Peiling en leiding

Burgers blijken nog steeds ontevreden over de vertegenwoordigende democratie; ze vinden dat ze te weinig rechtstreeks bij het beleid worden betrokken. Velen voelen zich overigens gelukkig, maar met de democratie is het mis. Wat te doen met de uitkomsten van het onderzoek 21minuten.nl, het thema van deze bijlage?

Burgers kunnen de schouders ophalen en zeggen dat het slechts gaat om meningen en niet om feiten, zoals ook het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag in de bijlage Wetenschap en Onderwijs doet. Zij kunnen ook juist, zoals het bureau Motivaction doet, extra het belang benadrukken van emotie-onderzoek. En bij verkiezingen bijvoorbeeld hun stem belangrijk laten bepalen door dat onderzoek.

Voor beide handelswijzen vallen argumenten te bedenken. Maar het verstandigst lijkt de middenweg: de uitkomsten van het onderzoek niet negeren maar er ook niet blind op varen. Zij kunnen meer of minder geslaagde representaties zijn van het gevoelen in de samenleving op een bepaald moment. En dat kan op zichzelf al interessant genoeg zijn.

Ondervraagde burgers zeggen weinig vertrouwen te hebben in de politici van tegenwoordig. Daarbij scoort het kabinet overigens lager dan de Tweede Kamer. Ook spreekt uit het onderzoek een verlangen naar meer vormen van directe democratie: bij voorbeeld het referendum en de direct gekozen burgemeester.

Zoals de Leidse hoogleraar Van Holsteyn vandaag ook vaststelt: deze uitkomst hebben opinieonderzoeken sinds 1967 laten zien. In vijftig jaar mag veel zijn veranderd in Nederland, maar dat geldt niet voor de representatieve democratie. Kennelijk kiezen burgers in het stemhokje toch steeds voor andere prioriteiten dan bestuurlijke hervormingen. D66, de partij die decennia heeft geijverd voor meer directe invloed van burgers in het bestuur, telt nog slechts drie zetels in het parlement. Dit ter relativering van het longitudinaal kniezen over het uitblijven van democratische hervormingen in opinieonderzoeken.

Peilingen hebben buitenproportioneel veel invloed op bestuurders en politici. Hierbij spelen natuurlijk ook media een rol die uitkomsten presenteren als onwrikbare feiten. Ter illustratie: vandaag zijn twee grote landelijke politieke partijen, de PvdA en de VVD, bijeen. De agenda van beide vergaderingen wordt beheerst door interne kwesties. Bij de VVD woekert de angst voor een splitsing sinds het Kamerlid Verdonk een eigen VVD-filiaal begonnen is in het parlement. Partijleider Bos moet zich bezighouden met de slecht gearticuleerde overwegingen van het Voorburgse raadslid Jami. De reden is in beide gevallen gelegen in de peilingen die zouden wijzen op een immense populariteit van beide dwarsliggers. En het paralyserende effect dat deze peilingen hebben op de leiding van de beide politieke verenigingen.

Mogelijk heeft de kiezer genoeg van Nederland-coalitieland. En van politici die altijd maar in het midden heldere standpunten zoekmaken in vage compromissen. Mogelijk wil de burger geen klassieke politieke partijen meer. Maar kieslijsten à la Wilders, polarisatie en verkiezingen waar de macht kan worden gekozen én weggestemd. Als dat inderdaad de wens is van de kiezers, kan dat alleen door democratische verkiezingen worden vastgesteld.

Tot die tijd moeten politici, met een open oor voor de samenleving, doen waartoe zij gekozen waren: in het representatieve systeem naar eer en geweten, zonder last of ruggespraak, opkomen voor het algemeen belang. Politieke partijen moeten zich op hun bijeenkomsten buigen over de toekomst van het land. Politieke leiders moeten leiding geven. En als ze dat niet kunnen: plaats maken.