OPGEZET WEGGEZET

Een ezel voor een dichte deur, een condor op een lessenaartje en een chimpansee op een houten stoel.

Daniëlle van Ark fotografeert opgezette dieren in hun biotoop: de depots van musea. In het Natuurhistorisch Museum Rotterdam maakte ze slechts één foto. Conservator Kees Moeliker legt uit waarom.

Bij jullie in Rotterdam was het collectiedepot een beetje te opgeruimd, alles systematisch geordend in kasten en dozen.'

Daniëlle van Ark kon mij als conservator geen groter compliment maken, maar voor het fotograferen van haar serie 'Mounted Life' zocht zij juist onverwachte posities en samenscholingen van opgezette dieren waardoor het lijkt of ze - al dan niet in conclaaf - hun leven in verstilde vorm voortzetten.

Na een ochtend kijken in de depots van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam maakte Van Ark precies één foto waarmee ze tevreden was: drie opgezette vogels op een lessenaartje. 'Het was duidelijk dat ze daar niet thuishoorden maar onderweg waren.' De scherpe blik van de fotografe klopt. De twee arenden zijn nieuwe aanwinsten, wachtend op hun de?nitieve standplaats tussen soortgenoten, en de condor is een bruikleen wachtend op zijn terugreis.

In andere natuurhistorische musea vond de fotografe meer van haar gading: 'In het Natuurmuseum Brabant is het collectiedepot één grote open stellingkast en in de kelders van het Zo”logisch

Museum Amsterdam is het lekker rommelig.' Ook in het verhuurmagazijn van preparateursbedrijf Bouten in Venlo klikte de sluiter van haar camera: 'Daar stond een opgezette ezel te wachten tot de deur open ging.'

Daniëlle van Ark ontdekte het opgezette dier in zijn biotoop als motief en heeft inmiddels ook in de collectiedepots van de natuurhistorische musea van Basel, Tervuren, Yale en Harvard gefotografeerd. Dit najaar staat het summum op haar programma: het American Museum of Natural History in New York, met alleen al aan gewervelde dieren een collectie van 3,5 miljoen objecten. Daar zal ze zeker een rommelig hoekje met schijnbaar achteloos geplaatste preparaten aantreffen.

Van Ark is niet de enige fotograaf met een fascinatie voor zo”logische collecties. Voor haar 'Illuminations' en 'Finders, Keepers' kamde de Amerikaanse Rosamond Wolf Purcell eind jaren tachtig talloze collectiedepots uit, waaronder die van het voormalige Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden. In tegenstelling tot Van Ark was zij op zoek naar details - het schaarse strijklicht dat de gedroogde huiden bescheen. En ook keek Wolf Purcell juist wel in de dozen en laatjes.

Andere kunstenaars zien meer in het transformeren van het opgezette dier. Ik herinner mij Alex Flemming, die bij het Natuurhistorisch Museum Rotterdam om opgezette ratten kwam vragen. Hij doopte ze in dikke blauwe olieverf en prikte ze op een baksteen. Talloos zijn de verzoeken van kunstenaars om 'die oude opgezette aap die daar toch maar staat te staan' en veel beter onderdeel kan zijn van de een of andere installatie. Hoewel de ideeën vaak verrassend origineel zijn, is een dergelijke bestemming nooit de bedoeling geweest van degene die het dode dier met liefde en vakmanschap het tweede leven gaf: de taxidermist of preparateur.

De preparateur bedient zich van een aantal basistechnieken: villen (van het lichaam losmaken van de huid van het dier), ontvetten, en het weer opstoppen of opzetten van de huid. Vóór 1800 werd de geconserveerde huid eenvoudigweg weer opgevuld met zaagsel, uitgeplozen vlas, tabak of lompen en had het resultaat - een amorfe zak - weinig tot geen overeenkomst met de vorm en houding van het oorspronkelijke dier.

