijkt dat nog redelijk te lukken en noteert het aandeel op de onderhandse markt nog 4 dollar, maar dat is een laatste stuiptrekking. In 2005 gaat PEPC Worldwide failliet.

Hoewel Roy P. op 30 augustus 2006 nog enthousiast een overeenkomst aankondigt met de uitgever van de Chinese krant Tianjin Daily, gooit hij op 30 september 2006 de handdoek in de ring. „Management has ceased operations”, meldt hij aan de SEC. De verliezen van het bedrijf zijn opgelopen tot bijna 15 miljoen dollar.

Daarmee is het verhaal van de mislukte beursgang van PEPC nog niet ten einde. Er is weliswaar voorkomen dat crimineel geld via de beurs werd witgewassen, maar PEPC heeft een serie bedrijven in zijn ondergang meegetrokken. De totale schade daarvan bedraagt minstens 5 miljoen euro. De vraag of de gebroeders P. de rekening voor hun mislukte onderneming opzettelijk elders hebben neergelegd, is op dit moment nog onderwerp van onderzoek. De curatoren hebben voor zover bekend geen contact kunnen krijgen met de gebroeders P. Ook voor deze krant zijn ze onbereikbaar. Het laatst bekende telefoonnummer van hun bedrijf in Den Haag is afgesloten.