Plant stuurt tripsen heen en weer tussen verscholen bloemen

Australische tripsen van het geslacht Cycadothrips zijn volledig in de ban van hun gastheerplant, waarvan zij het stuifmeel consumeren. Deze palmvaren Macrozamia lucida is een tweehuizige plant die voor zijn bevruchting geheel afhankelijk is van de tripsen. Hij laat de insecten met behulp van geurstoffen dagelijks heen en weer vliegen tussen mannelijke en vrouwelijke bloemen, die verscholen zitten in grote kegels.

Amerikaanse en Australische biologen hebben nu gevonden dat de mannelijke kegels waar de insecten hun voedsel vinden, overdag, onder invloed van de stijgende temperatuur een giftige stof gaan uitscheiden. Daardoor verlaten de tripsen massaal de mannelijke kegel. tegelijkertijd produceert de vrouwelijke kegel een voor tripsen aantrekkelijke geurstof. De insecten, beladen met stuifmeel, kruipen daardoor in de vrouwelijke kegels. Het spel van verjagen en aantrekken bewerkstelligt de bevruchting van de cycade. Volgens de onderzoekers is het voor het eerst dat er zo'n ‘push-pull-strategie’ van planten is ontdekt (Science, 5 oktober).

De meeste planten die zich door insecten laten bestuiven lokken deze met geurstoffen. Alleen van orchideeën is bekend dat ze ook geurstoffen produceren om bestuivers te verjagen, maar die doen dat alleen nadat de bevruchting heeft plaatsgevonden.

Mede omdat cycaden primitieve planten zijn, denken de onderzoekers dat zij hier getuige zijn van een tussenstap in de evolutie van bloemengeur. Het geuren van bloemen zou in hun theorie zijn ontstaan als middel voor de plant om zich te beschermen tegen planteneters. Pas later zou het een rol hebben gekregen in de bestuiving door insecten; afstoting ging over in aantrekking.

Of deze theorie nu klopt of niet, de tripsen hebben goede redenen om de mannelijke kegel overdag te verlaten. De kegels warmen overdag tussen elf en drie door de instraling van de zon op tot 12 graden boven de omgevingstemperatuur, waardoor de afgifte van vluchtige stoffen uit de mannelijke kegel vermiljoenvoudigt. Beta-myrceen is de voornaamste geurstof die vrijkomt. In lage concentraties trekt de stof tripsen aan, maar in hoge concentraties stoot het ze af.

In het laboratorium bleken tripsen massaal op de vlucht te slaan bij hoge concentratie beta-myrceen. Insecten die achterbleven (23 procent) stierven voor het grootste deel binnen tien minuten, een aanwijzing dat beta-myrceen in hoge conetraties giftig voor ze is.

Sander Voormolen