Na 1800 kwam het gebruik van uit turf gesneden en nauwkeurig nagebootste kunstlichamen in zwang en ontwikkelde de taxidermie zich meer en meer tot een kunstuiting. De geprepareerde huid wordt als een goed passende jas over het kunstlichaam getrokken en afgewerkt met kunstogen. Niet bevederde of onbehaarde delen zoals snavel, snuit, poten en nagels krijgen een likje verf. Het voetstuk wordt vaak uitgedost met enige details uit de natuurlijke leefomgeving van het dier - schelpen bij een meeuw, riet bij een reiger.

Ter bescherming tegen vraatzuchtige insecten zoals motten en de museumkever die preparaten in korte tijd volledig kaal kunnen knagen, smeerde de preparateur de binnenkant van de huiden kwistig in met arsenicumzeep. Het opgezette dier bleef vraatvrij, maar veel preparateurs verloren vroegtijdig het gezichtsvermogen en zaten vol zwerende wonden.

Ook indirect maakte arsenicum slachtoffers: in de Tweede Wereldoorlog roofde men opgestopte vogels uit musea en rookte het vulsel - met arsenicum doordrenkte tabak - op. De laatste decennia is het gebruik van zwaar giftige stoffen uitgebannen en gebruikt de taxidermist geprefabriceerde kunstlichamen, epoxyharsen, kit, purschuim en vriesdroogtechnieken.

Ondanks deze professionalisering wordt prepareren doorgaans afgeschilderd als het sinistere tijdverdrijf van de excentrieke mafkees en/of seriemoordenaar. Hitchcocks psycho Norman Bates is bezig roofvogels op te zetten voordat hij met zijn mes een paar lange halen door het douchegordijn geeft. Buffalo Bill in 'The Silence of the Lambs' bedient zich van de prepareertechniek. En wat te denken van leatherface in 'The Texas Chainsaw Massacre': ook deze sadistische killer is een taxidermist.

Gelukkig passen de preparateurs waar ik mee werk niet in dit pro?el. Het zijn gewone, hardwerkende mensen die het vak met de paplepel is ingegoten. Leon Bouten ging na schooltijd niet buitenspelen, maar schedels schoonkrabben. 'Mijn kleindochter van vijf zie ik nu al vrolijk met houtwol draaien, misschien schuilt in haar ook een preparateur, de vijfde generatie.' Hij zette het bedrijf van zijn vader en grootvader voort en zoon Maurice wint momenteel in Europees verband de ene na de andere prijs voor zijn prepareerwerk.

Terwijl in de Verenigde Staten bijna elk huishouden een geprepareerd dier telt, is in Nederland de opgezette uil of fazant tegelijk met het Oisterwijks eiken uit het interieur verdwenen. Ook de Flora- en Faunawet maakt de stap naar de erkende preparateur niet gemakkelijk, want voor elk dood, wettelijk beschermd dier dat ter preparatie wordt aangeboden, is op zijn minst een 'vervoersvergunning' vereist, te verkrijgen op vertoon van het kadaver bij het plaatselijke politiebureau.

Toch wordt er in Nederland nog volop opgezet. De gebroeders Teurlincx in Eindhoven hebben een levertijd van een half jaar. 'Beetje werk voor musea, maar voornamelijk jachttrofeeën en huisdieren van particulieren', zegt broer Karel. Bij een hond of kat roept hij de eigenaar er tijdens de afwerking altijd bij: 'Dat voorkomt teleurstellingen als de oren of ogen verkeerd staan.' Voor het opzetten van een chihuahua rekent hij 375 euro, een bloedhond kost 1.750 euro en een Belgisch ploegpaard 16.750 euro. Duur? Teurlincx bekijkt het nuchter: 'Je hond of kat laten opzetten is vaak goedkoper dan een crematie of een plaatsje op de dierenbegraafplaats.'

Daniëlle van Ark werkt aan een serie foto's van muzikanten direct na hun optreden.

Haar foto's zijn te zien én te koop bij Foam Fotografiemuseum Amsterdam. Zie ´Foam Editions' op www.foam.nl.

Kees Moeliker is conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.